Arie de Jong
Directeur ARN

ARN ziet er namens de autobranche op toe dat alle partijen in de keten daaraan hun bijdrage leveren. Bovendien werkt ze in haar eigen fabriek in Tiel aan steeds betere technieken om uit de laatste restjes shredderafval bruikbare materialen te halen. "Voordat de circulaire economie bestond, waren wij al bezig met circulaire processen", zegt directeur Arie de Jong.

"Onze branche is ideaal voor een circulaire economie", aldus De Jong. Een auto bestaat voor het grootste deel uit metaal. Wat daarvan overblijft, dient als grondstof voor de staal-, koper- en aluminiumindustrie. Met haar vijf jaar oude nascheidingsfabriek in Tiel slaagt ARN (voorheen: Auto Recycling Nederland) erin steeds nieuwe stapjes te zetten in het recyclingproces.

Zo haalt ze restjes koper uit het shredderafval dat ze krijgt aangeleverd. "Je zou van een auto misschien wel zo goed als honderd procent kunnen recyclen, maar dat moet je niet willen", zegt De Jong. "Het terugwinnen van de laatste paar procenten kost veel energie en is erg arbeidsintensief. Die middelen kun je slimmer inzetten. Wij zoeken naar een balans tussen optimale recycling, verantwoorde kosten en een zo laag mogelijke uitstoot van CO2. Bij 97 procent is momenteel de economische en ecologische grens wel bereikt."

Dankzij de verbeterde technieken zijn de materialen steeds zuiverder te scheiden en daardoor steeds meer waard. Zo heeft ARN twee jaar geleden een machine in gebruik genomen die hout en rubber scheidt uit resten kunststof; elk van die fracties levert nu meer op. Toch is het goedkoper al het shredderafval te verbranden, zoals ook wettelijk is toegestaan. "In feite werken wij onder de kostprijs", zegt De Jong. "We moeten wel om aan de wettelijke recyclingdoelstelling te kunnen voldoen."

Enthousiaste consumenten

ARN financiert haar activiteiten uit de recyclingbijdrage van 45 euro die autodealers in rekening brengen op elke verkochte nieuwe auto. Vroeger betaalde de consument 250 gulden aan een zogeheten verwijderingsbijdrage (recycling kwam pas later) voor elke nieuwe auto. Volgens De Jong heeft de huidige bijdrage een groot draagvlak onder consumenten. "Ik krijg daar nooit klachten over. Als je uitlegt wat je met dat geld doet, reageren de meeste mensen enthousiast."

Schroot van elektrische apparaten en van wit- en bruingoed gaat net als dat van sloopauto’s door een shredder en levert soortgelijk afval op.

De kennis en expertise van ARN is ook toepasbaar voor andere sectoren. "Schroot van elektrische apparaten en van wit- en bruingoed gaat net als dat van sloopauto’s door een shredder en levert soortgelijk afval op. Soms verwerken wij dat ook. Maar dat zijn uitzonderingen, want voor die goederen is nascheiding niet nodig om aan de wettelijke eisen te voldoen en dan is verbranden een goedkopere oplossing. Het is niet de bedoeling dat wij er geld op toeleggen, want dan zouden wij andere industrietakken subsidiëren met geld dat is opgebracht door automobilisten voor recycling."

De recyclingnormen zijn voor auto’s het strengst. Logisch, vindt De Jong, want dankzij het kentekensysteem kun je elke afgedankte auto volgen. Bij koelkasten, wasmachines of elektrische tandenborstels kun je dit niet. Je weet wel hoeveel apparaten zijn verkocht, maar niet hoeveel er worden weggedaan. Dat maakt monitoring van de afvalstromen een stuk lastiger.

Op termijn zal de overheid ook voor deze sectoren strengere normen stellen of stimulerende maatregelen treffen, verwacht De Jong. "Zonder incentives kom je niet verder. Als wij niet verplicht waren 95 procent van het gewicht van afgedankte auto’s opnieuw te gebruiken, waren we nooit zo ver gekomen. Steeds meer producten zijn recyclebaar. Maar dat betekent nog niet dat het daadwerkelijk gebeurt. Ik ben er trots op dat wij in dat opzicht een voorbeeldfunctie vervullen."