Dat is de overtuiging van Maurice Beijk, specialist Duurzaam Bouwen bij Unipro. In een circulaire economie worden producten en materialen na gebruik niet weggegooid, maar opnieuw gebruikt. “Je kunt bijvoorbeeld kleding maken van materiaal dat je later als compost kunt gebruiken”, zegt Beijk. “Of zelfs een vrijwel complete fabriek bouwen van tweedehands materiaal.”

Anders gaan denken

Bij het ontwerpen van producten kan al rekening worden gehouden met de hele ‘levenscyclus’ van het product. Zo moet een apparaat makkelijk te demonteren zijn om de materialen opnieuw te kunnen gebruiken. Ontwerpers en producenten moeten daarom op een andere manier gaan denken.

Het vraagt wel aanpassing van bedrijfsprocessen.

“Dat vraagt wel aanpassing van bedrijfsprocessen”, zegt Beijk. “Dat gaat niet van de ene op de andere dag, maar vraagt veel stappen. Maar het belangrijkste is dat mensen er oprecht over zijn en er met passie aan werken. Dat heeft te maken met bewustwording en communicatie.

Het is belangrijk dat mensen beseffen dat het noodzakelijk is voor onze toekomst. In alle geledingen van bedrijven en organisaties moet iedereen dezelfde richting op kijken. Als je er samen aan werkt, ontstaat bij iedereen trots over waar je mee bezig bent. Dat is een extra motivatie om nog een tandje bij te zetten.”

Schakel in keten

Circulaire economie vraagt niet alleen meer samenwerking binnen bedrijven, maar ook tússen bedrijven. Daardoor ontstaan ketens waarbinnen materialen worden uitgewisseld en producten kunnen worden hergebruikt. Beijk geeft als voorbeeld: “Je kunt wel een duurzaam tapijt maken, maar als dat wordt vastgelijmd op een betonnen vloer kun je dat niet hergebruiken.

Als producent moet je vooraf al nadenken over hoe je dat kunt oplossen. Zo ontstaan heel interessante samenwerkingsverbanden. Veel partijen zijn hier mee bezig en iedereen is een schakel in de keten.”

Het is hierbij wel nodig dat bedrijven transparant worden over productieprocessen. Dat kan door alles in kaart te brengen wat nodig is om een product te maken. Bijvoorbeeld: hoeveel energie is nodig?, en welke energie?, hoeveel en welke grondstoffen? “Zo wordt alles in de keten gewikt en gewogen”, zegt Beijk. “Daar komt dan een waarde uit waarmee iedereen, ook consumenten, producten kan vergelijken.

Bijvoorbeeld een keramisch kopje en een papieren beker. Als die informatie wordt vastgelegd in een milieudatabank, kan bijvoorbeeld een architect materialen kiezen met de beste waarden.” Beijk vindt deze ontwikkeling van groot belang: “De aarde raakt uitgeput. De rekening daarvan leggen we nu nog neer bij volgende generaties en bij Derde Wereldlanden. Dat is heel kwalijk.”