Niels den Nijs

Niels den Nijs
Directeur Titan LNG

Groene initiatieven

Scheepvaart is van oudsher niet erg milieuvriendelijk: grote schepen varen op fossiele diesel en zware stookolie en stoten veel verontreiniging uit. Toch voelt Niels den Nijs, commercieel directeur van Titan LNG in Amsterdam, zich thuis op de huidige bedrijfslocatie.

“Deze omgeving staat open voor de inzet van groene alternatieven. Het is hier letterlijk en figuurlijk groen. We zijn met startups en kleine bedrijven gevestigd in een verzamelgebouw dat goed bereikbaar is. Onze medewerkers komen vrijwel allemaal met het openbaar vervoer of op de fiets naar het werk. Ook op die manier speelt de vestigingslocatie zeker mee in het maatschappelijk verantwoord ondernemen.”

Minder diesel

Ook voor de verkoop van producten is de locatie van belang voor MVO-doelstellingen. Zo is onlangs de eerste zogeheten Flexbox geplaatst bij een bedrijf in de buurt. Dat is een kleine container waarin (bio)LNG wordt opgeslagen en op bijvoorbeeld een bouwplaats een dieseltank voor een aggregaat kan vervangen. Zo worden biogas en aardgas gebruikt in plaats van diesel. LNG is beter voor de lokale luchtkwaliteit en het klimaat.

Een ander voorbeeld van vergroening is het zogeheten LNG bunkering ponton, waaraan binnenvaartschepen op een vaste plek in de haven (bio)LNG als brandstof kunnen innemen. Het ponton kan ook verplaatst worden naar grotere zeeschepen zodat die veilig LNG kunnen tanken terwijl ze hun lading laden of lossen. Den Nijs: “Het ponton draagt bij aan vergroening van de haven en bevordert dat meer schepen op vloeibaar aardgas gaan varen in plaats van op olie. Voor de komende jaren wordt dit een belangrijke vergroeningsslag.

Transitie naar meer duurzame energie

De Amsterdamse haven speelt daarin overigens een belangrijke rol. Het havenbedrijf is bezig met duurzaamheid en is ook zeer bereid om daar samen over na te denken.” De transitie naar meer duurzame energie gaat nog traag, stelt Den Nijs. “Er spelen heel veel belangen. Er zijn nog steeds kolencentrales in zowel Rotterdam als Amsterdam. Op termijn zullen deze toch verdwijnen of moeten worden voorzien van CO2-afvang en -opslag.”

Maar ontwikkelingen kunnen ineens heel snel gaan. Als voorbeeld noemt Den Nijs LNG voor schepen. “Twee jaar geleden hoorde je daar nog nauwelijks over, maar nu zijn er veel grote bedrijven mee bezig. In Amsterdam en Rotterdam zijn al schepen die LNG als brandstof gebruiken. Ook in de transportsector zal steeds meer LNG worden gebruikt in plaats van diesel. In Nederland zijn inmiddels twintig LNG-tankstations.”

Dirk Kronemeijer

Dirk Kronemeijer
CEO Goodfuels

Belangrijke speler

Ook Dirk Kronemeijer, CEO van Goodfuels, werkt aan het verduurzamen van de scheepvaart. Duurzame marine biofuels worden naast LNG daarvoor een van de belangrijkste manieren, stelt hij. “Zéker voor klanten die niet naar LNG kunnen of willen of een echt lage CO2- of SOx-voetprint belangrijk vinden. We zoeken nu naar andere partners om het gebruik van duurzame biobrandstof te kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld eigenaars van cruiseschepen, ferry’s of werkschepen.”

Maar ook over de supply-kant (productie, verwerking, opslag en verschepen van biobrandstof) is er volop samenwerking. “Het is belangrijk om actief met elkaar mee te denken”, stelt Kronemeijer. “Dat helpt ons en andere bedrijven om succesvol te zijn. Andersom zien wij ook mogelijkheden waar wij hen op wijzen. Samen komen we dan tot versnelling van de biobased economy en duurzaam transport”

Samen initiatieven ontplooien

De vestigingslocatie speelt hierin een belangrijke rol. Als partners dicht bij elkaar zitten is het makkelijker om samen initiatieven te ontplooien. Zo is Goodfuels recent samen met de Amsterdamse haven een pilotproject gestart met duurzame biobrandstof voor de scheepvaart. Als de pilot succesvol is, wordt de eigen vloot helemaal voorzien van een bioblend die de CO2-footprint tot 80% procent kan verlagen. “Zo werken we samen aan het thema van CO2-reductie”, aldus Kronemeijer. “Dat stimuleert het MVO en het werken aan duurzaamheid. Dit gebied is daarmee echt een koploper in Europa!”