Frits Verheij

Frits Verheij
Directeur Smart Energy Cities bij DNV GL

De techniek is er, de uitdaging ligt vooral in de inrichting van de markt, stelt Frits Verheij, directeur Smart Energy Cities bij DNV GL. Wanneer dat model sluitend is, is opschaling mogelijk.

Het Energieakkoord is een stap in de goede richting voor de energiesector, maar schenkt volgens Verheij nog te weinig aandacht aan de inrichting van de markt voor onze toekomstige energievoorziening. Een van de belangrijkste punten daarbij is te komen tot een standaard. Om schaalgrootte mogelijk te maken moeten modellen namelijk zijn te kopiëren in de hele wereld.

Dat betekent werken met een open standaard, waar meerdere partijen op aan kunnen sluiten. “Zie het als WiFi of BlueTooth”, illustreert Verheij. “Brede toegang is goed voor de betrouwbaarheid van het net. Wanneer je daar grote partijen bij betrekt, is het ook eenvoudiger om op te schalen naar het buitenland. Zij hebben door hun aanwezigheid immers toegang tot die markten.”

Certificeren

Volgens Verheij moeten we toe naar een model waarbij energie wordt gebruikt wanneer deze beschikbaar is in plaats van een duur energiesysteem in te richten op de maximale energievraag in een jaar. Dat kan alleen als de consument – klein en groot – hier ook in meegaat. “Voor ons als sector betekent dat een hoge mate van automatisering om het de gebruiker makkelijk te maken.”

We moeten er voor waken dat niet iedere partij het wiel opnieuw gaat uitvinden.

De verschillende initiatieven die binnen dit model passen, ontstaan veelal van onderop. Hoewel dat positief is in de zin van betrokkenheid, moeten we er volgens Verheij wel voor waken dat niet iedere partij het wiel opnieuw gaat uitvinden. Dat is niet alleen zonde van de inspanning, maar vergroot ook de kans op onoverbrugbare verschillen.

“Er is een universeel model nodig waaraan verschillende gecertificeerde diensten en producten van allerlei – deels nieuwe – bedrijven eenduidig kunnen worden gekoppeld en waarmee consumenten in heel Europa op een betrouwbare manier toegang hebben tot decentrale energie.”

Consensus

Begin 2015 starten er in Heerhugowaard en Gorinchem twee pilots, waarbij enkele honderden huishoudens deel gaan nemen aan een decentrale energiemarkt. Een goede test om te zien of dit nieuwe model in een daarvoor ingerichte omgeving werkt in de praktijk en om te kijken of het systeem stabiel is. “Als vastgesteld is dat het werkt, wordt het opgeschaald. In 2020 moet het voor tien miljoen huishoudens in Europa beschikbaar zijn”, aldus Verheij.

Om tot die situatie te komen is er wel aanpassing in wet- en regelgeving nodig. “Als je wilt dat duurzame energie gebruikt wordt op het moment dat het wordt opgewekt, moet je er een incentive voor geven. Bijvoorbeeld de prijs tijdelijk laten zakken, zodat het goedkoop is om bijvoorbeeld de airconditioning wat harder te laten werken op het moment dat de zon schijnt. De wet voorziet daar nu nog niet in, want die is ingericht op het centrale model. Er is consensus over het eindbeeld van een decentraal systeem. We moeten alleen nog afspraken maken over de inrichting van dat systeem.”