Producten moeten zo worden gemaakt dat ze gerepareerd kunnen worden als ze kapot zijn, en als dat niet meer kan moeten ze worden gerecycled. Nederland wordt gezien als een circulaire hotspot en is zelfs koploper in de wereld, aldus Prins Carlos de Bourbon de Parme.

Hij is voorzitter van Nederland Circulaire Hotspot, waarvoor bijna dertig vooraanstaande organisaties, zoals KPMG, Rabobank, de Unie van Waterschappen en de Gemeente Amsterdam zich opwerpen als ambassadeur. “Ons land is dé plek waar zich de meeste kennis en ervaring bevindt op het gebied van circulair ondernemen.

Als klein land zijn we al gewend om creatief met beperkte middelen (zoals grondstoffen) om te gaan.

Met onze kennis van water, technologie, landbouw en design kun je met circulair ondernemen enorme economische waarde creëren.”

Nederland is zeer geschikt als circulaire hotspot, meent Prins Carlos de Bourbon de Parme. “We zijn goed in polderen en dus in staat om verschillende partijen makkelijk bij elkaar te krijgen. We hebben ook een geweldige infrastructuur van vliegvelden, havens, snelwegen, rioleringssystemen, het spoor, en energie- en communicatienetwerken.

Die kunnen bijzondere samenwerkingsverbanden aangaan om dingen circulair te maken. En als klein land zijn we al gewend om creatief met beperkte middelen (zoals grondstoffen) om te gaan.”

Het nieuwe 'normaal'

Circulaire economie is gezond verstand en gezond leven, aldus de prins. “Het moet het nieuwe ‘normaal’ worden: dat we niks weggooien als het is gebruikt. Restafval is grondstof voor het volgende product.

Zo kan de cyclus oneindig doorgaan. Steeds meer bedrijven zien dat in en als ze dat als hun kernactiviteit maken, zijn ze beter en weerbaarder als zich problemen voordoen. Essentieel is dat je zelf eigenaar wordt en blijft van je grondstoffen en niet meer afhankelijk bent van wat er in de rest van de wereld gebeurt.

Bijvoorbeeld Philips, die eigenaar van de peertjes blijft en de dienst licht verkoopt, of Bundles, die wasbeurten in plaats van wasmachines verkoopt. Afhankelijkheid van dure grondstoffen wordt steeds meer gezien als een kernrisico.

En het is steeds lastiger aan de samenleving uit te leggen dat je grondstoffen gebruikt, die worden gedolven op plekken waar niet zo nauw wordt gekeken naar de omstandigheden van werknemers (kinderarbeid). Nee, circulair ondernemers kunnen straks zeggen: ik verdien geld én doe goed in de wereld.”