‘Groene’ Technologie
 

Groene technologie. Het klinkt zo mooi. Maar hoe ‘groen’ een technologie ook is, met technologie alleen komen we er niet. Het levert pas echt iets op bij grootschalige toepassing ervan. En juist dat hangt niet alleen af van de technologie zelf, maar van een veelvoud van andere factoren.
Een belangrijke is de prijs. Hoge initiële investeringen en risico’s schrikken af, tenzij je kunt aantonen dat de ‘total costs of ownership’ aanzienlijk lager liggen dan bij de gangbare technologie. In sommige gevallen verlaagt de overheid de drempel door financiële ondersteuning via één van de  programma’s die RVO uitvoert. Denk daarbij aan belastingvoordelen, krediet, subsidie of borgstelling.
Het verdienmodel krijgt de laatste tijd ook steeds meer aandacht. In de gangbare praktijk verkoopt een ondernemer zijn product, maar steeds vaker wordt duidelijk dat de afnemer helemaal niet zozeer een product wilt bezitten en alleen de prestatie wil kopen. De toepassing van dit principe staat nog in de kinderschoenen maar is veelbelovend.

- William Visser, RVO

Er zijn veel voorbeelden van manieren om energie van bijvoorbeeld zon, wind of biomassa beter te benutten. “Bijvoorbeeld het vergassen van reststromen tot groen gas, of het vergisten van bijproducten uit de voedingsmiddelenindustrie, landbouw of veeteelt tot groen gas." vertelt Jos Reijnders van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland RVO.

"Technologieen als de ORC (organic rankine cycle) helpen bij het gebruik van restwarmte of aardwarmte. Een gasturbine bijvoorbeeld, is heel geschikt om stort- of restgassen om te zetten naar elektriciteit en warmte. De mogelijkheden zijn ontzettend breed.”

Restgassen omzetten

Zelf is Reijnders vooral bezig met biogas en groen gas. Daar ligt nog een enorm potentieel: “Als alle mest in Nederland wordt omgezet naar biogas kunnen we maar liefst drie miljard kubieke meter gas produceren. Maar zo ver zijn we nog niet. Er zijn nog veel mogelijkheden om te verduurzamen. Helaas zijn de prijzen van gas en olie momenteel erg laag, evenals de prijs van CO2. Daardoor is het verschil met groene energie groot. Dat was vijf, zes jaar geleden nog heel anders.

Niemand weet daarom hoe de situatie over vijf jaar is. Energie wórdt een keer schaars, en daarmee duur.” Er zijn vele ideeën voor verduurzaming. Maar is een idee levensvatbaar? De RVO beoordeelt dat aan de hand van een aantal vaste punten, laat Reijnders weten.

Energie wórdt een keer schaars, en daarmee duur.

“Hoe ver is de technische ontwikkeling ervan? Staat het nog in het laboratorium of is er al een demomodel? Hoe verhoudt zich het effect ervan tot de referentiesituatie? En hoe pakt het economisch uit? Dat zijn punten waar we naar kijken. En vooral ook: Welke ondernemers zitten er achter? Zijn dat mensen met visie en kapitaal? Dat is eveneens van belang.”

Gemotiveerd

Maatschappelijke acceptatie is ook een belangrijk punt, stelt Reijnders. Zo is windenergie opwekken op zee duurder dan op land, maar het wordt makkelijker geaccepteerd dan windmolenparken op land. “Het is altijd nodig om voorlichting te geven en mensen bij de plannen te betrekken”, aldus Reijnders. Het bedrijfsleven is volgens hem zeer gemotiveerd om mee te werken aan verduurzaming. “Er zijn veel bedrijven die hier met ziel en zaligheid mee bezig zijn.

Wij hebben, als klein land met relatief weinig eigen biomassa, verhoudingsgewijs veel technieken ontwikkeld. De komende jaren is het wel belangrijk deze technieken om te zetten in projecten die bijdragen aan de verduurzaming van onze energiehuishouding.”