Olof van der Gaag

Olof van der Gaag
Directeur Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)

Nederland heeft decennia lang in een hangmat liggen kijken naar de energietransitie, maar het tij zal dit jaar keren, stelt Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).

“Het aandeel duurzame energie lag eind 2015 nog maar onder de zes procent. Internationaal gezien bungelen we daarmee onderaan lijstjes. Het goede nieuws is echter dat we een goed energie-akkoord hebben gesloten. Dit jaar maken we een knik in de curve en gaan we weer omhoog.

Mijn verwachting is dat we tot zo’n acht procent zullen komen. En een groei van twee procent in één jaar is voor ons land de grootste sprong voorwaarts tot op heden, die ook gangbaar was in de Duitse Energiewende bijvoorbeeld. Maar feit blijft dat er nog een flinke weg te gaan is om in 2050 op honderd procent duurzame energie te zitten.

Boven verwachting

Dat Nederland in de lift zit, komt vooral door nieuwe initiatieven in windenergie, en ook zonne-energie en duurzame biomassa groeien prima door. De aangescherpte regelgeving en de miljarden aan subsidie die vanuit het energie-akkoord zijn gereserveerd leiden ertoe dat projecten van de grond komen.

Zo ligt het dak van de parkeergarage bij het TT-terrein in Assen inmiddels vol met zonnepanelen en kwam het beste nieuws vlak voor de zomer: de plannen voor een grootschalig windpark op zee gaan doorgang vinden. En dat wordt nog het goedkoopste park ter wereld ook.

Wat betekent dat er niet tot in lengte van dagen subsidie nodig blijft. Dat is precies het streven dat in het akkoord is vastgelegd. Dat de winnaar van de tender voor de realisatie slechts 2,3 miljard subsidie nodig heeft van de 5 miljard die beschikbaar is, is echter boven verwachting. Het zegt veel over de ambitie die er is.

Nieuw energie-akkoord

Tot 2020 liggen er goede afspraken. Zo zijn er nieuwe windparken op zee gepland, waarmee we in het huidige tempo door kunnen groeien en vrij goed naar de gestelde veertien procent in 2020 kunnen komen. Maar het is niet vanzelfsprekend dat het tempo erin blijft.

We zouden nu al moeten werken aan een nieuw energie-akkoord.

We moeten ervoor waken dat we weer zelfgenoegzaam terug de hangmat in gaan. We moeten het huidige tempo immers nog minimaal dertig jaar volhouden. Dat is mogelijk als de markt nu al duidelijkheid krijgt tot 2030. We zouden nu al moeten werken aan een nieuw energie-akkoord.

Dan weten marktpartijen dat het lonend is om in nieuwe producten of werkmodellen te investeren. Daar zijn de eerste gesprekken voor gestart met partijen die in het huidige akkoord zitten. Idealiter kan de nieuwe regering hier volgend jaar gelijk mee verder.

Voordeliger

Duidelijkheid over de lange termijn stimuleert bovendien de broodnodige samenwerking. Los van de inhoud en techniek staat of valt de energietransitie namelijk bij de kunst van het samenwerken. Dat betekent luisteren naar elkaar en bereid zijn om de ander iets te gunnen. Dus niet alleen maar in je eigen techniek geloven. Met louter zon of wind krijgen we geen transitie voor elkaar.

We hebben alle technieken nodig. Dus mogen we ze niet tegenover elkaar zetten of alleen in uitersten denken. Je hoort nog te vaak dat de één niets genoeg vindt en de ander alles te veel. Doordat we massa maken vindt juist innovatie plaats, creëer je schaalvoordelen en wordt duurzame energie voordeliger. Daar hebben we allemaal baat bij.”