Een lager industrieel energiegebruik, hogere energie-efficiëntie en verduurzaming van de energie-input zijn nodig om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en emissies te reduceren.

“De industrie is belangrijk voor de economie, maar neemt een behoorlijk deel van de CO2-emissie voor z’n rekening. In het klimaatakkoord van Parijs is een reductie afgesproken van 95 procent. De Europese doelstelling is de energie-efficiëntie met twintig procent te verbeteren in 2020. Dat kan niet zonder innovatie, van zowel processen als brandstoffen. Het gaat om een complete omwenteling van de Nederlandse industrie.”

Gezamenlijk ontwikkelen

TKI Energie & Industrie is een samenwerking tussen kennisinstellingen, industrie en de overheid. “We brengen kennisinstellingen samen met bedrijven”, vertelt Alderliesten.

“We willen innovaties gezamenlijk ontwikkelen in Nederland of inkopen uit andere landen. Er zijn al tientallen innovaties waaraan nu wordt gewerkt of die al worden toegepast. Bijvoorbeeld nieuwe droogsystemen, terugwinnen van warmte, duurzame productie van waterstof, gasscheiding en afvangen van componenten uit waterstromen.”

Volgens Alderliesten zijn bedrijven niet onwillig om te werken aan oplossingen. Lastig punt is wel dat veel bedrijven internationaal georiënteerd werken en dat zij winst willen maken. Investeringen zijn dus altijd een afweging. “Zij kiezen voor maatregelen die financieel zo aantrekkelijk mogelijk zijn. Net zoals mensen thuis doen als zij iets moeten aanschaffen.”

Energie-efficiëntie en besparing

Het proces van transitie vraagt goede regie: wie is wanneer verantwoordelijk voor wat? Nederland wil bijvoorbeeld van het gas af, maar daar komt heel veel bij kijken. “Dat gaat over woningen, industrie, akkerbouw en veeteelt. Wanneer doe je wàt? Dat is een ingewikkeld vraagstuk.”

In het Klimaatakkoord gaat het vooral over doorbraken met nieuwe technologieën. Bijvoorbeeld waterstof, elektrificatie en inzet van biomassa. Maar ook energie-efficiëntie en besparing zijn de komende twintig jaar hard nodig. “Een beter gebruik van energie en grondstoffen is de eerste stap”, stelt Alderliesten.

“Aan de andere kant is er een grens aan energie- en grondstof-efficiëntie. Verdere besparing lukt alleen als de intensiteit van de productie omlaag gaat. Maar vaak willen we juist méér produceren. Dat vraagt extra energie. En deze moet dan duurzaam zijn, anders zorgt dat weer voor meer CO2.”

Er is daarom een andere mindset nodig, niet alleen bij bedrijven maar bij ons allemaal. Alderliesten: “We willen graag gelukkig leven in welzijn, maar daarvoor zijn producten en energie nodig en daarmee stijgt de CO2 in de lucht. De aarde is een eindig en afgesloten systeem. We moeten nadenken over het nut van volumegroei.

Productie kan niet oneindig groeien. Neem bijvoorbeeld plastic: dat heeft ons veel goeds gebracht in de vorm van allerlei handige producten, maar het is ook een probleem vanwege de enorme hoeveelheden afval. Er wordt vaak gewezen naar de industrie als vervuiler, maar we zijn allemaal verantwoordelijk voor onze aarde.

Het is een grote maatschappelijke uitdaging om na te denken over de eigen leefomgeving. Dit gaat niet alleen over CO2, maar over duurzaamheid in het algemeen. Misschien is dat wel de grootste uitdaging in de energietransitie. Die gaat ons allemaal aan.”