Van windparken op de Noordzee en gasloze woonwijken tot stoomnetwerken in de Rotterdamse haven. De energietransitie kenmerkt zich niet alleen door nieuwe initiatieven, maar ook door complexe grootschalige projecten met een lange horizon en een forse investeringsbehoefte.

De crux is dan ook realistische transitiepaden voor de korte en middellange termijn te definiëren en ondertussen in nieuwe technieken te investeren. “Op basis van de huidige technologische inzichten kunnen we de energietransitie tot 2050 niet voorspellen.

De ontwikkeling van nieuwe energietechnieken gaat zo snel dat voorspellingen voor langer dan tien jaar onzeker zijn. Investeerders moeten hun plannen dus in de tijd kunnen bijsturen.

Bij de verduurzaming van zestien Rijksgebouwen in Den Haag - een strategieopdracht voor RVB en Gemeente Den Haag, waarbij wij samenwerken met Rebel Group en DWA - hanteren we bijvoorbeeld een horizon van zo’n zeven jaar”, stelt Eveline Buter, Manager Industry & Energy Division.“Voor die periode kun je redelijkerwijs overzien wat het speelveld is.”

Wat overigens niet wegneemt dat je de lange termijn scherp in de gaten moet houden, vult Koen Haans, Teammanager Energy & Sustainability Concepts, aan. “Maar in plaats van in één keer de investering te doen om daar te komen, wordt deze in haalbare stapjes opgedeeld. Met open vizier, zodat je je nog kunt laten verrassen door wat komen gaat. In de waterbouwwereld noemen we dat adaptief ontwerpen.”

Kennis en kapitaal

We moeten volgens Buter niet vergeten dat er bijzonder veel kennis en kapitaal aanwezig is bij traditionele energiebedrijven en in de energie-intensieve industrie. Het zou niet duurzaam zijn om de kennis en het kapitaal die daar aanwezig is te vernietigen.

Buter: ''Juist kennis van energie in de breedste zin van het woord is belangrijk om de transitie te realiseren''

Juist kennis van energie in de breedste zin van het woord is belangrijk om de transitie te realiseren. We gaan immers niet van de ene op de andere dag over. Tegelijkertijd heeft de decentralisatie impact op het businessmodel van grote energiebedrijven. Investeer je in de nieuwe economie, door met innovatieve startups te werken, of blijf je bij wat je al kent?

Het laatste is vrijwel onmogelijk, stelt Haans. “Hoe de wereld er uitziet in 2050 weten we niet, maar wel dat er 85 tot 95 procent broeikasgas gereduceerd moet worden om de in Parijs gemaakte klimaatafspraken te halen. Dat redden we niet op basis van de huidige praktijk.”

Opbrengsten delen

Een belangrijke trend is decentrale opwekking van energie. Er ontstaan steeds meer energiecoöperaties en lokale initiatieven met zonnepanelen en windmolens. Participatie, draagvlak en betaalbare opslag zijn hierin sleutelbegrippen.

Om betaalbare energie-opslag dichterbij te brengen is Witteveen+Bos onder andere betrokken bij de pilot installatie van een waterstofbromideflowbatterij in Emmeloord. Deze batterij moet een hele buurt van betaalbare duurzame elektriciteit voorzien.

De buurt is sterk betrokken als onderdeel van het door de adviseur ingezette participatieve ontwerpproces. Buter: “Het gaat om het delen van de opbrengsten met de omgeving.

Je zet grove lijnen op de kaart en vraagt mensen in een vroeg stadium hoe zij naar hun eigen omgeving kijken. Wat is een wens? Wat is een eis? Hoe zullen we verder gaan? In verschillende sessies wordt zo’n plan steeds concreter.”

Rol van de adviseur

Wat betekent dit voor de rol van adviseurs? “Als ingenieurs zijn wij bij uitstek de beroepsgroep die moeilijke vragen kan duiden”, stelt Haans. “Architecten leggen een visie neer, de engineer rekent het echt door. Van plannen naar haalbare zaken.”

''Haans: Architecten leggen een visie neer, de engineer rekent het echt door''

Ter illustratie: het bedrijf gebruikt twaalf ‘bouwstenen van de energietransitie’, die ze heeft ontwikkeld om nieuwe energiesystemen te kunnen uitwerken. Intussen ontwikkelt de technologie zich in rap tempo door. Er is dus informatie nodig over betaalbaarheid, toekomst, potentie et cetera.

“Via onze mensen hebben wij toegang tot kennis, rekenmodellen en data om het concreet te maken.” Daarbij wordt in toenemende mate samenwerking gezocht met startups. Buter spreekt van een springplankfunctie van haar werkgever. “We halen ideeën op en geven kansrijke initiatieven tijd en ruimte.“

Ze wijst onder andere op de ontwikkeling van de genoemde waterstofbromideflowbatterij. “De maker heeft deze via ons voor het eerst in de praktijk kunnen brengen. Hierbij hebben wij gekeken naar de interactie met de omgeving. Dat is tekenend voor de behoefte binnen de energietransitie: geld is belangrijk, maar er zijn vooral realistische plannen nodig. Groot denken maar klein beginnen!”