Vlak voor iedereen op zomervakantie vertrok verschenen de hoofdlijnen voor een Klimaatakkoord. Een kloeke inventarisatie die in sneltreinvaart tot stand kwam, met per sector alle mogelijkheden voor verdere CO2-reductie. Alle opties worden nu door de Planbureaus doorgerekend. Ik ben erg benieuwd naar die resultaten, want die geven waarschijnlijk waardevolle inzichten om te komen tot een akkoord dat uiteindelijk breed gedragen wordt in de samenleving. Toch kunnen we vooruitlopend op die doorrekening al wel een tweetal punten maken waar we rekening mee moeten houden bij het vervolg.

Punt 1.

Nederland is namelijk in de eerste plaats een beetje een vreemde eend in de Europese ‘bijt’. Het Kabinet streeft naar 49 procent minder CO2 in 2030 ten opzichte van 1990. Dit ligt ruwweg een kwart hoger dan het huidige EU-brede emissiereductiedoel van veertig procent in 2030.

Mogelijk verhoogt de Europese Commissie dit doel en willen ook andere landen meer, maar dat is geen gegeven. Met die onzekerheid moeten we werken, zonder ons zelf uit de wedstrijd te spelen op de Europese markt met een verstoord speelveld.

Punt 2.

Om tot die halvering van de nationale CO2-uitstoot te komen rekent het Kabinet er erop meer dan twee derde van de CO2-reductie in de elektriciteitssector en de industrie plaatsvindt, de zogeheten ETS-sectoren.

Dit zijn sectoren die blootstaan aan internationale concurrentie. Ook hier zit Nederland duidelijk op een ander spoor dan veel landen om ons heen. Zo zitten omringende landen als België en Duitsland juist op de koers om in die sectoren vooral het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) zijn werk te laten doen met emissieplafonds die steeds krapper worden.

Zij richten zich meer op de nationale (niet-ETS sectoren), zoals de mobiliteit of de gebouwde omgeving. Sectoren waar de internationale concurrentie veelal een mindere rol speelt. Nederland kiest hier bewust niet voor, dit is een gewaagde keuze. Een keuze die alleen kan slagen als we het slim aanpakken.

Anders gaat wat we hier besparen aan CO2 in de industrie straks in andere landen weer de lucht in (weglekken van CO2). Of we zetten onze industrie op achterstand net als met de hogere doelen. 

Ondernemers klimaatdoelstellingen

Wij zijn er als ondernemers van overtuigd dat we ondanks deze twee beperkingen de nationale klimaatdoelstellingen kunnen halen. We kunnen ons land zelfs een concurrentievoorsprong geven als we het slim aanpakken, als ook onze industrie en elektriciteitssector verder zijn dan de rest van Europa. Hiervoor zijn twee zaken essentieel.

Zo kunnen we alleen door energie, warmte, groene waterstof en CO2 slimmer met elkaar uit te wisselen de echt grote ‘klimaatklappers’ maken. Dit komt tot nu toe alleen nog nauwelijks terug in de voorstellen. Alleen als we dat goed voor elkaar ‘boksen’ kunnen we de ambities van het Kabinet halen.

Meer sector-overstijgende projecten zijn nodig om te komen tot een ingrijpende verandering van onze economie. Bijvoorbeeld voor het omzetten van elektriciteit in stoom en warmte. Dat is nodig voor het voorzien in de warmtebehoefte van de industrie als we het met minder CO2 willen doen.

Omzetten opgewekte elektriciteit

Of denk aan het omzetten van duurzaam opgewekte elektriciteit naar groene waterstof voor gebruik in de gebouwde omgeving, het transport, of als grondstof in industriële processen. Dit kan de industrie niet zonder samenwerking met andere sectoren en met de juiste condities vanuit de overheid.

Verder moeten nieuwe duurzame circulaire ketens worden ontwikkeld. Zoals in de nieuwe plannen van Dow en Tata die grondstoffen gaan uitwisselen. Of denk aan projecten voor de levering van industriële restwarmte aan de gebouwde omgeving via warmtenetten of de levering van biobrandstoffen aan de mobiliteitssector.

Juist Nederland kan met zijn verstedelijkte omgeving, zijn compacte omvang en zijn veelzijdige economie een proeftuin zijn voor deze benadering dwars door sectoren heen. Als we het spel maar slim spelen en meer over de grenzen van sectoren en landen heen gaan kijken.

Het Klimaatakkoord moet hiervoor de juiste condities organiseren. Zo kunnen we zelfs voorop lopen en de twee grote gevaren -weglekken van CO2 en verstoring van het internationale speelveld- in ons voordeel ombuigen en onze industrie op voorsprong zetten wereldwijd. We hebben met windenergie op zee laten zien dat we slim kunnen opereren. Laten we dat ook hier doen en echt succesvolle ‘klimaatklappers’ maken waar iedereen met enthousiasme de schouders onder zet.