De NVDE vertegenwoordigt ruim duizend bedrijven die op een of andere wijze bijdragen aan duurzame oplossingen. Niet alleen stroomproducenten, maar bijvoorbeeld ook Tesla, fabrikant van elektrische auto’s.

Van der Gaag rekent voor dat twaalf bedrijven verantwoordelijk zijn voor driekwart van de industriële CO2-uitstoot. Koploper is Tata Steel met drie procent van de totale CO2 uitstoot in Nederland, even veel als van de Amsterdamse bevolking.

Als je daar resultaat boekt, tikt dat dus vele malen harder aan dan bij maatregelen voor huishoudens. Het verwarmen van een hoogoven is echter niet te vergelijken met het verwarmen van een huiskamer. Voor een bedrijf als Tata Steel is biomassa een ideale energiebron, stelt Van der Gaag, maar dat is nog wel duurder.

Windparken op zee

Zon en wind zijn voor de hele industriesector interessant. Van der Gaag verwacht vooral veel van windparken op zee. “De Noordzee is een cadeautje van moeder natuur. Het waait er hard en de bodem is ondiep, een ideale combinatie voor windenergie.”

In het Energieakkoord was ‘slechts’ een jaarproductie van 4,5 Gigawatt afgesproken. Aan de recente Klimaattafel, waaraan ook de NVDE heeft deelgenomen, is dit verhoogd tot 11,5 Gigawatt. “Maar er kan nog wel een schepje bovenop.”

Daarnaast zijn windmolens op land nodig. “Bijvoorbeeld voor een bedrijf in Limburg kan dat handiger zijn dan stroom aftappen van een kabel uit zee.” Behalve wind heeft ook zon veel potentie voor de industrie, bijvoorbeeld door plaatsing van panelen op daken van bedrijfspanden of sporthallen.

Nadeel van zon, wind en biomassa is dat ze op korte termijn duurder zijn dan traditionele energievoorziening. Dat geldt niet voor energie-efficiency, dat een derde plaats inneemt op de ranglijst van de NVDE.

Hiermee kunnen bedrijven juist veel geld besparen. Vreemd genoeg wordt van deze mogelijkheid slechts mondjesmaat gebruik gemaakt, omdat bedrijven vaak andere prioriteiten hebben. Kleine bedrijven móeten investeren in energiebesparende methodes, als ze die binnen vijf jaar kunnen terugverdienen.

Voor grote bedrijven geldt deze eis niet. Van der Gaag: “Voor de hele energietransitie geldt dat niet de techniek het grootste probleem is, maar de betaalbaarheid. Daarom zijn we tot nu toe zo weinig opgeschoten. Op dit moment is slechts 6,6 procent van onze energie duurzaam.”

Aanscherping emissierechten

“Afspraken aan de Klimaattafel zijn mooi, maar niet voldoende. Alleen de overheid kan maatregelen afdwingen.” Hij denkt aan aanscherping van de Europese emissierechten. Nu zijn die te laag om investeringen in duurzame energie rendabel te maken.

Als hiervoor binnen de Europese Unie te weinig animo is, doet Nederland er volgens hem goed aan samen met Scandinavië, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk verdergaande afspraken te maken.

Als voorbeeld van een besparing die bedrijven nu laten liggen, noemt Van der Gaag de isolatie van buizen en leidingen. “Dat kun je morgen doen en die investering verdien je in één à twee jaar terug.”

Waterstof

Buiten de top-drie wijst Van der Gaag op warmtepompen en geothermie als mogelijke oplossingen voor de industrie. Op lange termijn biedt waterstof ook perspectief. ‘Nu wordt dat nog van aardgas gemaakt.

We hebben nog geen overschot van wind en zon om dat te produceren en innovaties op dit gebied zijn nog pril, maar ik verwacht dat dit na 2030 een hoge vlucht gaat nemen. Daarvoor zijn nu al investeringen en pilots nodig.’

CO2-opslag onder de grond ziet Van der Gaag als een ‘nuttige noodoplossing’. “In het regeerakkoord is afgesproken dat maximaal achttien megaton mag worden opgeslagen. Inmiddels is dat tot mijn vreugde gereduceerd tot 7,2 megaton. Ook opslag kost veel geld en heeft weinig draagvlak bij de bevolking. Soms is het nodig, maar het mag niet ten koste gaan van andere oplossingen.”