De zware industrie is verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van al het energiegebruik, waarbij vooral fossiele brandstoffen worden gebruikt. Energiebesparing is voor de industrie zelf nodig om kosteneffectief te blijven en kosten te reduceren. Maar er is ook een bredere noodzaak voor besparing: “Gezien het klimaatprobleem is energietransitie echt noodzakelijk. Energiebesparing is daarvoor één van de mogelijkheden, zegt energiedeskundige Ton van Dril van researchcentrum ECN.”

Energiezuiniger

Bedrijven zijn al wel volop bezig met energiebesparing, weet Van Dril. Dat gebeurt grotendeels door het regelmatig vervangen van de kapitaalgoederen, waardoor minder energie nodig is per eenheid product. “Machines worden steeds efficiënter. Bijvoorbeeld bij de productie van papier kan met een nieuwe papiermachine al snel twintig tot dertig procent meer papier worden gemaakt met dezelfde energie-inzet”, zegt Van Dril. “En in de glasindustrie worden fleswanden dunner zodat je met dezelfde hoeveelheid energie en materiaal meer product kunt maken. Daarnaast zijn er veel besparingsmogelijkheden met bijvoorbeeld warmteterugwinning of efficiëntere elektromotoren of branders.”

De belastingregels voor energie zijn binnen de industrie veel gunstiger dan voor kleinverbruikers zoals huishoudens.

Energiegebruik is voor de zware industrie wel een grote kostenpost, maar toch zijn de prikkels om te gaan besparen laag. De belastingregels voor energie zijn binnen de industrie veel gunstiger dan voor kleinverbruikers zoals huishoudens. “In het licht van de energietransitie is het ontbreken van prikkels wel een knelpunt”, vindt Van Dril. “Voor echte verduurzaming zijn grote stappen nodig. Energiebesparingsprojecten van bedrijven zijn vooral gericht op de korte termijn. Men wil nu eenmaal snel rendement. Iedere procent besparing is goed, maar het zijn nog niet de grote stappen die nodig zijn. Bedrijven moeten een energievisie gaan ontwikkelen voor de lange termijn.”

Financieel kader

Van Dril pleit voor nieuwe afspraken tussen overheid en industrie, waarin beide partijen hun verantwoordelijkheid nemen voor meer verduurzaming. Om de nodige stappen te kunnen zetten is ook een financieel kader nodig in de vorm van bijvoorbeeld subsidie of mede-financiering. “De industrie moet worden beschermd tegen externe concurrentie en moet ondersteuning krijgen in de exploitatie van nieuwe technologieën. Ik zie dat als een rol voor de overheid.”

Toch ligt dit nog gevoelig. Van Dril merkt aarzeling vanuit de overheid om de industrie te wijzen op hun verantwoordelijkheid. “Want die ziet de industrie als een belangrijke motor voor de economie. En de overheid wilt ook graag een goede concurrentiepositie voor bedrijven.”

Van Dril denkt dat een vorm van subsidie het best zal werken. “Dat kost wel iets, maar daarmee kun je ook gericht de technologische
ontwikkeling in Nederland stimuleren. En dat kan in de toekomst juist weer voordeel opleveren, ook wat betreft concurrentie. Op langere termijn is dan vergaande verduurzaming mogelijk.”