“Het Voorstel is het resultaat van vier maanden intensieve besprekingen aan vijf sectortafels en tientallen subtafels, werkgroepen en burgerinitiatieven. Het zal leiden tot een toekomstbestendig klimaatbeleid, dat de Nederlandse CO₂-uitstoot in 2030 terugdringt naar ten minste 49 procent ten opzichte van 1990.

Het gaat om de grootste transformatie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Alle partijen ondersteunen het behalen van die 49 procent. Dat is al grote winst en het kabinet gaat hiermee verder dan veel andere Europese landen. Het Klimaatakkoord is een geweldige stap om onze achterstand wat betreft duurzame energie in te halen.

Wereldtop

De industrie moet circa dertig procent van de emissiereductie gaan invullen. De afgelopen 25 jaar is al circa 35 procent aan CO₂-reductie gerealiseerd. Nederland behoort daarmee tot de wereldtop van meest CO₂-efficiënte industrieën. Maar deze reductie is bereikt met de ‘makkelijke’ opties.

Nu volgen de moeilijke en duurdere maatregelen: verlaging van de energiebehoefte door bijvoorbeeld gebruik van restwarmte en circulariteit van grondstoffen, gebruik van biobased grondstoffen en veel meer elektrificatie binnen de industrie. Voor dat laatste moet stroom worden opgewekt, bijvoorbeeld door windmolens op de Noordzee, en naar bedrijven gebracht. Dat brengt behoorlijke infrastructurele vraagstukken met zich mee.

Het is de grootste transformatie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

Een van de subtafels bestond uit de twaalf grootste industriebedrijven. Zij zijn goed voor minimaal zeventig procent van de industriële CO₂-uitstoot. Ook daar leven nog vele vragen.

Het zijn bedrijven met een hoofdkantoor dat vaak elders is gevestigd en die internationaal worden aangestuurd. We moeten serieus kijken naar hun internationale concurrentiepositie. Ik heb wel de indruk dat het argument van level playing field te gemakkelijk gebruikt wordt om maatregelen af te zwakken of te ontlopen.

De bedrijven investeren voortdurend in vernieuwing en onderhoud van hun fabrieken. Dat gaat om miljarden. De transitie moet daar goed bij aansluiten. Dat kan ingewikkeld zijn, maar dat betekent niet dat de deadline wordt uitgesteld. De CO₂-reductie wordt 14,3 megaton in 2030. Ik accepteer geen andere deadline.

Waterstof

Belangrijk is ook dat de ontwikkelingen rond gebruik van waterstof worden versneld. Waterstof is de belangrijkste transitiebrandstof en is ook van belang als transportmiddel en voor opslag van duurzame energie. Er zal hard moeten worden gewerkt aan doorbraaktechnologie voor waterstof. Ook voor de Nederlandse industrie is dat een belangrijke opgave.

Het afvangen en opslaan van CO₂

Een gevoelig punt is nog het afvangen en opslaan van CO₂. De milieubeweging en andere maatschappelijke organisaties zijn daar geen voorstander van en vinden dat de industrie moet aantonen dat het nodig en veilig is. Maar opslag van CO₂ is een tijdelijke maatregel. Ideaal is immers dat opgevangen CO₂, voor zover dat nog wordt geproduceerd, wordt hergebruikt voor andere doeleinden.

De grote vraag is nog wel of en hoeveel de overheid moet gaan bijdragen aan de transitie. Schattingen komen uit op 500 miljoen tot 1 miljard euro. Dat is een politieke discussie, die de komende maanden zal plaatsvinden. Planbureaus gaan nu ons voorstel bekijken doorrekenen.

Na de zomer gaat ons voorstel met het commentaar van de planbureaus naar het kabinet, en vervolgens eind september naar de Tweede Kamer. Alle commentaren worden daarna verwerkt tot een definitief akkoord dat naar verwachting eind dit jaar klaar is. Er zit dus flinke vaart in, en ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken. De afgelopen hete zomer heeft wel laten zien dat we niet meer kunnen wachten met maatregelen voor het klimaat.”