Thijs Aarten

Thijs Aarten
Voormalig bestuurder van KEMA

Dit stelt, adviseur Thijs Aarten, voormalig bestuurder van KEMA. Door integratie zijn ketens efficiënter te maken. Daarvoor is het nodig de totale lifecycle onder de loep te nemen. Aarten spreekt over samenwerking tussen de vijf O’s: ondernemers, overheden, omwonenden & organisaties (belangen), onderwijs en onderzoekers.

Leveranciers bijvoorbeeld kunnen al meedenken in het ontwerpproces. Het vraagt om precompetitieve kennisontwikkeling. Aarten: “Bedrijven hebben elkaar nodig, maar willen ook hun IP beschermen. Er is een balans nodig in openheid. In een startende markt, zoals die van ‘smart energy’, is het in het belang van de gehele keten dat de ontwikkelkosten laag zijn.”

Qua organisatie blijkt het goed om verbetertrajecten als projecten in te richten, stelt Aarten. “Projecten, waaronder diverse Kennisplatforms, zijn tijdelijk en die tijdelijkheid geeft gepaste druk. Het stelt een horizon. Om die reden werken pilots ook goed. Oplossingen die op kleine schaal hun werking hebben bewezen, kun je daarna eenvoudiger breed uitrollen.”

Lessons learned

Ook dient er meer aandacht te zijn voor lessen uit aanpalende branches. In de offshore gas- en olie-industrie is bijvoorbeeld veel kennis aanwezig die toepasbaar is bij nieuwe energieoplossingen. “Er zijn overeenkomsten tussen vraagstukken.

Partijen vanuit verschillende sectoren worstelen vaak met dezelfde problemen, maar benaderen ze door hun verschillende achtergrond op andere wijze. De ‘lessons learned’ moeten we verzamelen en breed beschikbaar maken. Er is een mechanisme nodig om op vertrouwelijke basis gegevens te delen en te anonimiseren, zodat we ze terug kunnen geven aan de bv Nederland. Dat is prima te organiseren.”

Maatschappelijke aanpassing

Een ander punt dat Aarten benadrukt, is eenduidigheid in informatievoorziening. Bij een vergunningsaanvraag bijvoorbeeld, maar ook het vaststellen van minimale eisen is van grote invloed op succes. Hij verwijst hierbij naar de keten voor elektrisch rijden. “Als duidelijk is wat de minimale specificaties zijn van een bepaalde oplossing, dan kan de markt ermee aan de slag. Daarmee creëer je een ‘level playing field’.”

Daarmee creëer je een ‘level playing field’.

Bij de communicatie pleit Aarten ook voor een sterke focus op maatschappelijk draagvlak. Eindgebruikers (burgers) moeten proactief bij de ontwikkeling worden betrokken. Er is maatschappelijke aanpassing nodig, maar die is niet vanzelfsprekend. De windenergieprojecten op land zijn daar een goed voorbeeld van. “Een concept kan alleen succesvol zijn als je het aanpast op de maatschappelijke opinie. Dat betekent dat je transparant moet zijn over je activiteiten en openstaat voor alternatieven. Je hoeft het niet allemaal eens te worden, maar ook de minderheidsstandpunten moeten gehoord worden.”

Overtuigingskracht en visie

Het aandachtspectrum is dus breed. Er zijn vele betrokkenen. De samenhang tussen alle factoren mag dan ook niet uit het oog verloren raken. Daarvoor zijn er ketenintegrators nodig. Aarten: “Goed samenwerken vraagt om overtuigingskracht en visie. Er zijn leiders nodig die mensen op de juiste manier kunnen overtuigen hun verantwoordelijkheden te nemen. Er is veel aandacht nodig voor hoe je dit op de juiste manier communiceert. Niet alleen richting de consument, maar ook intern binnen de keten.”