Nieuwe industriële revolutie

“De opdracht waarvoor wij staan is enorm”, stelt Gertjan Lankhorst, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor zakelijke Energie- en Watergebruikers (VEMW) en voorzitter van ‘werkgroep 75 procent’. Deze werkgroep, waarbinnen de twaalf grootste industriële CO2-uitstotende bedrijven samenwerken, maakt deel uit van de Industrietafel.

“De omvang van de opdracht die wij hebben, wordt naar mijn mening onderschat. Terwijl je echt kunt zeggen dat de veranderingen die nodig zijn een nieuwe industriële revolutie zijn. Ik durf zelfs te zeggen ‘de industriële revolutie is er niets bij’. Stel je maar even voor: 49 procent, dat is bijna een halvering van de huidige CO2-uitstoot. En in de twintig jaar erna moet de andere helft ook nog eens weg.”

Systeemaanpak

Zo’n drastische uitstootreductie van de industriële sector is mogelijk. “Maar je moet wel slimme oplossingen bedenken. Er moet echt sprake zijn van een heel goed samenspel tussen overheid en industrie. Je kunt het je niet veroorloven om te zeggen ‘jij doet dit en jij doet dat’.

Er is een systeemaanpak nodig, een masterplan waarbij je kijkt naar de energie-infrastructuur in Nederland, naar inspanningen en mogelijkheden per cluster bedrijven en per regio en naar hoe ontwikkelingen op elkaar aansluiten. Want als je de samenhang uit het oog verliest, gaan we het nooit redden.”

Elektrificatie en CO2-afvang en -opslag

Er zijn wat Lankhorst betreft twee grote opties. “In de industrie is veel meer groene elektriciteit nodig, ook voor processen waarvoor we nu nog aardgas gebruiken. Dat aardgas moeten we dus vervangen door elektriciteit. Denk bijvoorbeeld aan groene waterstof die door middel van elektrolyse wordt gemaakt en aan het gebruik van warmtepompen.

Een tweede maatregel die nodig is, is CO2-afvang en CO2-opslag. Je kunt er heel wat van vinden, maar zonder die toepassing komen we nooit aan de getallen die voor 2030 zijn genoemd. Dus totdat we iets slimmers bedenken, zoals hergebruik van CO2 of voorkomen dat je CO2 uitstoot, moeten we werken aan CO2-afvang en -opslag. En natuurlijk moeten we ook efficiënter omgaan met energie. Daar zit nog heel wat potentieel.”

Twaalf jaar

In 2016 noemde VEMW in haar rapport ‘Samen op weg naar minder’ mogelijkheden om de industriële sector CO2-neutraal te maken en VEMW heeft met hulp van McKinsey een plan van aanpak opgesteld voor de energietransitie. Deze studies zijn ingebracht aan de diverse klimaattafels en aan de hand van die studies werden en worden plannen gemaakt om veranderingen te kunnen realiseren.

“We moeten echter niet alleen plannen maken maar vooral ook verantwoorde en goed doordachte grote stappen zetten”, stelt Lankhorst. “Het lijkt misschien lang tot 2030 maar het is slechts twaalf jaar. Als je bedenkt dat een bedrijf ongeveer eens in de zes jaar groot onderhoud uitvoert aan zijn machinepark dan praat je over twee groot onderhoud periodes.

En in die twee periodes moet je dus heel grondig ingrijpen in de productieprocessen. We kunnen het ons als sector en als Nederland niet veroorloven tijd te verliezen.”

Tenderregeling

En dat betekent dat overheid en industrie samen moeten zoeken naar het juiste instrumentarium om de industrie in deze transitie te ondersteunen. “Het bedrijfsleven is zonder meer bereid om het overgrote deel van de benodigde investeringen te financieren. Maar voor de onrendabele top is een bijdrage nodig. Bijvoorbeeld een tenderregeling die de projecten beloont die per Euro subsidie de hoogste CO2-reductie leveren.”