Vooral de elektrificatie, de overstap van gas naar elektra, en de CO2-reductie zijn grote uitdagingen in de energietransitie. Ook het tempo van de transitieprocessen is van belang, stelt Dezentjé. “Want bedrijven moeten wel concurrerend blijven, maar de transitie biedt ook veel kansen. Technologie is de sleutel tot alle oplossingen voor de transitie.”

Zelflerende systemen

Volgens Dezentjé is digitalisering cruciaal om de gezette doelen te bereiken. Zo kunnen met kunstmatige intelligentie zelflerende systemen worden ontwikkeld. “Die kunnen vraag en aanbod van energie in balans houden, of thuis adviseren wanneer je het best de wasmachine kunt aanzetten. Tegelijk heeft een digitaal energiesysteem nieuwe risico’s: het kan bijvoorbeeld worden gehackt of er ontstaan softwarefouten. Overheid en bedrijven moeten samenwerken en hun kennis op dit punt delen.”

ICT maakt het mogelijk om energie efficiënt in te zetten. Het energiebedrijf van de toekomst is daarom een ICT-bedrijf, voorziet Dezentjé. Digitalisering verandert ook veel voor burgers: huishoudens worden kleine energiecentrales die zelf energie aan het elektriciteitsnet leveren. Binnen de FME is al een platform gelanceerd dat lokale energiemarkten mogelijk maakt. Huishoudens kunnen daar energie aan elkaar leveren. Zo worden lokale initiatieven steeds belangrijker.

Energiebesparing

Het gaat echter niet alleen om nieuwe technologieën: ook besparing van energie is van belang. Energiebesparende maatregelen zijn relatief goedkoop en dragen maximaal bij aan CO2-reductie.

Toch is hiervoor weinig aandacht in het voorlopige Klimaatakkoord. “Besparing wordt vaak gezien als bestaand beleid, terwijl het Klimaatakkoord gaat over nieuw beleid”, denkt Dezentjé. “Besparing is minstens zo belangrijk. Het zorgt voor een steeds groenere industrie, onder andere door gebruik van duurzaam opgewekte elektriciteit vanuit zon en wind.”

FME werkt momenteel aan een Klimaatroutekaart voor haar leden, waarin verschillende technieken voor verduurzaming worden doorgelicht.

Dezentjé benadrukt dat er, naast alle technologie, ook voldoende gekwalificeerd personeel moet zijn om de transitie mogelijk te maken. “Daar moeten we hard aan gaan werken.

Op dit moment is er bijvoorbeeld nauwelijks een windmolenmonteur te vinden. Die mensen zijn uiteraard wel nodig als er windmolenparken moeten komen. Het bedrijfsleven praat hier nu over met het onderwijs. Het moet wel een tandje sneller, want de technologie ontwikkelt zich snel en er is veel personeel nodig.”

Het is daarom vreemd dat er in Nederland een numerus fixus is op opleidingen voor kunstmatige intelligentie, vindt Dezentjé. “Dat zijn de beroepen van de toekomst en veel jongeren zijn daarin geïnteresseerd. Dan moet je niet de deur voor hen dichtgooien, want dan trekken studenten en hoogleraren weg naar omringende landen.

We moeten hier juist kennis ontwikkelen over de energietransitie, zodat we daarin voorop gaan lopen en kennis kunnen verkopen aan andere landen. We moeten mensen opleiden en kennis koesteren. Alleen zo kunnen we de energietransitie uitvoeren.”