Lian Merkx
Manager Programmateam Energie VNG

“We zijn op weg naar een nieuwe normaal, die mensen raakt in hun dagelijks bestaan. Daarbij is het uiterst belangrijk dat we samen optrekken,” stelt Lian Merkx, Manager Programmateam Energie VNG. Samen met de provincies en waterschappen heeft VNG een duurzame investeringsagenda opgesteld voor het nieuwe Kabinet.

De centrale boodschap;wees samen met ons een voorspelbare overheid, zodat de maatschappij weet waar ze aan toe is. Waarbij parallelle paden worden bewandeld en er ruimte is voor autonomie.

Daarnaast is het erg belangrijk dat innovatie zoveel mogelijk van onderaf komt. Merkx: “Alles moet uiteindelijk lokaal landen en een plekje krijgen in een wijk of veld. Je moet elkaar dus vertrouwen in plaats van constant de maat nemen. Daar zullen we een systematiek voor op moeten zetten.”

Vertrouwen in de energietransitie

Projecten worden zoveel mogelijk verdeeld over de bestuurslagen. De keuze voor energienetwerken past bijvoorbeeld op provinciaal niveau, windenergie op zee is een taak voor het Rijk. Waarbij de transitie naar aardgasloze woningen bij uitstek een vraagstuk voor gemeenten is, stelt Merkx.

Zodat ontwikkelingen in energie en mobiliteit (lees: elektrisch vervoer) op wijkniveau kunnen worden gekoppeld en hele straten tegelijk de overstap maken. “Door schaal wordt het immers goedkoper.” De sociale kant van de transitie mag volgens haar daarbij niet worden vergeten. “Mensen krijgen met nieuwe apparatuur te maken en moeten wellicht met hun buren samenwerken voor aanpassingen.

Bovendien heeft het gros van de mensen überhaupt nog geen interesse in dit onderwerp. Dus moet je ze extra goed helpen keuzes te maken en vertrouwen te krijgen in partners als aannemers en installateurs. Gemeenten spelen hier een bijzonder belangrijke rol bij. Wanneer de voordelen gelijk duidelijk zijn, wordt de energietransitie makkelijker.”

Uitvoeringsprogramma's

Onder de noemer Regionale Energiestrategie zijn er uitvoeringsprogramma’s ontwikkeld waarbij de vier overheden, gecoördineerd door VNG, dit kunnen testen samen met partners, zoals energiebedrijven. Vooral het gezamenlijk optrekken en beter samenwerken staat centraal. Merkx: “Samen ontwikkelen en delen we kennis.

''Sinds de energietransitie duidelijk op de agenda is gezet, worden regio’s ook steeds vaker door marktpartijen benaderd met nieuwe oplossingen''

De gemeenten, provincies en waterschappen toetsen die in de praktijk, de Rijksoverheid doet hieraan actief mee. Hierdoor zitten we vanuit de VNG diep in de haarvaten van gemeenten en weten we wat er speelt. Op die manier kunnen we achterhalen welke minimale kwaliteitseisen we moeten stellen voor trajecten. Wat onder andere belangrijk is richting investeerders, die willen weten wat ze kunnen verwachten.”

En de valkuil van bureaucratie? “De regio’s die nu lopen hebben een onafhankelijke procestrekker. Om te voorkomen dat we in bestaande structuren terugvallen en we met een frisse blik kijken”, aldus Merkx. Tegelijkertijd is er wel de verplichting op kwaliteit en oplevermomenten. Daarbinnen kunnen gemeenten hun eigen expertise inzetten. “We leveren kennis voor het oplossen van vraagstukken en bundelen informatiebehoeften ook, zodat we niet te veel overleg organiseren.”

Innovatieve aanpak

Om praktische ervaring op te doen met verduurzaming binnen de particuliere woningvoorraad zijn innovatieve aanpakken in het leven geroepen. In ruim vijftig projecten wordt gekeken wat werkt en wat niet. Van Energy Service Companies en opties voor VVE’s tot voorkomen dat mensen met een smalle beurs buiten de boot vallen.

''Het is noodzakelijk om open te staan voor burgers en op één lijn te zitten als overheid”

Gemeenten worden daarbij ondersteund door VNG en partners, maar krijgen vooral vrijheid om te experimenteren, stelt Merkx. “Het werkt doelgroep gericht en is er vooral erop geënt hoe je een gebied meekrijgt. Waarvoor je goed moet weten op welke plekken verschillende groepen mensen wonen.”

Sinds de energietransitie duidelijk op de agenda is gezet, worden regio’s ook steeds vaker door marktpartijen benaderd met nieuwe oplossingen. Van innovatie manieren om bewoners bij de transitie te betrekken tot energieopwekking uit oppervlaktewater.

Daarvoor zijn pitch-dagen in het leven geroepen. “Waarbij wij niet het idee beoordelen, maar ondernemers hun idee laten vertellen. Indien gemeenten er interesse in hebben, kunnen zij die bedrijven benaderen.” Wat weer aansluit op de bottom-up benadering. “Over vijftien jaar vraagt niemand zich meer af wat er aan de hand is. Om daar te komen is het noodzakelijk om open te staan voor burgers en op één lijn te zitten als overheid.”