Een (wellicht minder bekende) kandidaat om emissies naar beneden te schroeven is waterstof, zo menen de gasten in dit gesprek. De kansen en obstakels worden besproken door Barthold Schroot van EBN, Frederik de Vries van Twynstra Gudde, Steven Wilkins van TNO en Jörg Gigler van TKI Nieuw Gas. Ze reageren op acht stellingen.

1 Klimaatdoelen realiseren

Over de potentie van waterstof heerst consensus aan tafel; die is enorm en zeer divers. Of waterstof ook kan zorgen dat Nederland de klimaatdoelen haalt, zoals de eerste stelling luidt, is een ander verhaal. “Niet als enige oplossing”, reageert Schroot. “Zo zijn er alleen al voor de productie van waterstof andere bronnen nodig.” Er is eerder sprake van een energiemix, klinkt het aan tafel, maar hoe die eruitziet en wat het aandeel waterstof is, is nog niet te zeggen.

Nut heeft waterstof absoluut, zegt Gigler: “Waterstof is heel geschikt voor het transport en de opslag van het verwachte overschot aan energie uit wind en zon in 2050. Bovendien blijven moleculen nodig in de industrie. Waterstof moet deel uitmaken van een mix. We kunnen het ons niet veroorloven om één duurzame oplossing buitenspel te zetten, we hebben ze allemaal hard nodig.”

Wilkins is het met hem eens en voegt toe: “De transitie vereist flexibele scenario’s. Elektrificatie gaat een belangrijke plaats innemen en kan bestaan naast een waterstofinfrastructuur. Het is belangrijk om over grenzen heen te kijken, al zijn sommigen erg optimistisch over de rol van waterstof.”

2 Integrale visie

Wilkins benoemt het belang van een systeemaanpak als wordt gekeken hoe energiebronnen moeten worden ingezet. Zijn de heren het eens met de tweede stelling, die luidt dat waterstof een integrale visie op de energietransitie vereist? Schroot bestrijdt de stelling. Die impliceert volgens hem dat er eerst een visie op het energiesysteem moet zijn voor een aanvang met waterstof kan worden gemaakt. “Wachten is juist onverstandig omdat de urgentie zo hoog is. Nu al moeten er experimenten plaatsvinden op kleine schaal in de verschillende rollen die waterstof kan spelen.”

De Vries draait de stelling om, en zegt: “Waterstof kan op enorm veel plekken in het systeem een belangrijk aandeel leveren omdat het een energiedrager is die gebruikt kan worden in zowel industrie, mobiliteit als de gebouwde omgeving. Om waterstof optimaal te kunnen inzetten, moet eerst op integrale wijze naar de energietransitie worden gekeken.”Toch wordt duurzame of klimaatneutrale waterstof nog maar mondjesmaat toegepast, klinkt het.

De vraag is wie er in deze energiedrager wil investeren als er nog geen revenuen zijn. Mogelijk kan de overheid bijspringen met subsidiëring van onrendabele top, revolverende fondsen of garantstellingen, zegt De Vries. Schroot: “Nederland zit een beetje klem: we moeten haast maken met verduurzaming en experimenteren. Wil je hiervoor publiek geld aanwenden, dan moet je voor een no regret-optie kiezen. Waterstof is zo’n optie.”

3 Wet-en regelgeving

Waterstof wordt nu voornamelijk gebruikt als grondstof in de industrie. De toepassing als  energiedrager is betrekkelijk nieuw. Om waterstof sneller zijn intrede te laten doen, moet de overheid de wet- en regelgeving aanpassen, volgens de derde stelling.

Gigler onderschrijft deze en illustreert zijn mening: “In Zeeland wordt nu een gasleiding gebruikt om waterstof mee te transporteren, maar het duurde wel enkele jaren voordat dit mogelijk was. De wet stond alleen transport van aardgas toe. Daarnaast wordt waterstof beschouwd als chemisch product, en niet als energiedrager in bijvoorbeeld mobiliteit, waardoor er hoge veiligheidseisen aan verbonden zijn. Het systeem moet worden aangepast aan de gebruiksfunctie.”

Ook De Vries ziet op de oude situatie gebaseerde wetgeving als belemmering. “De overheid zou een oplossing moeten bedenken waardoor wetswijzigingen sneller kunnen worden doorgevoerd. Private partijen weten ook dat het wijzigen van dat ene regeltje in de wet wel eens drie jaar in beslag kan nemen en zijn daardoor terughoudend met investeren.”

Schroot: “Blauwe waterstof maken kan de waterstofeconomie op gang kan brengen”
 

Er vinden aanpassingen plaats, zegt Gigler. Maar hij vindt ook dat de rol van de burger niet moet worden onderschat bij de intrede van waterstof. Voor veel duurzame projecten bestaat gering draagvlak, vervolgt hij, waardoor het meekrijgen van de burger een uitdaging is. De Vries vindt dat dat eventuele waterstofprojecten niet mag gijzelen. “We moeten ervoor waken dat we in een status quo belanden waarin niemand iets doet.”

4 Kosten

Een andere manier om waterstof op grotere schaal te introduceren, is door de kostprijs ver te reduceren, zo luidt de vierde stelling. Gigler ziet daar wel mogelijkheden in. “Groene waterstof wordt op termijn goedkoper dan blauwe waterstof. De duurzame elektriciteit waarvan deze duurzame waterstof wordt gemaakt wordt ook goedkoper. Daarnaast kan de technologie efficiënter worden en treedt er eveneens kostenreductie op als gevolg van schaalvergroting.

Van belang is waarvoor waterstof wordt gebruikt en waarmee de stof concurreert. Dan nog blijft het de vraag wie hierin grootschalig wil investeren op de korte termijn. De overheid heeft tenders voor wind op zee. Die zou zij ook voor waterstoftankstations kunnen inzetten.”

De Vries gelooft zeer in opschalen, omdat er concurrentie mee wordt gecreëerd en dit de prijs uiteindelijk drukt. Hij denkt daarnaast dat de financiële steun die de overheid zou kunnen bieden ook kan worden ingezet voor technologische innovaties.

Wilkins: “De schaal is zeker belangrijk. Verder denk ik dat bepaalde componenten die hun dienst hebben bewezen ook elders kunnen worden ingezet, zoals brandstofcellen van bussen in vrachtwagens. Standaardisatie kan bijdragen aan kostenreductie.”

5 Blauwe waterstof

De gewenste reductie van CO2-uitstoot, waaraan waterstof een bijdrage kan leveren, moet volgens enkele tafelgasten al veel eerder worden gerealiseerd. Om deze snel te verlagen, en niet pas in 2050, is volgens de vijfde stelling blauwe waterstof nodig. Handelend vanuit het huidige energiesysteem zijn er nu al twee zaken die meteen effect kunnen sorteren, denkt Schroot. “De 800 kiloton waterstof die nu in de industrie wordt gebruikt blauw maken is er een.

Dit betekent dat de CO2 die vrijkomt wanneer waterstof uit aardgas wordt gehaald, wordt afgevangen en opgeslagen. Hoewel er discussie bestaat over afvang en opslag van CO2, kan dit al vrij snel plaatsvinden. Daarnaast kan een nog te bouwen waterstoffabriek blauwe waterstof maken om de waterstofeconomie op gang te brengen. Dit kan een opstapje zijn voor het ontwikkelen van een markt en infrastructuur voor waterstof.”

De Vries ziet nog bezwaren in de lopende discussie over de afvang en opslag van CO2 en vraagt zich af of die niet voor vertraging gaat zorgen. Gigler benoemt dat er bij dit soort inspanningen voor blauwe waterstof wel een prikkel moet blijven om toch vooral met groene waterstof aan de slag te gaan.

6 Snel uitvoeren en ombouwen infrastructuur

De uitrol van blauwe waterstof is snel uitvoerbaar, de bestaande gasinfrastructuur kan worden omgevormd en later groene waterstof makkelijk vervoeren, aldus de zesde stelling. Schroot denkt dat deze voor een belangrijk deel juist is. “Het lijkt me echter vooral belangrijk om nu een markt te ontwikkelen voor waterstof in plaats van dat de nadruk ligt op het gebruik van bestaande infrastructuur”, zegt hij.

De factor arbeid mag evenmin worden onderschat, vindt Gigler. Hij vraagt zich af of Nederland op termijn over de juiste mensen beschikt waar het werken met de leidingen betreft. De Vries: “Nederland is een gasland met veel kennis, ook in operationeel opzicht. Een dalende gasvraag heeft natuurlijk ook impact op de arbeidsmarkt, wellicht biedt waterstof hierin mogelijkheden.”

7 Mobiliteit

Hoewel waterstof diverse toepassingsmogelijkheden kent, zoals de tafelgasten benadrukken, is mobiliteit volgens hen bij uitstek een sector waarin veel winst kan worden behaald. Volgens de zevende stelling is waterstof dé oplossing voor een emissiearme invulling van de vervoersbehoefte.

Wilkins: “Ook in de mobiliteitssector gaat het vooral om een synergie van duurzame oplossingen, waarvan waterstof een onderdeel is. Naar verwachting rijdt in 2030 in sommige landen één op de 12 verkochte auto’s op waterstof en in 2050 25 tot 30 procent van de vrachtwagens volgens cijfers van de Hydrogen Council.”

Gigler: ”Waterstof moet deel uitmaken van een mix, het is geen silver bullet
 

Gigler meent dat bedrijfsleven en overheid op dit terrein best ambitieuzer kunnen zijn, aangezien alle oplossingen voorhanden zijn. Hierin kunnen en moeten de publieke en private sector veel meer met elkaar optrekken, zo klinkt het aan tafel. Gigler ziet een rol weggelegd voor de overheid als launching customer.

8 De kip of het ei

Wil waterstof op grote schaal worden ingezet in de mobiliteitssector, dan moet het kip-eiverhaal worden doorbroken, zo luidt de laatste stelling. In de huidige situatie wordt er geen waterstof met de functie energiedrager geproduceerd omdat er geen afname is, en koopt tegelijkertijd niemand waterstof omdat het simpelweg niet wordt gemaakt, verduidelijkt Schroot.

Gigler vindt dat er actie moet worden ondernomen om de potentie van waterstof te benutten en meent dat er afspraken moeten worden gemaakt over de toepassing van groene waterstof, over de vergoeding ervan en ook over garanties, waardoor risico’s voor de private sector worden beperkt.

De Vries zegt dat er partijen nodig zijn die, niet alleen in financiële zin, verantwoordelijkheid dragen.  Hij zegt: “Voor een versnelling van de transitie naar een waterstofeconomie is een intensieve samenwerking tussen publieke en private sector nodig, een samenwerking waarbij publiek en privaat samen investeren en samen risico’s dragen.”

Gigler gelooft dat duurzamere keuzes vanwege de urgentie soms meer moeten worden afgedwongen. “De lucht is van ons allemaal. Eisen die je stelt, stel je dan ook voor iedereen.”