Onderzoek naar de omzetting van licht in elektriciteit met behulp van zonnecellen. Dat is wat prof. dr. Wim Sinke al zijn hele studerende en werkende leven drijft. “De geschiedenis van zonnestroom begint in de jaren 50 van de vorige eeuw. De uitvinding kwam in zekere zin te vroeg, omdat er nog geen urgentie was om zonne-energie te gebruiken. Dat is een hele tijd zo gebleven.

Tijdens de oliecrisis in de jaren 70 werd duidelijk dat er iets moest gaan veranderen in de energievoorziening. Toen is er een versnelling gekomen in de ontwikkeling van de technologie. Het bleef echter een technologie die op kleine schaal werd gebruikt. Vooral omdat het qua kosten niet kon concurreren met conventionele energie.”

Wanneer is dat veranderd?

“Aan het begin van deze eeuw, toen Duitsland ervoor koos om de markt voor zonne-energie te stimuleren. Als gevolg daarvan werd het interessant om zonnecellen op grotere schaal te produceren en daalden kosten en prijzen. De productiecapaciteit, met name in China, groeide echter nog harder dan de markt.

Daardoor ontstond overproductie, kelderden de prijzen en gingen veel bedrijven failliet. Aan de aanbodkant van zonne-energie ontstond een wereldwijde crisis. Uit dat dal kruipen we nu langzaam omhoog.”

Hoe zit het met de toepassingskant?

“Die markt is steeds blijven groeien. Er staat nu wereldwijd meer dan 100 gigawatt aan zonnepanelen opgesteld. We verwachten dat we aan het begin van het volgende decennium de 1.000 gigawatt passeren en dat is nog maar het begin. Daarmee gaat zonne-energie op wereldschaal een significante bijdrage leveren.

De markt in Nederland groeit de laatste jaren ook als kool. Onlangs bereikten we de mijlpaal van 1 gigawatt. Die panelen dekken samen iets minder dan 1 procent van onze totale elektriciteitsbehoefte. Bescheiden, maar wel sterk groeiend. Op de lange duur moet een bijdrage van enkele tientallen procenten haalbaar zijn. Kijk maar eens rond in Nederland. Je ziet steeds meer zonnepanelen.”

Voldoen we aan alle voorwaarden om te groeien?

“In het kader van het Energieakkoord wordt gewerkt aan de randvoorwaarden van de groei van duurzame energie. We hebben op dit moment de salderingsregeling. Die werkt uitstekend, maar zal op langere termijn waarschijnlijk plaats moeten maken een ander instrument, passend bij de dan sterk gedaalde opwekkosten van zonnestroom. Het belangrijkste voor duurzame groei is investeringszekerheid.

Als die zekerheid er is, ontstaat er veel creativiteit in de markt.

Als je voor zonne-energie kiest en investeert, moet je zeker weten dat je het systeem kunt terugverdienen en er liefst nog iets aan kunt overhouden. Als die zekerheid er is, ontstaat er veel creativiteit in de markt. Omstandigheden die voor mooie businesscases kunnen zorgen. Je moet op de langere termijn weten waar je aan toe bent. We hebben het tijdperk van investeringssubsidies nu gelukkig achter ons kunnen laten. 

Bij zo’n subsidie verdwijnt na installatie grotendeels de financiële prikkel om het systeem ook op langere termijn goed te onderhouden. Daarom is het is heel belangrijk dat minister Kamp kort geleden heeft bevestigd dat de bestaande salderingsregeling tot 2020 blijft bestaan. In overleg met de sector zal een passende overgangsregeling voor de periode daarna worden gemaakt.”

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

“In de eerste plaats moet de prijs van complete systemen de komende jaren nog verder naar beneden om zonne-energie te kunnen laten concurreren op de elektriciteitsmarkt in de brede zin. Groothandelsprijzen van stroom zijn maar een fractie van de prijs van consumentenstroom. Uiteindelijk wil je natuurlijk ook in de groothandelsmarkt kunnen verkopen. Daarvoor moet zonne-energie nog goedkoper worden. Dat gaat niet vanzelf, er wordt hard aan gewerkt.

Het tweede punt heeft te maken met de capaciteit. Als je zonne-energie op hele grote schaal gaat toepassen, wordt invoeding in het elektriciteitsnet een aandachtspunt. Hoeveel kunnen we plaatsen (voorlopig nog heel veel) en hoeveel kunnen we in het net voeden, zonder dat we het net substantieel moeten aanpassen? De conclusie: als we de systemen netjes over het land zouden verdelen, kunnen we nog tot ongeveer 20 gigawatt in het net voeden.

Daarna moeten maatregelen worden genomen. Wanneer we veel systemen op een kluitje plaatsen moeten we daarmee trouwens al eerder aan de slag. We moeten zonne-energie ook op een goede manier ‘inbouwen’ in onze leefomgeving. Dat is de derde uitdaging. Het moet er goed uitzien. Integreer energiesystemen in de architectuur van gebouwen. Denk ook aan integratie in de infrastructuur, zoals geluidswallen, spoorwegen en dijken.

En uiteindelijk misschien wel heel zorgvuldig in het landschap, zonder dat dit storend hoeft te zijn. In de laatste, maar niet minste plaats moeten bij grootschalige toepassing van zonne-energie de installaties niet alleen hernieuwbaar zijn, maar ook volledig duurzaam. De mogelijkheden om te recyclen moeten bijvoorbeeld worden verbeterd. Ook dat gaat zeker gebeuren.”