Gerard van Amerongen
Directeur Holland Solar

Hoe kan je de kwaliteit van het werk en de veiligheid van de medewerkers op een voldoende peil handhaven in deze snel groeiende markt?

“Dit lijkt een algemene opmerking, maar zonnestroom is enorm snel gegroeid de afgelopen jaren. Dat is prachtig natuurlijk, maar dat heeft ook nadelen. Bedrijven moeten snel meegroeien. Er komen veel nieuwe bedrijven erbij – met minder ervaring - die moeten professionaliseren. Dat is een behoorlijke uitdaging. De kwaliteit is zeker prima in Nederland, maar dat is ook logisch. Wat we installeren moet zo’n vijfentwintig jaar meegaan en veilig zijn.”

“We hebben een ‘Zonnekeur’ keurmerk opgericht, voor professionele bedrijven in de zonne-energie, die weten waar ze het over hebben. Als consument moet je namelijk niet alleen kijken naar de goedkoopste prijs, maar de kwaliteit. Nu zijn er al dertig bedrijven met het keurmerk. Werken op het dak is gevaarlijk, je moet als elektrotechnisch monteur langdurig op het dak liggen en weten waar je mee bezig bent.”
 


Hoe trekken we de zonnewarmtemarkt weer op naar een niveau zoals we dat nu voor zonnestroom kennen?

“We verduurzamen de stroomvoorziening met wind en zonnestroom, maar we moeten wel trekken aan de warmte en koudevoorziening. Daar hebben we met zonnewarmte de techniek voor. Zonnestroom haalde de afgelopen jaren de zonnewarmte in en dat is niet de bedoeling. Om te blijven verduurzamen is het onvermijdelijk om naar zonnewarmte te kijken. De doelstelling is om in 2023 zes keer zoveel zonnewarmte te installeren, dan wat er nu ligt.”

“Eind september worden we geholpen door de nieuwe EU-regeling. Alle apparaten die warmte produceren in een bebouwde omgeving, krijgen een energielabel. Dat is een goede manier om zonnewarmte te laten zien. Als je vroeger beschikte over de beste CV-ketel, dan kon je nooit meer dan een ‘A-label’  krijgen. Met duurzame warmte kom je daar wel bovenuit, met een warm water toestel met drie plusjes met zonneboiler.”

“De sector moet nieuwe producten blijven ontwikkelen en zich verder bekwamen in innovaties als zonnewarmte. Er moet energieneutraal gebouwd worden na 2020 en daar mikken wij sterk op. Daar ligt een taak van de overheid, om ervoor te zorgen dat er in de transitieperiode een gelijk speelveld van technologieën blijft.”
 


Hoe zorgen we ervoor dat de stakeholders zich blijven realiseren dat een succesvolle energietransitie alle duurzame technieken nodig heeft en dat een gezamenlijke "sterke vuist" nodig is om succesvol te zijn?

“Het klinkt voor de hand liggend, maar met de totstandkoming van het energieakkoord is “duurzame-energie” opeens volwassen geworden. Iedereen herkent zich in duurzame technologieën. Partijen beschikken over een behoorlijk zelfbewustzijn, maar succes moet nooit een kortdurend succes zijn. Het gaat er om dat de groei de komende twintig jaar doorzet. We kunnen nog geen halleluja roepen. Nog steeds lopen we achter op Duitsland. We komen er pas als alles, centraal en decentraal, duurzaam wordt opgewekt.”

“Ik ben blij met de VDE. De vereniging geeft de mogelijkheid om meer aandacht te brengen aan duurzaamheid en op professionele manier samen te werken. Dat is voor de branche belangrijk, want duurzaamheid groeit, maar de middelen staan onder druk en er moet wel een overkoepelend orgaan zijn dat het grote geheel aandacht geeft.”

“Het gaat niet alleen om de veiligheid van de monteur op het dak. We moeten ook een duurzaam vervolg geven aan de saldering van zonne-energie (het verrekenen van de energie die de consument zelf opwekt met de energie die verbruikt is van het energiebedrijf, red.) . Mensen moeten zekerheid hebben dat ze hun investering terugverdienen. Het is een belangrijk mechanisme en dat mag niet ondoordacht ter discussie staan. Daar zijn nu volop discussies over en moet beleidsmatig goed geregeld worden. Gelukkig geeft het Energieakkoord in ieder geval een ijkpunt.”