“Met een terugtrekkende overheid en minder belastingen kunnen burgers immers zelf bepalen wat ze met hun geld doen. We betalen echter nog steeds dezelfde belasting terwijl de overheid kleiner is”, zegt Van Eijck.

Op het moment van spreken is hij druk doende met de vernieuwing van het convenant Ruimte voor Geven tussen het kabinet en de filantropische sector dat in 2011 van kracht werd. In april 2014 moet het zijn getekend, zo zegt hij. Toch zijn er ook kritische geluiden. “Zoals de Commissie Van Dijkhuizen die afschaffing van de giftenaftrek voorstelt, een advies op basis van slecht onderbouwd onderzoek vanuit een verkokerde fiscale visie. Lariekoek. De giftenaftrek en de ANBI-regeling zijn juist een absolute voorwaarde om de relatie tussen overheid en de filantropische sector te versterken.”

De as

Juist met deze fiscale regelingen geeft de overheid een stimulans en een signaal hoe belangrijk zij filantropie vindt, zegt Van Eijck. “Bovendien is het de as waar de samenwerking om draait. De belangeloze financiële inzet van goede doelen en vermogensfondsen is beeldbepalend voor onze samenleving”, stelt hij. “Het behoud van cultuur en natuur, armoedebestrijding, wetenschappelijk onderzoek, de hulp aan kwetsbare ouderen, sportende jongeren, het is allemaal mogelijk dankzij de hartverwarmende inzet van het maatschappelijk middenveld. Wel dient de burger meer inzicht te krijgen en moet het kaf van het koren worden gescheiden.”

Centraal punt

Reden waarom er een centraal informatiepunt filantropie moet komen, zegt voorzitter Van Eijck, dat gerealiseerd gaat worden door de Kennisbank filantropie. Doel is om alle ANBI’s hierin onder te brengen, aangezien deze nu niet altijd goed vindbaar zijn. “De burger kan er terecht voor meer informatie over goede doelenorganisaties. Ook wordt het een centrum voor onderzoek en beleid. Resultaat is enorm veel informatie, waardoor er meer bekendheid over de filantropische sector ontstaat.”

Van Eijck is zeer positief. “Nederlanders kunnen stevig mopperen, maar intussen bekommeren ze zich wel degelijk om elkaar en om de rest van de wereld. Internationaal moeten we die positie benutten door het versterken van het vestigingsklimaat voor goede doelen en vermogensfondsen.”