We kennen allemaal het Concertgebouw en het Rijksmuseum. Ze ontstonden ooit vanuit particulier initiatief. En ook nu nog zouden deze wereldvermaarde instituten niet kunnen bestaan zonder de hulp van vermogende particulieren. Deze filantropen opereren meestal in alle stilte. Ze ondersteunen niet alleen musea en concertzalen, ze steken ook geld in bijvoorbeeld achterstandswijken en onderwijs voor kansarme kinderen. Rien van Gendt vertegenwoordigt als voorzitter van de FIN de vermogensfondsen in Nederland. “Niet alles hoeft een succes te zijn; je kunt een risico nemen.”

Rien van Gendt is niet alleen in Nederland een belangrijke vertegenwoordiger van vermogensfondsen; hij is wereldwijd invloedrijk binnen de filantropie. Onlangs ontving hij voor zijn werk de prestigieuze Compass Prize. Deze prijs wordt alleen onder uitzonderlijke omstandigheden uitgereikt aan pioniers en visionairs van de filantropie.

Wat is filantropie?

“De Nederlandse overheid definieert het als ‘het vrijwillig geven van geld, goederen of inzet door particulieren, bedrijven en fondsen voor het goede doel’. De jaarlijkse economische waarde van filantropie in Nederland wordt geschat op ongeveer vijf miljard euro. Daarbij gaat het om de vrijwillige inzet van individuen met geld, tijd en kennis om het algemeen belang in Nederland te dienen.”

Wat is de waarde van filantropie in Nederland?

“De overheid kan slagvaardig werken, maar als vermogensfonds heb je een ander soort accountability. Niet alles hoeft een succes te zijn; je kunt een risico nemen. Neem bijvoorbeeld de IMC weekendschool. ‘Kansarme’ kinderen krijgen op deze school een oriëntatie op een beroep. In de praktijk blijken deze jongeren het veel beter te gaan doen in het reguliere schoolsysteem. Inmiddels is het concept van de weekendschool gevestigd in achterstandswijken van zeven Nederlandse steden. Dit succesvolle experiment had de overheid nooit kunnen doen. Vermogende particulieren maakten het mogelijk.”

Filantropie groeit. Hoe komt dat?

“De groei wordt onder meer veroorzaakt door de terugtredende overheid. Daarnaast zien we dat steeds meer vermogende particulieren iets terug willen doen voor de samenleving. Daar lopen ze niet mee te koop. Ze geven het fonds vaak een naam die geen relatie heeft met de familienaam. Er is een generatie in opkomst die tijdens haar werkzame leven geld opzij zet voor het publieke doel. We hebben tussen de twee- en drieduizend van dit soort fondsen in Nederland. De helft daarvan is ontstaan na het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. De fondsen worden tegenwoordig steeds vaker opgericht bij leven. Dat is een groot verschil met vroeger.”

Waarom is het belangrijk om de belangen van de fondsen te behartigen?

“Professionalisering is heel belangrijk. Wat is de impact van de gift, wat betekent good governance in deze sector, hoe werk je samen en wat zijn de internationale mogelijkheden? Het is ook belangrijk om elkaar te leren kennen. Binnen de FIN (Vereniging van Fondsen in Nederland) zien we clusters ontstaan. Fondsen die onder één thema prima samenwerken en kennis delen. Heel lastig is het ook dat er weinig bekend is over de fondsen. Daar zijn ze zelf overigens ook vaak mede debet aan. De fondsen vertonen een calvinistische trek: goede werken doe je in stilte. Ze laten onvoldoende zien hoe ze met privaat geld de kwaliteit van de samenleving veranderen. Het gevolg is dat de politiek regelmatig met wetgeving komt die geen rekening houdt met de belangen van de fondsen. Via onze belangenbehartiging kunnen we hier iets aan doen.”

Hoe ziet de toekomst van filantropie eruit?

“Heel positief, met een aantal trends. Venture philanthropy is in opkomst. Dit betekent dat eenmalige giften worden vervangen door langdurige projecten rond thema’s als sociale zekerheid, onderwijs en cultuur. Er wordt ook steeds vaker in plaats van een subsidie een renteloze lening of een garantie verstrekt. Dan bevorder je ondernemerschap. Een tweede trend is dat steeds meer fondsen niet alleen de revenuen op de beleggingen besteden, maar ook een deel van het vermogen inzetten voor de doelstelling van het fonds. Het moet dus ten goede komen aan de missie. Het Fonds 1818 bijvoorbeeld, brengt vijf procent van het vermogen onder in een revolving fund. Daarmee worden investeringen gedaan waarmee de doelstelling wordt gediend. Zij stoppen bijvoorbeeld geld in stadsherstel. Een investering met een laag financieel rendement, maar het fonds accepteert dat omdat er ook een maatschappelijk rendement is. Tenslotte, met privaat geld kun je het verschil maken; soms ben je de luis in de pels van de overheid.”