Vermogensfondsen hebben ook een andere rol: ze kunnen langlopende en minder aansprekende, maar voor de samenleving cruciale projecten, ondersteunen. “Een belangrijk verschil tussen fondsenwervende organisaties en vermogensfondsen is dat de laatste zich meer kunnen richten op effectiviteit van het werk”, zegt Rien van Gendt, voorzitter van de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN).

“Waar fondsenwervende organisaties vooral veel energie steken in de relatie met donateurs, zijn voor de vermogensfondsen de subsidieontvangers de belangrijkste ‘klanten’. Donaties binnenhalen is niet een probleem, het geld ís er al. De vermogensfondsen hoeven ook niet jaarlijks hun successen te laten zien. Daardoor kunnen ze meer naar de langere termijn kijken.”

Nederland kent vermogensfondsen met tal van verschillende goede doelen en achtergronden. Driehonderd hebben zich verenigd in de FIN, die zich naast belangenbehartiging en kennisdeling als taak heeft gesteld een beleid van maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie te bevorderen. “Net als de fondsenwervende organisaties willen ook vermogensfondsen transparant zijn”, verklaart Van Gendt. “Ze willen in de eerste plaats verantwoording afleggen aan de gevers. Meestal is het bedrijf of de familie in kwestie vertegenwoordigd in het bestuur. Ook willen zij hun toegevoegde waarde voor de maatschappij laten zien.”

Vermogensfondsen unieke rol

Daarnaast moeten de vermogensfondsen verantwoording afleggen aan de overheid om in aanmerking te komen voor de anbi-status, oftewel de belastingvrijstelling voor algemeen nut-beogende instellingen. “Eén stap verder is de verantwoording op vrijwillige basis aan het grote publiek”, vult de FIN-voorzitter aan. “Want ook een vermogensfonds zet zich in voor een betere maatschappij en wil dat het goede doel draagvlak heeft in de samenleving.”

Om de unieke rol voor de samenleving toe te lichten, noemt de FIN-voorzitter enkele voorbeelden. De eerste is de Stichting Democratie & Media, die zich als doel heeft gesteld pluriforme media in een democratisch bestel te bevorderen. De tweede is de Van Leer Foundation, waar hij zelf bestuurslid van is en die de ontwikkeling van het jonge kind steunt. “We doen iets extra’s voor kinderen tot 6 jaar, zodat ze hun potentieel kunnen benutten en ook om te voorkomen dat ze later voortijdig school verlaten en dat meiden ongewenst zwanger worden. Het effect merk je pas als de kinderen ouder zijn.”

Stoutfonds oprichten

Vermogensfondsen kunnen volgens Van Gendt ook nog een andere rol vervullen. In een column beschreef hij onlangs hoe de Start Foundation een Stoutfonds oprichtte. Dat fonds was bedoeld om eventuele boetes te bekostigen voor werkgevers die jonge illegale asielzoekers een stageplaats aanboden en om een proefproces uit te lokken. Het initiatief leidde ertoe dat een rechter in Den Haag in mei 2012 oordeelde dat illegale scholieren recht hebben op een stage. “De fondsen hebben een convenant gesloten met de overheid”, schrijft Van Gendt. “Tegelijkertijd hebben wij ook als taak de overheid scherp te houden en de luis in de pels te zijn.”