Binnen dit domein is Kievit gepromoveerd op social venturing entrepreneurship , een zakelijke aanpak van filantropie. “Na een fase van succes is het vaak tijd voor een fase van betekenis,” zegt hij. “Concreet kan dat gestalte worden gegeven door met investeringen maatschappelijke problemen te lijf te gaan. Belangrijk is de manier waarop dat gebeurt, namelijk de zakelijke en ondernemingsgewijze aanpak. Een vermogende familie houdt veel scherper toezicht op investeringen. Ook al hebben ze geld gedoneerd, en hoeven ze daar niet direct commercieel rendement voor terug, dan wil dat niet zeggen dat ze niet hoeven te weten hoe het wordt besteed. Er ontstaat bij social venturing entrepreneurship een soort ‘vreemde ogen dwingen-principe”.

Transformaties

Het hele programma van minister Ploumen beschouwt Kievit als een resultaat van de vraag naar meer efficiency. “Voor noodhulp, zoals op de Filippijnen, heb je gewoon overheid en giften nodig,” stelt Kievit. “Het is onmenselijk om daar te zeggen ‘dat gaan we zakelijk aanpakken’. Maar binnen de hele ontwikkelingssamenwerking wint de zakelijke manier van werken terrein. Bij de grotere organisaties, die budgetten voor ontwikkelingssamenwerking distribueren, zie je dat de laatste jaren er steeds meer social venturing ondernemers in een raad van advies of in de directie worden opgenomen. Door de crisis worden hulporganisaties gedwongen om zich aan te passen en beter te ondernemen. Op Nyenrode zijn we samen met Cordaid bezig met het ontwikkelen van een programma waarbij de problematiek rond sloppenwijken zakelijker wordt benaderd om zo een beter beroep te kunnen doen op de grote bedrijven voor steun.”

Social entrepreneurship zorgt volgens Kievit voor transformaties in twee richtingen. “In de wereld van filantropie, maar ook binnen commerciële entrepreneurship. Een hoop bedrijven krijgen het verwijt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen een soort cosmetische beweging is. Dat komt omdat het niet bij hun bedrijfsvoering past. Social venturing entrepreneurship heeft veel meer van ondernemen in zich en dat slaat beter aan bij bedrijven.”