‘Donderdag 30 juli 2015 hebben de Verenigde Naties in een resolutie alle landen opgeroepen een einde te maken aan illegale jacht op en handel in wilde dieren. Een historisch moment: het is voor het eerst dat een dergelijke resolutie met betrekking tot Wildlife Crime, is aangenomen.’

Voor Henk Simons, adviseur biodiversiteit bij IUCN NL (de Nederlandse tak van de International Union for Conservation of Nature) is het duidelijk: “Als deze trend doorzet dan verdwijnt de populatie in veel gebieden, omdat de natuurlijke aangroei niet opweegt tegen het tempo van de stroperij.”

Nadat het algehele verbod op handel in ivoor uit 1989 en beschermingsmaatregelen leidden tot herstel van de Afrikaanse olifant, is het aantal afgeschoten olifanten de afgelopen acht jaar weer enorm toegenomen. Op dit moment kan men zelfs spreken van een verdubbeling van de cijfers ten opzichte van 2007 (ongeveer vijentwintig- à dertigduizend olifanten per jaar). “Je ziet twee duidelijke hotspots waar de stroperij zich concentreert”, vertelt Simons. “Ten eerste is er de regio Centraal Afrika waar met name op de bosolifant wordt gejaagd. Ook op de savannes van Tanzania en Mozambique wordt veel gestroopt. Je kunt stellen dat een aantal factoren samenhangen met de toename van stroperij”, gaat hij verder. “Zo wordt intensieve stroperij en ivoorhandel sterk gelinkt aan het bewapenen van milities in conflictgebieden, en is er een link te leggen met corruptie en een zwak bestuur. Dit zorgt ervoor dat er nauwelijks vervolging van betrokkenen plaatsvindt. Ook is er sprake van een toename van de vraag naar ivoor vanuit Azië, en dan met name uit China.”

Positieve ontwikkeling door samenwerking

De handel in ivoor lijkt bovendien steeds meer samen te hangen met internationale misdaad. Simons: “Aanpak van het probleem zal dus ook internationaal, en op verschillende niveaus binnen de gehele keten moeten plaatsvinden. Inmiddels werken organisaties als Interpol, de Wereldbank en UNDOC (United Nations office on Drugs and Crime) al intensief samen, maar ook de lokale gemeenschap moet bij de aanpak van stroperij en ivoorhandel betrokken worden. De afgelopen twee jaar zijn er door betere samenwerkingen positieve ontwikkelingen in gang gezet, maar we hebben een lange adem nodig om het tij weer te kunnen keren.”