Gaan donaties niet grotendeels op aan kantoor- en personeelskosten? Wat blijft er werkelijk over voor hulpverlening of wetenschappelijk onderzoek? Controle is nu nog vrijwillig, maar er gaan steeds meer stemmen op voor wettelijke registratie en toezicht.

“Ongeveer 80 procent van de inkomsten uit fondsenwerving valt onder ons keurmerk of certificaat voor kleine goede doelen”, zegt Adri Kemps, directeur van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). “Dat betekent dat wij minimaal de jaarrekening en het jaarverslag controleren. Toch kunnen we nog niet helemaal uitsluiten dat er malafide praktijken zijn in de wereld van de goede doelen. Nog steeds krijgen we meldingen dat op straat of huis-aan-huis goededoelenkaarten worden verkocht of wordt gecollecteerd voor eigen gewin. Op internet duiken zelfs fake-organisaties op die om geld vragen.”

Landelijk collecterooster

Er zijn op dit moment verschillende manieren waarop goede doelen kunnen worden beoordeeld, legt Kemps uit. Voor collectes moeten instellingen bij de betreffende gemeente een vergunning aanvragen voor fondsenwerving in de openbare ruimte. Daarnaast is er een landelijk collecterooster, zodat het publiek op internet kan controleren of een collecte is aangemeld. Een collectant moet zich ook altijd kunnen legitimeren met een bewijs van het goede doel waar hij of zij voor inzamelt.

De algemene wet- en regelgeving biedt ook mogelijkheden voor controle. “Organisaties mogen niet misleiden”, aldus Kemps. “Als wij klachten ontvangen of wanneer wij zelf vermoeden dat er iets niet in de haak is, kunnen wij daarop actie ondernemen.”

Giften in natura

Een belangrijk controlemiddel is volgens Kemps ‘naming and shaming’. “Normen die we ook voor ons keurmerk hanteren zijn: onafhankelijk bestuur, integere fondsenwerving en verantwoorde besteding. Bedrijven vinden het voor hun goede naam belangrijk dat zij in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen fondsen steunen die transparant zijn en een keurmerk of certificaat hebben.”

Bij sponsoring, zeker als een bedrijf in natura een bijdrage levert door expertise of diensten beschikbaar te stellen, wordt door bedrijven steeds meer gekeken of het bedrijf en de goededoelenorganisatie bij elkaar passen. “Er worden heldere afspraken gemaakt”, aldus Kemps. “Wat verwachten de partijen van elkaar, hoe vindt de verantwoording plaats? Giften in natura dienen te worden gewaardeerd tegen de reële waarde in Nederland.”

Transparantie goede doelen

Nederland is één van de meest ‘vrijgevige’ landen (in totaal 4,7 miljard per jaar). Dat maakt de noodzaak van transparantie nog groter. Toch is het meten van impact door alle instellingen vrijwel onmogelijk, tekent Kemps aan. “Er moet altijd ruimte blijven voor innovatie. De realiteit is dat bijvoorbeeld bij donaties of sponsoring voor wetenschappelijk onderzoek de resultaten soms beperkt of zelfs nihil zijn. Dat blijft nu eenmaal een risico. We vinden wel dat je ook mislukte projecten moet verantwoorden aan het geefpubliek. Een andere beperking is dat wij alleen Nederlandse organisaties kunnen controleren.” 

Kemps bepleit, ten slotte, dat de overheid verplicht stelt dat fondsenwervende goede doelen met een omzet van meer dan 50.000 euro geregistreerd worden. “Alleen als de overheid ons meer bevoegdheden geeft, kunnen wij alle grote instellingen controleren. Controle is nu nog vrijblijvend, dat moet echt veranderen. Daar heeft het geefpubliek recht op.”