Dit stellen directeur Annemarie van Doorn en bestuurslid Bram Adema van de Dutch Green Building Council (DGBC), de netwerkorganisatie voor duurzaam bouwen. Ze vertellen meer over de transitie naar een circulaire economie.

Een circulaire economie betekent dat grondstoffen en producten maximaal worden hergebruikt en dat waardevernietiging zo klein mogelijk wordt gehouden. Ook bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving wordt steeds meer circulair gedacht. Bram Adema vertelt: “Duurzaam bouwen en beheren breidt zich nu verder uit door meer na te denken over - en rekening te houden met - hergebruik van alle materialen.

Niet alleen de grondstoffen, maar bijvoorbeeld ook het sloopmateriaal van een gebouw. Ook de omgeving van gebouwen wordt meegenomen in de plannen zodat er een mooi duurzaam geheel tot stand komt. En dat liefst zonder verspilling van grondstoffen en restproducten.”

Twee kringlopen

Het circulaire systeem heeft twee materiaalkringlopen. Er is een biologische kringloop waarbij reststoffen terug de natuur in gaan, en, een kringloop van producten of onderdelen daarvan die hergebruikt kunnen worden, omdat bij het maken ervan al is nagedacht over hergebruik. “Een circulaire economie is omvangrijk en heeft ook een financiële beloning. Gebouwen blijven langer bestaan, en als het toch gesloopt moet worden levert het restmateriaal ook geld op”, aldus Annemarie van Doorn.

Toekomstvisie voor een gebouw

Van Doorn en Adema ontkennen niet dat circulair bouwen natuurlijk ook een investering vraagt. Van Doorn: “Het is zaak om al in de ontwerpfase het circulaire te bespreken. Hoe later in het proces dit aan de orde komt, hoe lastiger het wordt om de financiering rond te krijgen.”

Adema: “Circulair gaat uit van het zo lang mogelijk gebruiken van gebouwen. Goed voor het rendement (er is geen leegstand) en voor de circulaire gedachte omdat er geen sloop is. Elke vastgoedeigenaar zou een toekomstvisie moeten hebben voor zijn gebouw. Denk aan kantoren, wonen en zorg in één.”

Van geld naar geluk

Bestaande gebouwen aanpassen kan volgens van Doorn en Adema het best gebeuren op een ‘natuurlijk’ moment zoals bij het aflopen van een huurcontract. “Elke eigenaar heeft wel een budget voor energie, onderhoud en renovatie. Spaar dat een tijdje op en zet het dan in om een gebouw circulair te maken.

Dan betaalt het zichzelf uit doordat de waarde vergroot wordt.” Van Doorn stelt dat de focus niet altijd op geld hoeft te liggen. “Gezonde medewerkers in een gezond gebouw zijn ook belangrijk, daar is nu veel aandacht voor.”

De DGBC is een van de ondertekenaars van de Green Deal Circulaire Gebouwen. Dit is een samenwerking tussen overheid, bedrijven en instellingen om het gedachtegoed van de circulaire economie op actieve wijze te vertalen naar gebouwen. “Er doen inmiddels talloze organisaties en bedrijven aan mee en dat worden er steeds meer,” zegt Adema.

“We merken dat er steeds meer aandacht komt voor maatschappelijke waarde en verdere verduurzaming.” Van Doorn besluit: “Ook een kleine stap kan een goed begin zijn, de circulaire economie is niet alleen voor grote organisaties, maar ook voor een gemiddeld mkb-bedrijf binnen de eigen mogelijkheden.”