Maurice van Rooijen

‘Laat de nieuwe generatie de huidige generaties helpen’

Maurice van Rooijen is business strateeg bij Movares, strategisch adviseur Duurzame Leverancier en founder van Jonge Geesten. Met Jonge Geesten biedt hij een label dat de verschillende generaties met elkaar verbindt en laat co-creëren.

‘De Bouw & Infra moet bereid zijn om een radicale omslag te maken. Het ‘gesloten’ systeem van de sector leent zich prima voor circulair denken. Dat besef lijkt langzaam te komen. Zo heeft NLingenieurs het Tijdelijk Innovatieteam Circulaire Economie Bouw opgericht. Bouwend Nederland heeft onlangs steun toegezegd voor de pilot ‘circulaire’ marktplaats van de Duurzame Leverancier.

Op de circulaire marktplaats kunnen partijen ‘grondstoffen’ en restproducten, zoals gebruikt zand, gratis aanbieden. Het moet nog blijken of het initiatief, onder de naam circulaire leverancier, kans van slagen heeft. Vanuit de markt wordt er in ieder geval enthousiast op gereageerd.’

Omslag naar duurzaamheid

Het is namelijk niet langer een keuze hoe er met duurzaam en transparant zijn wordt omgegaan. Het bepaalt de toekomst van de ongeboren generatie. De sector is nog te sterk gericht op een goed verdienmodel en te weinig op een betere wereld.

Daarnaast moet het besef komen dat de sector de omslag naar meer duurzaamheid niet alleen kan maken. Partijen binnen maar ook buiten de sector moeten elkaar gaan helpen om tot betere oplossingen te komen. Daar zijn formele en informele leiders voor nodig. De co-creatie ‘stappen’ van theory U en/of creatiespiraal kunnen helpen met die bewustwording. Daarnaast kunnen de verschillende generaties veel beter met elkaar samenwerken.

Benut elkaars kwaliteiten om bedrijfsprocessen te optimaliseren. Laat de nieuwe generatie de huidige generaties bijvoorbeeld helpen met nieuwe technologieën. Zorg ervoor dat huidige generaties de nieuwe generatie on-the-job blijven trainen. Op die manier ontstaat er een proactieve uitwisseling van informatie, kennis en wijsheid.

Wacht men tot de babyboomers met pensioen zijn, dan lopen organisaties het risico hun kernwaarden te verliezen. Je kunt geen toekomst creëren zonder ‘ervolutionair’ denken, ofwel met meer respect gaan kijken naar wat was en met compassie naar wie gaan komen.’


Karin Sluis

‘Hoe blijven we de concurrentie wereldwijd voor’

Karin Sluis is algemeen directeur van Witteveen+Bos en werd onlangs verkozen tot ‘Meest krachtige persoon in de Infrasector’.

‘Het besef van het belang van duurzaamheid is er binnen de sector, getuige Green Deal Duurzaam GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw) waarin overheid, kennisinstituten en markt samen de GWW-sector duurzamer willen maken.

We zien dat de duurzaamheidsprincipes er wel zijn, bijvoorbeeld dat je de hele levenscyclus moet bekijken als je een weg ontwerpt. Hoe je die principes vertaalt naar echt duurzame ontwerpen, is nog volop in ontwikkeling. Binnen Witteveen+Bos werken we volgens een aantal ontwerpregels waardoor onze ontwerpen bijvoorbeeld klimaatbestendig zijn.

In de universiteiten zijn dit soort ontwerpregels nog in onderzoek en daardoor vind je ze bijvoorbeeld in de handboeken van Rijkswaterstaat nog niet terug. Een mooi voorbeeld hoe overheid, kennisinstituten en bedrijven in de praktijk bezig zijn is Building with Nature.

De Zandmotor illustreert prachtig hoe natuurlijke stroomprocessen voor de kust kunnen worden benut.Een ander aspect is: hoe maak je de projecten duurzaam voor alle stakeholders, bijvoorbeeld weggebruikers én omwonenden?

Samen streven naar productontwikkeling

Het is lastig om innovaties in projecten te brengen. Enerzijds is dat een opgave van de overheid, die moet innovatie meer in de aanbestedingen brengen. Anderzijds moet de markt meer doen aan innovatieve productontwikkeling. De overheid heeft weliswaar een cruciale rol, zij zijn meestal de opdrachtgever.

Maar diezelfde overheid kiest vaak voor zekerheid en dat is begrijpelijk gezien de grote verantwoordelijkheid die ze heeft. Daarom wordt binnen de Green Deal Duurzaam GWW gezamenlijk vastgesteld welke innovatieprojecten prioriteit krijgen.

Tevens wil ik benadrukken dat er veel te winnen valt als het gaat om duurzaam gebruik van hoog opgeleide professionals. Waar we in Nederland voor moeten waken, is dat we teveel tijd kwijt zijn aan het uitvoeren van controles en bureaucratie. Dat staat innovatie echt in de weg. Ik pleit voor meer duurzame samenwerking binnen en tussen organisaties waarbij vertrouwen de basis is. Dat is echt nodig willen we de concurrentie wereldwijd voor blijven.’


Ingrid de Bondt

‘Overheden halen meer kennis en kunde in huis’

Ingrid de Bondt is gedeputeerde verkeer, luchtvaart, grondzaken bij Provincie Zuid-Holland. Als provinciebestuurder is zij onder andere verantwoordelijk voor grote projecten als de Rijnlandroute.

‘Ik denk dat we in Nederland op een punt staan dat we allemaal goede bedoelingen hebben als het gaat om duurzaamheid, maar dat het in de praktijk toch lastig is om er echt mee aan de slag te gaan. Op dit moment is de tendens dat risico’s steeds meer bij marktpartijen worden neergelegd en dat staat innovatie in de weg.

Overheden zijn de afgelopen tien jaar kleiner geworden, maar hoe kun je als opdrachtgever projecten op duurzaamheid beoordelen als je niet meer over de benodigde expertise beschikt? Op dit moment zie je dat overheden toch weer meer kennis en kunde in huis halen.

Innovatiekracht inzetten

Contracten moeten dusdanig vorm krijgen dat de kracht, kennis en kunde van de markt er beter in benut kunnen worden. In tracébesluiten komt bijvoorbeeld precies vast te liggen wat er wordt gebouwd. Is het tracébesluit eenmaal onherroepelijk, dan moet de gekozen oplossing worden uitgevoerd, ook al komt de aannemer met slimmere ideeën.

Dat moet anders kunnen. Tegelijkertijd is een omschakeling lastig: tracébesluiten geven omwonenden meer rechtszekerheid en overheden kunnen er risico’s mee afdekken. Willen we die innovatiekracht vanuit de markt kunnen inzetten dan zullen we meer onzekerheden moeten inbouwen en meer openheid van zaken moeten geven.

Maar ook nieuwe duurzame oplossingen durven in te zetten. Burgers willen betrouwbare wegen en geen proeftuinen. Vasthouden aan het oude leidt echter niet tot verduurzaming. Bij een nieuw type asfalt of nieuwe verlichting is van tevoren niet precies in te schatten waar het toe leidt. Terwijl het misschien wel leidt tot extra kosten en overlast als blijkt dat de innovatie niet werkt.

Dat risico moeten we nemen. Willen we echt sprongen maken op het gebied van duurzaamheid, dan zullen we de infrastructuur beschikbaar moeten stellen voor nieuwe initiatieven en verder moeten kijken dan ons eigen project. Daarom heb ik in de provincie Zuid-Holland twee wegen aangewezen, een grote en een kleine, waar innovaties getest mogen worden. Want het is doodzonde als bedrijven hun goede ideeën niet kunnen uitvoeren, omdat ze niet getest kunnen worden in de praktijk.’