Hiermee kunnen we bij de inkoop van producten en materialen al rekening houden, zegt Cuno van Geet van Rijkswaterstaat. De Rijksoverheid initieerde enkele projecten die zich richten op circulariteit.

“Het begrip circulair inkopen kent verschillende definities, maar heeft in ieder geval als kenmerk dat er producten worden 'aangeschaft' waarvan de grondstoffen zo veel mogelijk kunnen worden hergebruikt. Om dit te bereiken is ketensamenwerking essentieel, waarbij inkoop een belangrijk deel vormt in de keten. In een lineaire economie gaan stoelen die een bedrijf koopt normaliter na het einde van de levensduur de verbrandingsoven in.

In een circulaire economie worden er met de fabrikant afspraken gemaakt over het terugbrengen van de stoelen en opties tot hergebruik. Ook wordt bekeken waar het eigenaarsschap het beste belegd kan worden. Belangrijk is dat de fabrikant verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van het product om het vervolgens te kunnen hergebruiken”, zegt Cuno van Geet, senior adviseur circulair inkopen bij Rijkswaterstaat.

Oneindig gebruik

Een gesloten keten waarin er dankzij hergebruik bijna geen grondstoffen meer nodig zijn, lijkt vooralsnog een utopie, al stipt Van Geet aan dat sommige plastics wel al oneindig recyclebaar zijn. “Op grote schaal alleen nog producten gebruiken met volledig recyclebare grondstoffen is nog een enorme uitdaging.

Die begint bij onszelf en bij de vraag in welk proces van het bedrijf je kunt beginnen. Veelal is dat eerst aan de achterkant, bij het afval. De Rijksoverheid besteedde ooit jaarlijks een miljoen aan de verbranding van vertrouwelijk papier. Nu verkopen we dit papier aan marktpartijen om te recyclen, wat jaarlijks een half miljoen oplevert.”

Projecten

Rijkswaterstaat zette verschillende projecten op waarbij de rijksdienst met andere overheden en marktpartijen de mogelijkheden van de circulaire economie verkent. Kantoormeubilair van de Nederlandse departementen bijvoorbeeld, moet circulair worden.

“Onderzoek leerde dat er nauwelijks meer nieuwe stoelen en tafels gekocht hoeven te worden en dat het bestaande 'stoelenpark' kan worden hergebruikt. Dat klinkt simpel, maar zo ver zijn we nog lang niet. Zowel de inkoop en rijksorganisatie als de markt moeten veranderen; geen nieuwe producten, alleen nog diensten om te ‘renoveren’ voor hergebruik”, zegt Van Geet.

In een ander project waren de computers van de rijksdienst aan de beurt. Vanuit het oogpunt van vertrouwelijkheid waren die voorheen na een jaar of drie voorbestemd voor de shredder.

Dankzij speciale software die data wist kunnen de computers tegenwoordig nog zo’n drie jaar elders functioneren (op scholen bijvoorbeeld) waarmee de levensduur is verdubbeld. Een bedrijf maakt de computers geschikt voor hergebruik en ontvangt deze na zes jaar weer retour om de zeldzame metalen eruit te laten halen.

Demontabel

“Circulariteit vinden we ook terug in sommige gebouwen die bijna volledig demontabel zijn met onderdelen die opnieuw kunnen worden ingezet. Hiervoor zijn wel zuivere elementen nodig, dus gelden er hogere eisen bij de inkoop en fabricage. Hergebruik treffen we in het kantoor van Alliander in Duiven.

In dit pand zijn materialen gebruikt van het gebouw dat er daarvoor stond, zoals staal. De expertise van een bouwer van kermisattracties werd ingezet om hiermee een sterke constructie te maken, die na zijn functie in het nieuwe gebouw ook weer uit elkaar is te halen, om her te gebruiken.”

Bewustzijn

Enerzijds zijn er al veel bedrijven die bezig zijn met circulariteit, zegt Van Geet. Maar in branches zoals de IT is de uitdaging groot. “Die sector is dermate gefragmenteerd en gedomineerd door

mondiale spelers dat het niet eenvoudig is om grote slagen te maken. Voor een circulaire economie moeten alle partijen in een keten samenwerken. De overheid kan haar invloed als grootste inkoper inzetten en een verschil maken door te investeren in alternatieve inkoop. Echte successen boeken we pas als anderen daarin meedoen.”