Bij de Nederlandse Spoorwegen is duurzaamheid opgenomen in het beleid. “Want duurzaamheid wordt steeds belangrijker”, zegt Carola Wijdoogen, directeur Duurzaam Ondernemen bij de NS. “Onze klanten verwachten het ook van ons. Duurzaamheid speelt een rol bij de keuze van mensen voor vervoer. De trein is vijfenzeventig procent schoner dan de auto. Die voorsprong willen we uiteraard behouden en uitbouwen.”

Acties

Carola Wijdogen

Carola Wijdogen
Directeur Duurzaam Ondernemen bij de NS

Het beleid moet vervolgens worden vertaald naar concrete acties. Een voorbeeld: de NS is een van de grootste energieverbruikers in Nederland. Hoe kan dat nog duurzamer? Wijdoogen legt uit: “We hebben onlangs met andere spoorvervoerders een contract afgesloten met Eneco om windenergie speciaal voor het elektrische treinverkeer te gaan leveren. Daarmee groeit het aanbod groene stroom in de markt enorm en kunnen onze reizigers vanaf 2018 klimaatneutraal reizen. Daarnaast doen we veel aan energiebesparing. We willen in 2020 vijftig procent energie-efficiënter rijden, onder meer met nieuwe, zuinigere treinen en een door onze machinisten ontwikkelde methode om steeds zuiniger te rijden.”

Duurzaamheid houdt tevens in dat men zich prettig voelt in de trein. Veel reizigers vinden het leuk om in de trein andere mensen te ontmoeten. “Daarom reizen wij regelmatig door het land met de SocialCoupé”, vertelt Wijdoogen. “Daar kan men ontmoeten en ervaringen delen. Zo hadden we rond Valentijnsdag het thema flirten en was er recent een workshop over de EU. In de treinen is ook de stiltecoupé een manier om prettiger te reizen.”

Een bedrijf moet de medewerkers meekrijgen in het duurzame denken. De NS doet dat met ambassadeurs op verschillende plekken in de organisatie. “Van machinisten tot kantoormedewerkers en van conducteurs tot technici… We willen met elkaar in gesprek blijven”, zegt Wijdoogen. “Want vaak komen de beste ideeën van de werkvloer. Verandering werkt het best als je steeds kleine stapjes maakt. Dat geeft snel resultaat en stimuleert iedereen om verder te gaan, zeker als veranderingen vanuit de organisatie zelf komen.”

Besef kweken

Jan van Schilt

Jan van Schilt
Directeur Bedrijfsvoering bij Lucertis Kinder & Jeugdpsychiatrie, voor kind-, jeugd- en gezinshulpverlening

Ook Jan van Schilt is bezig met de duurzame toekomst van de instelling. Hij is directeur Bedrijfsvoering bij Lucertis Kinder & Jeugdpsychiatrie, voor kind-, jeugd- en gezinshulpverlening. Momenteel worden zorgtaken voor kinderen en jongeren overgeheveld naar gemeenten.

Deze transitie is een veranderproces met verschillende stappen: “In een organisatie is het belangrijk om eerst het besef te kweken dat verandering nodig is en te proberen om mensen op één lijn te krijgen. Wij willen dicht bij onze cliënten (kinderen, jongeren en hun ouders) hulp bieden zodat zij snel herstellen.

Medewerkers en teams krijgen daarom zelf meer verantwoordelijkheid en autonomie. Dat is wel wennen voor iedereen. Voorheen was de organisatie als het ware een groot schip, nu worden we meer een vloot van vele kleine bootjes. Die zijn flexibeler dan een groot log schip, maar het is wel een grote verandering. Daarom is het belangrijk om met medewerkers in gesprek te blijven. Zo bestendig je het besef van urgentie.”

Decentralisatie vraagt ook meer samenwerking met gemeenten en andere organisaties, onder meer om expertise te bundelen en te borgen. “Je moet je meer openstellen naar elkaar. Ook dat zijn organisaties niet gewend, maar we gaan al wel bij elkaar kijken en geven elkaar feedback.”

Snel feedback

Het risico bestaat wel dat medewerkers bij een kleine tegenslag terugvallen in oude patronen. “Ook daarom is communicatie belangrijk”, stelt Van Schilt. “Het is goed om snel feedback te geven en te bespreken wat er fout ging. Zo geef je de medewerkers en de teams meer vertrouwen en voorkom je dat een bootje losraakt van de vloot.”

Bestaat met alle veranderingen niet het risico dat de organisatie vooral met zichzelf bezig is en de cliënt wordt vergeten? Van Schilt denkt van niet: “We blijven steeds in gesprek met onder meer ouders en scholen. We willen juist van onze cliënten horen wat zij nodig hebben. En daaromheen onze organisatie bouwen.”