Wat NEVI voor u kan betekenen
 

“NEVI biedt u een uitgebreide kennisbank met meer dan 1.200 documenten, waaronder studiemateriaal, artikelen uit (internationale) vakbladen, onderzoeken en actueel nieuws. Bovendien vindt u op onze website handige checklists en tools die u ondersteunen in het behalen van uw MVI-doelstellingen. Verdiep uw kennis! Laat u inspireren. Ga naar www.nevi.nl/mvi

Duurzaamheidslabels geven inkopers in Nederland een goede basis, maar de ambitie blijkt eigenlijk al hoger te liggen. “Labels kunnen helpen om zaken op korte termijn te veranderen”, stelt Erik van Assen, Netwerkmanager bij het kennisnetwerk voor inkoop- en supplymanagement, NEVI.

“Ze geven duidelijkheid richting klanten. Voor de lange termijn is vooral de attitude van de organisatie belangrijk.” Labels zijn het minimum en dat is niet voldoende voor Alliander, stelt Directeur Inkoop Rob Beukeboom. “Een stelregel die we hebben, is dat we meer moeten doen dan het gemiddelde in de markt.

Wat dat gemiddelde is houden we zelf in de gaten en daar stemmen we onze strategische doelen op af.” Hij is er eerlijk over dat Alliander ook niet weet wat de juiste route naar een optimaal resultaat is, maar er zijn in ieder geval duidelijke aandachtspunten vastgesteld.

CO2-reductie, inclusie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en circulariteit staan boven aan de lijst. “Het zijn de piketpaaltjes die we hebben geslagen en waar we in 2020 meetbare resultaten op willen hebben geboekt.” Het is de juiste weg, meent Bart Vos, Professor Inkoopmanagement aan Tilburg University. “Je moet keuzes durven maken en daar gericht beleid op voeren.”

Zelf omarmen

Verduurzaming komt doorgaans op twee manieren op gang: door interne keuzes of doordat de klant erom vraagt. Bij Verstegen Spices & Sauces is het eerste het geval. Sharlet Millard, Manager Inkoop: “Nu wij er al een tijd mee bezig zijn, zie ik klanten steeds meer vragen en eisen stellen.

Het geeft een voorsprong als je het eerst zelf omarmt.” Het bedrijf heeft de afgelopen jaren verschillende ketens verduurzaamd. “We wilden zelf weten hoe duurzaam we zijn en daar controle op hebben. We zijn echt naar de boeren gegaan om te zien hoe het eraan toegaat. Via ‘backwards integration programma’s’ van leveranciers kan je het proces precies volgen en er is geen labeling nodig.”

Doordat niet ieder bedrijf de gehele keten in beheer kan nemen, merkt Karin van IJsselmuide, kennismanager bij NEVI op, dat er in de dagelijkse inkooppraktijk juist een toenemende behoefte aan informatie en bewijs van duurzaamheid door de hele keten komt.

“Partijen willen ook weten of toeleveranciers van hun eigen leverancier volgens de juiste richtlijnen werken.” Vos waarschuwt daarbij wel voor doorslaan naar een ‘afvink-cultuur’. “We zullen moeten blijven investeren in de dialoog met leveranciers over hoe het anders kan.”

Verbeterplannen

De dialoog aangaan blijkt een terugkerend onderwerp bij het opzetten van een goede MVI-praktijk. Zo ziet Millard het bij elkaar brengen van operatie, inkoop en leveranciers als belangrijke eerste stap. Een tweede is het houden van audits door het gehele bedrijf heen.

“We onderzoeken ook wat stakeholders en collega’s die aan de lijn staan over duurzaamheid kunnen vertellen”, aldus Millard. “Het is belangrijk om je visie zo breed mogelijk gedragen te krijgen. Je werkt allemaal samen.” Beukeboom voegt eraan toe dat de duurzaamheidsvisie duidelijk aanwezig moet zijn in de top. Wat onder andere betekent dat inkopers de vrijheid en ruimte krijgen om daadwerkelijk aan de slag te gaan.

“En als ze dat niet zelfstandig oppakken, dan worden ze daarop aangestuurd.” Vos haakt in: Ik zie nog te vaak dat MVI initiatieven stranden  in de leemlagen van organisaties. Mensen worden afgerekend op financiële targets. Bij het toekennen van budgetten gaat het vaak al fout. Initiatieven worden geblokkeerd terwijl ze op lange termijn voordeel opleveren.” Wat volgens Van IJsselmuide het belang onderstreept van het gebruik van MVI-verbeterplannen.

“Daarmee kun je stakeholders eerder meenemen in je ideeën en geef je heel duidelijk aan wat de opbrengsten op lange termijn zijn. Bij het volgen van de NEVI 2-opleiding Expert, is het maken van een MVI-verbeterplan inmiddels zelfs een tentamen-eis.”

Beukeboom: “Je mag je vooral niet laten afleiden door de korte termijn. Dat risico is er wel. Duurzaamheid moet je naar de core-business van je bedrijf trekken, anders kun je het gevoel krijgen dat je lekker bezig bent aan de periferie, terwijl je nog lang niet op niveau bent.”

Informatie op een rijtje

Sprekend over eigenschappen die een gunstige invloed hebben op de praktijk, merkt Van Assen op dat koplopers verder kijken dan hun eigen afdeling. “Zij vragen zich bijvoorbeeld af of er over tien jaar nog wel voldoende grondstoffen zijn. En of ze R&D-activiteiten moeten opstarten om daar alternatieven voor te ontwikkelen.”

Verduurzaming staat vrijwel gelijk aan innovatie en dat betekent ook dat er ruimte voor experiment moet zijn. Soms gaat er iets goed, soms niet. Vos: “Je moet durven benoemen wat er fout ging zonder dat er gelijk koppen rollen.” Beukeboom merkt dat het voor inkopers lastig is om zelf alle informatie op een rijtje te hebben. Het is zinvol om te kijken wat er in de markt is en daar als beroepsgroep actiever in op te stellen.

Door een succesvolle MVI-aanpak te kopiëren, kun je wel met verduurzaming starten.

Van IJsselmuide verwijst hierop naar de ontwikkeling van de nieuwe internationale richtlijn Duurzaam Inkopen (ISO Sustainable Procurement), die houvast biedt bij de overgang naar een nieuw standaard duurzaam inkoopmodel, waarin kennis over de keten en verantwoordelijkheid nemen daarvoor centraal staat.

“Er is al veel te winnen door mee te gaan in de slipstream van koplopers. Dat is misschien niet vanuit een intrinsieke drijfveer, maar door een succesvolle MVI-aanpak te kopiëren, kun je wel met verduurzaming starten en krijg je de boel wel aan het rollen”, aldus Van IJsselmuide. En door ermee bezig te gaan, kan het voor andere gebieden wel intrinsiek worden, vult Vos aan.

Tussen de oren

Verduurzaming is hard nodig, maar betekent voor een gemiddelde inkoper ook een praktijk die complexer wordt. Er komen zaken bij, maar er gaat niets weg. En er zijn gewoonten, waar niet iedereen even makkelijk van af kan stappen.

“Bij de aanbesteding van schoonmaak hebben we zelf een bodemprijs aangegeven om overmatige prijsconcurrentie te voorkomen”, illustreert Beukeboom. “Verschillende aanbieders gingen er toch onder zitten.” Toch is er een duidelijke, positieve ontwikkeling te zien. Nieuw afgestudeerden hebben MVI al tussen de oren zitten. Vos: “Er wordt steeds meer voor duurzaamheid als thema binnen studies gekozen. De invloed die dat heeft op de praktijk wordt langzaamaan duidelijk.”

Bij deze opgaande lijn blijft het cruciaal om vanuit een breed gedragen strategie een zo praktisch mogelijke insteek te nemen. Zaken behapbaar maken en de aandacht richten op dingen waar je als inkooporganisatie invloed op hebt. Vos: “Kijk waar de kernpunten liggen en stel daar vragen over. Wie kan kortetermijnwinst leveren? Wie op lange termijn?” “Het is zaak om constant scherp te zijn. De lange termijn kan niet genoeg worden benadrukt”, sluit Beukeboom af.