Van wijk is ook duurzame energie-ondernemer, over een integraal systeem, waarbij gebruikers energie produceren en gebruiken op de plek waar zij deze nodig hebben.

Van Wijk onderscheidt vier componenten van het energiesysteem, die aan verandering onderhevig zijn. Namelijk energie voor klimaat (verwarmen en koelen), voor transport, voor elektriciteit en voor ‘feedstock’ in de industrie waar producten van worden gemaakt. Grofweg maken ze alle vier een kwart uit van onze energie behoefte.

Ze veranderen op hun eigen manier en beïnvloeden elkaar daarbij ook. Volgens van Wijk is een duurzaam energiesysteem dan ook geen optelsom van losse zonnepanelen en windmolens, maar is er een totaal nieuw integraal systeem nodig. Bij de component klimaat is er zelfs geen sprake van een echt energieprobleem.

“Het gaat eigenlijk om besparing en opslag”, stelt Van Wijk. “Door isolatie en slimmer gebruik van warmte en koude, zoals WKO-systemen. In eerste instantie kunnen we warmte en koude  opslaan in de grond, maar daar komen steeds handiger technieken voor, zoals thermochemische warmte-opslag.”

Zelf opwekken

Bij transport is elektrisch rijden de grote trend. Aanvullend op batterijen wordt in de toekomst steeds meer gebruik gemaakt van brandstofcellen, die zelf elektriciteit produceren uit waterstof. En ook in huis, waar de elektriciteitssector nu levert, volgt de overgang naar zelf schone energie opwekken.

Aanvullend op batterijen wordt in de toekomst steeds meer gebruik gemaakt van brandstofcellen.

Via zon, wind en biomassa bijvoorbeeld. Cruciaal voor een nieuw systeem is volgens Van Wijk dat verschillende toepassingen gebruik kunnen maken van dezelfde bron aangezien deze is om te zetten in verschillende vormen. “Zo kunnen we vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen. Het overschot dat zonnecellen opleveren, kan gebruikt worden voor de elektrische auto, via opslag in batterijen of via omzetten van elektriciteit naar waterstof.”

Visie creëren

Ontwikkelingen in energie zijn niet los te zien van de veranderende manier waarop en wat we produceren. Van Wijk wijst bijvoorbeeld op plastics van biobased materialen, die de vraag naar olie doet afnemen. Met ‘additive manufacturing’, zoals 3D-printing, komt de productie decentraal te liggen. Dat deze zaken op grote schaal toegankelijk worden, staat volgens de hoogleraar buiten kijf. Wel uit hij zorgen over de snelheid waarop dat gebeurt.

“We mogen niet de gevestigde orde in stand willen houden en bevoordelen ten nadele van nieuwe concepten. Er moet visie gecreëerd worden om innovatiebeleid gericht in te zetten.” Afsluitend wijst hij op de stap naar de praktijk. “Er wordt veel onderzoek gedaan. Het is tijd om dit te vertalen in producten, diensten en systemen en deze te promoten.”