Er zijn vele aanwijzingen dat het klimaat verandert. De temperatuur en de zeespiegel stijgen, gletsjers smelten en er is vaker extreem weer met veel neerslag, hoge temperaturen en harde wind. “Dit jaar hebben we daarvan al veel meegemaakt”, vertelt deltacommissaris Wim Kuijken.

Hij schrijft ieder jaar het Deltaprogramma en is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. “Er was eerst veel hoogwater, reden om voor het eerst alle vijf de stormvloedkeringen te sluiten. Later was er veel wateroverlast in onder meer Limburg en Twente. De zomer was extreem droog, met lage rivierstanden en weinig water. Naar verwachting zal dit allemaal vaker gaan gebeuren.”

Drie thema’s

Het KNMI stelt met andere instanties scenario’s op voor toekomstige weersomstandigheden, die de leidraad zijn voor beleidsmaatregelen. Het Deltaprogramma kent drie thema’s: waterveiligheid (hoe beschermen we ons tegen hoogwater?), zoetwatervoorziening (is er voldoende zoet water voor iedereen?) en ruimtelijke inrichting (het aanpassen van de buitenruimten aan extreem weer).

Deze thema’s zijn verwerkt in plannen voor de komende jaren. “Daar zijn heel veel partijen bij betrokken, zoals waterschappen, gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat.”

Alle maatregelen zijn gericht op preventie. Kuijken noemt het een spannende opgave: “We moeten er alles aan doen om de opwarming van de aarde te stoppen. Als dat niet lukt, hebben we in ons laaggelegen land echt een probleem.”

Maatregelen

De afgelopen jaren zijn verschillende maatregelen genomen, zoals aanpassing van dijken en meer ruimte voor rivieren. Er zijn nieuwe veiligheidsnormen opgesteld met de vele kennis die de afgelopen decennia is opgebouwd. “Mensen en economieën achter de dijken worden daarmee beschermd”, aldus Kuijken. “Tot 2050 wordt in dit programma ruim twintig miljard euro geïnvesteerd. De beschermingsniveaus worden aangepast aan de veranderende omstandigheden.”

Ook is er een strategie ontwikkeld voor betere zoetwatervoorziening. Zo is het waterpeil in het IJsselmeer dit jaar flexibel gemaakt. “Het IJsselmeer voorziet een derde van Nederland van zoet water”, zegt Kuijken. “Met een flexibel peil kunnen we water langer vasthouden in droge periodes.

Een andere maatregel is het vergroten van wateraanvoer door rivieren, met bijvoorbeeld meer gemalen en grotere rivierbeddingen. Dat rivierwater houdt het zoute water vanuit de zee tegen. Dat kan bijvoorbeeld ook met zoetwaterbellen onder de duinen of met grondwater. Er zijn veel mogelijkheden om op langere termijn de droogte het hoofd te bieden.”

Aanpassing van de buitenruimte is gericht op het opvangen van hevige buien of hitteperiodes, bijvoorbeeld met groen in plaats van tegels, meer schaduw, aangepaste riolering en wateropvang. Dit is een moeilijk aspect in de plannen, want iedere stad of dorp is weer anders. “Het is maatwerk. Gemeenten en waterschappen moeten hiervoor goed samenwerken.”

Voldoende tot 2050

Onderzoeksinstituut Deltares heeft recent onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van een versnelde zeespiegelstijging. De conclusie is dat de huidige aanpak in het Deltaprogramma tot 2050 voldoende is om gevolgen van zeespiegelstijging te beheersen, maar na 2050 kan die stijging versnellen.

“Daarom is meer onderzoek nodig naar de effecten van de versnelde zeespiegelstijging voor de bescherming van ons land”, zegt Kuijken. “Bovendien moeten we meer onderzoek doen naar adaptieve maatregelen: maatregelen die zo ontworpen worden dat we ze in de toekomst makkelijker kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Bijvoorbeeld meer of minder zand om de kust op z’n plek te houden.”

Kuijken realiseert zich dat nog steeds niet iedereen overtuigd is van klimaatverandering. “Feit is wel dat de zeespiegel en de temperatuur stijgen. Dat meten we. Los van de oorzaak daarvan moeten we maatregelen nemen. Het is verstandig om ons nu voor te bereiden en alert te blijven. De hete zomer van dit jaar laat wederom zien dat het probleem urgent is.”