Problemen door extremen

“Klimaatadaptatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.” Dirk-Siert Schoonman (dagelijks bestuurslid van waterschap Vallei en Veluwe en bestuurslid Unie van Waterschappen) en Paul de Beer (wethouder in Breda) betogen dat iedereen daar een rol in heeft. “Klimaatadaptatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

De klimaatverandering brengt meer extremen met zich mee: aan de ene kant langere perioden van hitte en droogte, aan de andere kant meer en hevigere buien. Door het extremere weer kunnen problemen ontstaan, vertelt Schoonman.

“En de klimaatsverandering lijkt sneller te gaan dan aanvankelijk werd gedacht. Afgelopen zomer was er veel wateroverlast in bijvoorbeeld het zuiden en midden van Nederland. Er waren hevige clusterbuien die we eigenlijk helemaal niet gewend zijn.”

Economisch belang

De problematiek is voor steden anders dan voor landelijke gebieden. In steden, met veel mensen en bedrijvigheid, kunnen huizen of winkels onderlopen. Landelijke gebieden en natuurgebieden kunnen korte en hevige regenval meestal wel aan, maar bij langere wateroverlast kan schade ontstaan aan bijvoorbeeld gewassen.

Nu het weer extremer wordt, is het belangrijk dat de overheid en andere partijen samen werken aan oplossingen.

Er is dus een groot economisch belang, ook omdat mensen bij hitte plekken in de stad gaan mijden, waar ondernemers door gedupeerd worden. Nu het weer extremer wordt en uiteraard niet bekend is waar toekomstige buien gaan vallen, is het belangrijk dat de overheid en andere partijen samen werken aan oplossingen.

Daarom is de Stuurgroep Ruimtelijke Adaptatie opgericht, met partijen zoals provincies, gemeenten en waterschappen. Schoonman en De Beer zitten beiden in die stuurgroep.

“We werken nu aan een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dat onder het Deltaprogramma valt, met verschillende scenario’s om problemen vanwege klimaatverandering te lijf te gaan”, laat Schoonman weten.

Modellen

Het Deltaprogramma brengt de problematiek in kaart en adviseert aan gemeenten en waterschappen om aan de hand van modellen te analyseren wat er kan gaan gebeuren.

Welke gevolgen zijn er bijvoorbeeld als in een stad in korte tijd zestig millimeter of zelfs nog meer water valt? Welke overlast vinden we acceptabel en welke oplossingen zijn er? “We willen bijvoorbeeld geen wateroverlast in een technische ruimte van een ziekenhuis”, geeft Schoonman als voorbeeld. “Dus zijn oplossingen nodig om dat te voorkomen, samen met bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers.”

Inmiddels zijn al enkele pilotprojecten gestart. Bijvoorbeeld Amsterdam Rainproof, met allerlei initiatieven van burgers, bedrijven en organisaties. Er is een informatieve website met ook tips wat iedereen zelf kan doen tegen wateroverlast. Maar het gaat niet alleen over water.

Ook hogere temperaturen kunnen voor overlast zorgen. Er kan schade optreden in de land- en tuinbouw, maar hitte kan ook leiden tot ziekenhuisopnamen of verminderde arbeidsprestaties. Schoonman vertelt dat integrale oplossingen nodig zijn. “Het sleutelwoord is ‘groen’.

Als stenen worden vervangen door begroeiing, kan het water beter de grond in. Tegelijk zorgt begroeiing voor verkoeling bij warm weer. In steden kunnen bijvoorbeeld parkeerplaatsen of straten anders worden ingericht. In tuinen kunnen tegels worden vervangen door groen, of met een grindbak kan de riolering worden ontlast. Zo kunnen burgers ook zelf bijdragen aan oplossingen. ”

Uitdaging

Door klimaatverandering is het weer dus grilliger en heviger, en extremen volgen vaak kort op elkaar. De ene maand kan het warm en droog zijn, de andere maand kan op dezelfde plek wateroverlast zijn. “Dat was in het verleden bijna niet denkbaar”, vertelt De Beer.

In stedelijk gebied is hittestress een steeds belangrijker onderwerp.

“In stedelijk gebied is hittestress een steeds belangrijker onderwerp. Water moet goed worden afgevoerd, maar het is ook nodig om het goed vast te houden. De uitdaging is om daar lokaal en regionaal oplossingen voor te bedenken.

Bijvoorbeeld ten zuiden van Breda zijn veel zandgronden met risico op verdroging, terwijl in de stad zelf en ten noorden daarvan water juist snel moet worden afgevoerd.”

Waterschappen en gemeenten kunnen ‘tandems’ vormen om samen te werken aan oplossingen, stelt De Beer. “Maar feitelijk moeten we er met ons allen mee aan de slag. We vinden een warme zomer natuurlijk lekker, maar we gaan ook steeds meer de nadelen ervan zien. De overheid kan dit niet alleen oplossen, dat moeten we echt samen doen.”

Iedereen kan bijdragen

Er zijn al initiatieven en ideeën op kleine en op grote schaal, vertelt De Beer. “Een maatregel is bijvoorbeeld de vergroening van een schoolplein in Breda. Gras en groene speel- en waterplekken in plaats van tegels zijn samen met kinderen en ouders gecreëerd. Iedereen kan dus iets bijdragen.

Belangrijk is dat we beseffen dat het probleem collectief is. Als mensen meer groen in hun tuin aanbrengen in plaats van alleen maar tegels, doen zij dat niet alleen voor hun eigen perceel maar ook voor de waterhuishouding in de straat of de wijk. Kleine bijdragen hebben samen een grote impact.”

Wat betreft de hittestress is het van belang dat er meer koele plekken komen in een stad. Dat kan door de openbare ruimte anders in te richten. Groen wordt niet meer alleen geplaatst omdat het mooi is, maar krijgt een belangrijke functie met het oog op waterhuishouding en verkoeling.

En water wordt niet meer alleen via het riool afgevoerd, maar ook op andere manieren. “Klimaatadaptatie moet in alle projecten en ontwerpen worden verwerkt”, aldus De Beer. “Zowel in landschapsontwikkeling als in stedenbouw en mobiliteit.

Klimaatadaptatie moet geen aandachtspunt zijn van één persoon op een afdeling, maar het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat vraagt een nieuwe manier van werken en een positieve benadering van de vraagstukken. Met als uiteindelijk doel een klimaatbestendig Nederland.”