“We zien al geruime tijd de gevolgen van klimaatverandering. Vorig jaar, met de heftige regenval en hagel op 23 juni, resulteerde deze voor de Limburgse landbouw in een schade van 200 miljoen euro.

Een sector die natuurlijk cruciaal is voor de voedselvoorzieningen. De effecten in het stedelijk gebied waren nog groter. De veiligheid van onze inwoners was in het geding en de persoonlijke schade aan huis en haard was enorm.

In de loop der jaren heeft de provincie hiervoor al verschillende maatregelen genomen. Klimaatverandering brengt helaas ook risico’s mee die we niet altijd kunnen voorzien”, zegt Daan Prevoo, gedeputeerde bij de provincie Limburg.

Ruimtelijke inrichting

De huidige maatregelen beïnvloeden de ruimtelijke inrichting en zorgen volgens Prevoo de komende decennia voor een totaal nieuwe ruimtelijke ordening. Enerzijds zijn er grootscheepse ingrepen nodig om wateroverlast te voorkomen, anderzijds moet water ook worden opgeslagen om een buffer te hebben voor droge tijden.

Klimaatverandering grijpt in op allerlei terreinen, ook op vitale infrastructuur.

“Deze buffers zijn ook nodig om hittestress in stedelijk gebied te voorkomen, niet in het minst vanwege het risico op (dodelijke) slachtoffers. Er is een versnelling van de aanpak vereist. Klimaatverandering grijpt in op allerlei terreinen, ook op de vitale infrastructuur.

Een rivier zoals de Maas fungeert als blauwe snelweg waarop het economisch verkeer afhankelijk is van de waterstand. Het klimaat nu levert op verschillende fronten veel meer economische schade op dan dertig jaar geleden”, zegt Prevoo.

Deltaprogramma’s

De Limburgse maatregelen passen voor een deel in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. “De provincie is een warm pleitbezorger van het adagium ‘ruimte voor de rivier waar het kan, dijken aanpakken waar het moet’”, zegt Prevoo.

Om wateroverlast en watertekorten het hoofd te bieden is er het Deltaplan Hoge Zandgronden, met aandacht voor het langer vasthouden en bergen van water. De provincie werkt in klimaatadaptatie ook grensoverschrijdend met Noord-Brabant en België en Duitsland.

Water in Balans

Waterschap Limburg gaat aan de slag met klimaatadaptatie in het actieprogramma Water in Balans. Het waterschap is bij de uitvoering van dit plan op zoek naar verdergaande vormen van samenwerking met zijn omgeving.

Niet alleen met georganiseerde partners, maar juist met groepen ondernemers en bewoners. Dit alles onder het motto ‘met de omgeving, voor de omgeving’. “Juist deze laatste groep weet vaak heel goed waar de knelpunten zitten en hoe deze aangepakt kunnen worden.

Daarom willen we klimaatverandering aanpakken in co-creatie en co-realisatie”, zegt Josette van Wersch, portefeuillehouder stedelijk gebied Water in Balans.

Beekgemeenschappen

Waterschap Limburg wijst in het programma zes pilotgebieden aan. Opdracht in deze gebieden is het oplossen van wateroverlastknelpunten. Ideeën en oplossingen van belanghebbenden staan centraal.

Portefeuillehouder landelijk gebied Water in Balans Har Frenken: “We willen een meer duurzame band opbouwen met de belanghebbenden rond onze beken, in beekgemeenschappen.” Ook het meer klimaatrobuust maken van de beekdalen is een mogelijke oplossing voor de wateroverlast.

“Met de provincie willen wij gebieden ontwikkelen langs beken waar water tijdelijk kan worden opgeslagen.” In de pilotgebieden is ook ruimte voor innovatie. Zo wil het waterschap de huidige stuwen vervangen voor ‘slimme’ stuwen. Deze stuwen werken automatisch op neerslagvoorspellingen.

Aanpak steden en dorpen

Josette van Wersch benadrukt de samenwerking tussen stedelijk en landelijk gebied: “We willen agrariërs op de heuvels in Zuid-Limburg stimuleren op een andere manier grond te bewerken en water tijdelijk vast te houden, zodat de dorpen en steden in de dalen minder wateroverlast hebben.

We willen onze burgers een beschermingsniveau bieden.

Ook de burgers in dorpen en steden kunnen zelf een steentje bijdragen door bijvoorbeeld te kiezen voor minder bestrating in tuinen en de regenafvoer af te koppelen.

We zouden onze burgers in het stedelijk gebied een beschermingsniveau willen bieden van 1:100 (kans van 1 x in 100 jaar op wateroverlast). Als dit niet haalbaar blijkt, willen we voor het maximaal mogelijke gaan.”

Quick-wins

Er zijn ook snelle maatregelen nodig, om nieuwe wateroverlast op korte termijn te voorkomen. Deze pakt het waterschap nu met voorrang op. Frenken: “We streven naar grondige en duurzame oplossingen, deze kosten echter tijd.

Het actieprogramma Water in Balans heeft ook oog voor quick-wins, zoals extra onderhoud van beken en het stimuleren van de aanschaf van deurschotjes om natschade in panden te voorkomen.”

Waterschap Limburg mobiliseert alle inwoners van Limburg om werk te maken van het veranderde klimaat. Van Wersch en Frenken benadrukken: “We moeten er samen de schouders onder zetten, alleen zo krijgen we een waterveilig Limburg.”