Madeleen Helmer

Madeleen Helmer
Projectleider Adaptatie Klimaatverbond Nederland

“Tachtig procent van de Nederlandse klimaatadaptatie vraagstukken gaan over water” zei een hoge ambtenaar van het Ministerie van IenM laatst bij een debat. We zetten alles op alles om de EDO, de Ergst Denkbare Overstroming, voor ons laag liggende deltaland te voorkomen.

Kamerbreed en zonder grote discussies wordt de jaarlijkse investering van ruim €1miljard voor het Deltaprogramma in de rijksbegroting opgenomen.

Maar ‘follow the money’ is een risicovolle strategie als het gaat om het prioriteren van klimaatrisico’s. De kans op een EDO is immers bijzonder klein, maar met gigantische gevolgen, vandaar de investeringen. Daarmee hebben we echter het zicht verloren op een dodelijk klimaatrisico dat zich nu al voordoet: de hittegolven.

Per hete dag sterven dertig á veertig mensen meer dan normaal en honderdduizenden, vooral ouderen, kinderen en mensen met een beperking, hebben grote last van hittehinder. De hittegolven zijn al toegenomen in aantal en intensiteit, en die trend zal zich de komende decennia voortzetten.

Zorgen voor elkaar

De aanpak van hitte staat in bijna alles recht tegenover de aanpak van zeespiegelstijging en overstromingen: geen spectaculaire waterwerken, maar zorgen dat kwetsbare mensen genoeg te drinken krijgen en in een koele ruimte kunnen verblijven.

Het gaat niet om de inzet van slimme technische specialisten, maar om die van de buurvrouw en de mantelzorger. De klus kan niet worden uitbesteed aan een kleine groep professionals, op de héle samenleving moet een beroep worden gedaan om de grote groep kwetsbaren te beschermen tijdens een hittegolf.  

De aanpak van hitte vraagt niet om miljarden aan investeringen; de belangrijkste actie; zorgen voor elkaar, kost bijna niets.

Betrekken bij adaptatieplannen

De gevolgen van klimaatverandering zijn in Nederland bijna vanzelfsprekend in het domein van de waterwereld en ruimtelijke inrichting terecht gekomen. Vanuit die optiek wordt niet alleen naar de aanpak van zeespiegelstijging en wateroverlast gekeken, maar ook naar hitte, droogte en extreem weer.

Zo is de gezondheidssector een belangrijke partner in de aanpak van hitte.

Dat ‘vanuit het eigen domein denken’ zit in de weg om andere sectoren (die op hun beurt denken dat de aanpak van klimaatrisico’s niet hun domein is) bij de ontwikkeling van adaptatieplannen te betrekken.

Zo is de gezondheidssector een belangrijke partner in de aanpak van hitte. In geval van extreem weer en het beperken van van de risico’s zijn het de festival organisatoren en veiligheidsregio’s die betrokken moeten worden.

Klimaatrisico’s beperken

De belangrijkste bijdrage van de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) aan het klimaatadaptatiebeleid is dat meer dan honderd klimaat gerelateerde risico’s in kaart zijn gebracht en gekoppeld zijn aan negen sectoren die daarmee te maken gaan krijgen.

Verschillende risico’s treffen meer dan één sector. De volgende stap is om binnen die sectoren de factoren te identificeren en ze aan de voorkant mee te nemen in de ontwikkeling van adaptatie strategieën.

Veel van die strategieën zullen leiden tot nieuwe samenwerkingsverbanden, waarbij een ieder zijn rol neemt om, in aanvulling op elkaar, de klimaatrisico’s te beperken.

Gemeenten moeten aanpakken

Decentrale overheden zullen in toenemende mate een belangrijke rol krijgen om op lokaal niveau met alle betrokken partijen adaptatieplannen te ontwikkelen. Koplopergemeenten doen al veel, vooral op het gebied van water en groen.

Maar het grootste deel van de gemeenten ontbeert de capaciteit om met de aanpak van  klimaatrisico’s te beginnen. Dat is op zich een groot risico, want die hagelbui kan overal vallen.