Woningcorporatie Eigen Haard en bouwbedrijf Dura Vermeer zijn gestart met het compleet renoveren en energieneutraal maken van 157 portiekflatwoningen in de Amsterdamse Wegener Sleeswijkbuurt. Een uitdagende klus die anders in elkaar steekt dan reguliere eengezinswoningen, vertellen betrokkenen.

“De verhouding met zonnepanelen is anders, er zitten vierhuishoudens onder één dak. Het is dus kritischer of het lukt om aardgas eraf te halen en all electric te gaan”, zegt Niek Schaap, senior projectontwikkelaar bij Eigen Haard, over de grootste uitdaging.

De oplossing was het dak verruimen. Zo is er aan beide kanten een klep toegevoegd zodat er extra ruimte ontstond voor zonnepanelen, waarbij de energievraag door isolatie is verkleind. Zo zijn er nieuwe, goed geïsoleerde gevels geplaatst.

Rekening

De transformatie wordt gedaan vanuit Stroomversnelling, de oplossing om te renoveren naar nul-op-de-meter met het geld van de oude energierekening. De bewoners krijgen hiermee een goed geïsoleerd huis met minder geluidsoverlast, een grotere keuken en een nieuw balkon, tegen gelijkblijvende woonlasten.

“Stroomversnelling heeft wettelijk geregeld dat wij een energieprestatievergoeding in rekening mogen brengen”, stelt Bert Halm, bestuurder van Eigen Haard. “Zo kunnen wij zorgen dat de woonlasten voor de huurders betaalbaar blijven.”

Nieuwe uitstraling

De werkzaamheden in de Wegener Sleeswijkbuurt worden blok voor blok uitgevoerd en aan elke woning wordt zo’n veertien dagen gewerkt. Na de renovatie hebben de vijf bouwblokken een frisse, nieuwe uitstraling.

Dat zijn allemaal warmteleveranciers waar we kleine netwerken voor kunnen maken.

De huidige grafiek in de voorgevel wordt versterkt door de toepassing van een steenachtige- en stucwerk uitstraling. Bijzonder aan dit plan is de dubbele functie van het nieuwe bijzonder vormgegeven dak. Het geeft de gebouwen een andere uitstraling en biedt extra ruimte voor zonnepanelen.

Warmteversnelling

Al met al is het een ingrijpende renovatie, waarbij communicatie met bewoners een belangrijke plek inneemt. Schaap: “We hadden onder andere hun verbruiksgegevens nodig, zodat we konden uitzoeken hoeveel energie er opgewekt moet worden.” Al even belangrijk blijkt ook de samenwerking en communicatie van de betrokken bedrijven onderling. Halm: “Buiten de aannemer is de netwerkbeheerder een bijzonder belangrijke partner.

De elektra moet immers flink versterkt worden. En ook warmteleveranciers dienen nauw betrokken te zijn. Bij dit project was dit niet vanaf het begin het geval omdat de wetgeving rondom de EPV hierin niet voorzag. Bij het volgende moet dat wel lukken. Daarom zijn we ook blij met de intentieovereenkomst Warmteversnelling, zodat we woningen makkelijker aan kunnen sluiten op warmtenetten.”

Kansen

In het verlengde hiervan ziet Halm in de toekomst mogelijkheden voor versnelling door meer gebruik te maken van lokale verwarming. Behalve stadsverwarming ook kleinschaliger oplossingen als woningen boven een supermarkt of dicht bij een datacenter gebruik laten maken van de restwarmte die daar ontstaat.

“Dat zijn allemaal warmteleveranciers waar we kleine netwerken voor kunnen maken. Die decentraal zijn, maar wel aan elkaar verbonden. Er liggen nog veel kansen.”