De locatie voor dit rondetafelgesprek sluit goed aan bij het onderwerp. Instock in Amsterdam is een restaurant dat voedselverspilling op de kaart zet. Het business model van circulaire economie streeft hetzelfde doel na: producten moeten duurzamer gemaakt, gebruikt en geretourneerd worden.

Aan tafel zit Kimberley van der Wal van Wolkat en zij is de vierde generatie die in het familiebedrijf werkt. Het Tilburgse bedrijf bestaat al sinds 1948 en beheerst sinds 2004 de volledige textielrecyclingketen: van inzameling tot eindproduct.  

“Mensen weten niet hoe kleding wordt gemaakt, onder welke werkomstandigheden en wat het kost. De consument moet worden opgevoed in hoe het proces werkt.”

Jade Wilting, Project Coördinator Textiles Programme, zit namens Circle Economy aan tafel. Deze internationale, onafhankelijke, non-profit organisatie ondersteunt bedrijven, instellingen en steden met het uitvoeren van circulaire projecten en heeft zich ten doel gesteld de transitie naar een circulaire economie te versnellen.

“In de periode van 2000 tot 2014 is onze kledingproductie verdubbeld. We kopen 60 procent meer kleding dan voorheen. We kunnen zo echt niet doorgaan en moeten de vertaalslag maken naar een circulaire economie.”

Roel Folkersma, werkt als Programmamanager Bio-Based Economy bij het team Economie van de gemeente Emmen. “In deze regio gebeurt veel op het gebied van recycling, maar als we wereldwijd zo doorgaan met het produceren van plastic is er in 2030 meer plastic dan vis in de zee.

Daarnaast wordt onze leefomgeving in steden door de uitstoot van diverse gassen en roetdeeltjes/fijnstof ernstig vervuild. We moeten er voor zorgen dat de CO2 footprint snel kleiner wordt en de productieketens worden omgebouwd. Steden moeten daarin het voortouw nemen.”  

Geen must?

Dat de circulaire economie toch geen must is, vinden de drie deskundigen niet heel gek.

Van der Wal: “De textielindustrie is één van de grootste industrieën wereldwijd en er gaat veel geld in om. Investeren in onderzoek, recycling en betere leefomstandigheden van werknemers wordt tegenhouden.”

Daarnaast lijkt het een abstract onderwerp voor de meeste mensen. Folkersma: “Het is nog lastig voor veel mensen te overzien hoe groot het probleem daadwerkelijk is, ze zien de urgentie nog te weinig.

Daarnaast is niet duidelijk hoe de transitie concreet vormgegeven moet worden. Om als regio een overzicht te krijgen is het nodig een zogenaamd ‘Grondstofstromen onderzoek’ te beginnen, dat doen we nu ook in Noord Nederland en dat geeft inzicht in wat de grootste rest- en afvalstromen zijn. Dat lijkt mij een goed vertrekpunt voor verdere actie. ”

 Samenwerking

Om de transitie te maken naar een circulaire economie is vooral samenwerking essentieel. Folkersma: “Gemeenten moeten coalities smeden om innovaties in gang te zetten. Dat vraagt een verandering in bedrijfsprocessen en houding van mensen.

Als we kijken naar de inzameling van plastic flessen, dan wordt er nu al veel hergebruikt, maar je kunt er bijvoorbeeld ook tapijtgaren van maken. Er is dus qua recycling steeds meer mogelijk en afvalstromen spelen daar een grote rol in.

Als gemeente vinden wij het belangrijk dat je kleinere afvalstromen in je eigen regio houdt en niet gelijk alles uit handen geeft aan grote afvalconcerns. Die hebben niet als belangrijkste doelstelling om de werkgelegenheid in jouw regio te bewaren.

De circulaire economie moet namelijk zowel duurzaam zijn voor de planeet als voor de mensen.” Wilting plaatst hierbij een kanttekening: “Bij Circle Economy vinden wij het belangrijk om de transitie naar de circulaire economie zo breed mogelijk in te zetten en verder te kijken dan de eigen regio.

Het is belangrijk dat initiatieven zoals in Emmen dus op andere plekken uitrolbaar zijn om een zo groot mogelijk rendement te behalen.” Ook Wolkat werkt nauw samen met een aantal gemeenten en vindt het belangrijk om de werkgelegenheid zoveel mogelijk in Nederland te houden.

“Wij ontzorgen de gemeente en begeleiden het hele proces van inzameling tot eindproduct. Hiermee garanderen wij de kwaliteit en kunnen wij de (sociale) werkgelegenheid behouden.

Onze fabrieken liggen in Marokko en daar wordt het textiel gesorteerd, schoongemaakt en gesponnen tot nieuw garen. Ook wordt er hier geweven en worden er nieuwe producten gemaakt.

Onze droom is om dit proces naar Nederland te halen. Daar hebben we wel hulp voor nodig van investeerders.”

Alliance of Responsible Denim

Naast de samenwerking met gemeenten, kunnen bedrijven ook de handen ineen slaan om de transitie te versnellen. De Alliance of Responsible Denim is daar een mooi voorbeeld van.

Wilting: “De denim industrie in het bijzonder wordt vooral bekritiseerd vanwege haar vervuilende en schadelijke productie. Door de samenwerking tussen de betrokken partijen kunnen kennis en middelen worden gedeeld en veranderingen worden bewerkstelligd op een schaal die er toe doet.”

Ook Wolkat doet veel met gerecycled denim. Van der Wal: “Op Koningsdag hebben we met oude denim producten, volledig gerecyclede producten gemaakt. Zo was het boeket van Koningin Maxima van 100 procent recyclet denim textiel.”

Consument en producent

De drie deskundigen zijn het erover eens dat bij de  overgang van een lineaire naar een circulaire economie ook de consument zal moeten worden gestimuleerd.

Boumans: “Veel mensen weten niet dat je zoveel met textiel kunt doen. In ons hele proces hebben wij slechts 2 tot 3 procent afval. Na verwerking is dat 4 tot 5 procent.

De consument moet inzien waarom de stap naar gerecycled en herbruikte producten zo belangrijk is. Daarnaast moeten zij zich realiseren dat een recycled product echt een ander product is.”

Wilting voegt toe: “Door meer afscheidingsrecyclepunten voor textiel, glas en plastic te realiseren kunnen burgers zelf ook een grotere bijdrage leveren aan de circulaire economie. Zij moeten in gaan zien hoe belangrijk dergelijke punten zijn.”

Aan producenten geven de deskundigen alle drie hetzelfde advies. Van der Wal: “Durf de knop om te zetten en over te stappen naar dit businessmodel. Het is allesbehalve zweverig en er zal altijd eentje de eerste moeten zijn.

Folkersma voegt toe: “Het bouwen van hybride auto’s heeft veel tijd gekost en toch zijn ze er nu. Onlangs zijn er vanuit onze regio huizen gebouwd, die 85 procent circulair zijn. Dat zijn gigantische stappen.

Het is belangrijk geduld en vertrouwen te hebben dat we vooral samen verder komen, en dat partijen waaronder de overheid wel hun rol, zoals bijvoorbeeld die van launching customer, opdrachtgever en inkoper goed  invullen.”