“Nederland loopt voorop in het praten over klimaatverandering en duurzaamheid maar doet vervolgens weinig. Wij zijn dat inmiddels ‘aardkloten’ gaan noemen, een variant op aankloten”, zegt Evert den Boer, directeur van Greenchoice. De toon in het rondetafelgesprek bij het Rotterdamse hoofdkantoor van Croonwolter&dros is gezet en de andere tafelgasten zijn het roerend met Den Boer eens.

Ook aangeschoven zijn de directeur van Croonwolter&dros Bas Ambachtsheer, Purmerends wethouder duurzaamheid Mario Hegger en Ennatuurlijks directeur Erik Stronk. Laatstgenoemde voegt toe: “Het is onacceptabel dat jaarlijks nog 30.000 tot 40.000 nieuw gebouwde woningen aangesloten worden op gas. Woningcorporaties kiezen nog voor aardgas bij de renovatie van duizenden huizen per jaar. Dat noem ik ook aardkloten.”

Individueel energiezuinig

Nederland draait nog te veel om de zaken heen, is Ambachtsheer van mening. “In de tien jaar dat er nu wordt gepraat over de transitie, had er allang een roadmap kunnen liggen met concrete maatregelen voor het afbouwen van CO2 met reële getallen voor normering.”

Het is onacceptabel dat jaarlijks nog 30.000 tot 40.000 nieuw gebouwde woningen aangesloten worden op gas.

Een ander geluid klinkt er echter ook. Den Boer ziet een groter wordende groep particulieren het heft in eigen handen nemen in plaats van op de Rijksoverheid te wachten en individueel of in coöperatieve vorm aan de slag gaan om de woning energiezuinig te maken.

Ambachtsheer stipt aan dat dat waarschijnlijk niet de snelheid in de transitie brengt, maar: “Het is natuurlijk erg leuk dat er los van de paden energieneutrale woningen ontstaan en dat energielabels er dan ineens helemaal niet meer toe doen. Voor de meeste mensen blijft investeren voor de langere termijn echter lastig, omdat de politiek steeds weer een andere afslag neemt en niet de stabiele factor is die deze zou moeten zijn.”

De alternatieven

In vergelijking met sommige andere landen doet Nederland het slecht op de punten duurzaamheid en energietransitie. Het voorbeeld van Denemarken wordt genoemd aan tafel, een land dat hierop veel beter scoort en bekend staat om diens duurzame inspanningen.

“De Denen en Nederlanders lijken op elkaar. Het land kent dezelfde democratische inrichting en versnipperdheid in politieke partijen, met het verschil dat het Denemarken wel is gelukt om jarenlang een consistent duurzaam beleid te voeren. Voor een deel heeft het ermee te maken dat Scandinaviërs pertinent niet afhankelijk willen zijn van Russisch gas”, zegt Den Boer.

Nederland heeft al enige tijd de beschikking over verschillende alternatieven voor aardgas. Warmtenetten zijn een optie, met warmte uit de aarde (geothermie) of restwarmte uit de industrie. Huizen en gebouwen all-electric maken en uitrusten met warmtepompen is eveneens een mogelijkheid.

De meningen verschillen erover welk alternatief de beste kansen biedt. Hegger ziet de meeste potentie in warmtenetten omdat deze op verschillende warmtebronnen kunnen worden aangesloten. Ze kunnen volgens Ambachtsheer prima functioneren als basisinfrastructuur. Tafelgast Den Boer benadrukt dat alle alternatieven voor gas nodig zijn omdat per locatie verschilt welke bron er beschikbaar is. 

Rol van de overheid

Technologieën en middelen zijn voorhanden. Het bewustzijn dat de transitie moet worden ingezet groeit, zegt Stronk. “Maar we moeten de klus wel nu afmaken. Daarvoor is een stabiel regime vanuit de overheid voor de lange termijn vereist. Niet alleen voor de komende vier jaar, maar voor de volgende 20 of 30. Pas als iedereen weet wat hij moet verwachten kunnen we plannen en uitrollen”, vindt hij.

Warmtenetten hebben veel potentie omdat ze op verschillende bronnen kunnen worden aangesloten.

Door onduidelijkheid kan de transitie stagneren. Den Boer bemerkte het bij de aanschaf van zonnepanelen. “Het nieuwe Regeerakkoord was nog niet gepresenteerd of er heerste onduidelijkheid over hoe lang de salderingsregeling gehandhaafd blijft. Dat resulteerde binnen 24 uur in een aanzienlijke daling in de verkoop van zonnepanelen. Het is aan de Rijksoverheid om duidelijke keuzes te maken en niet om de paar jaar met andere besluiten te komen.”

Bedrijfsleven en burger

Vanzelfsprekend is de Rijksoverheid niet de enige die haar rol heeft in de warmtetransitie. Van gemeenten wordt ook het nodige verwacht, klinkt het aan tafel. Wethouder Hegger vertelt wat er speelt in ‘zijn’ Purmerend. Zo’n 25 procent van de woningen functioneert er nog op aardgas, de overige zijn aangesloten op stadsverwarming via biomassa.

In een pilotwijk kunnen 77 woningen op korte termijn van het aardgas af. Onderzocht wordt welk alternatief hiervoor het best werkt. Het is vaak een kwestie van beginnen, maar Hegger merkt in de praktijk dat duurzame plannen nog wel eens een rem ondervinden. “Ik kreeg toen ik bij het ministerie aanklopte voor financiering en juridische ondersteuning te horen dat ik wat te vroeg was, in 2019 werd er verder gekeken.

Om me heen zie ik dat particulieren onzeker zijn over wat er door de transitie voor hen gaat veranderen. Tegelijkertijd wordt er over 2050 gedacht in termen als ‘het zal mijn tijd wel duren’. Bij bedrijven zie ik nog niet veel animo om zich te verdiepen in een andere omgang met energie en warmte.”

Croonwolter&dros ziet juist veel belangstelling van bedrijven, maar erkent dat er nog weinig tot actie wordt overgegaan. Een reden is dat men niet goed weet waar te beginnen. Hiervoor bedacht Ambachtsheer wat Croonwolter&dros zou kunnen bijdragen in de utiliteitsbouw, een van de sectoren waarin het bedrijf werkzaam is. “We hebben 7000 gebouwen in beheer. In plaats van het gesprek af te wachten brengen onze medewerkers nu een rapport mee met stappen op weg naar energielabel C. Soms moet je het gewoon gaan dóen.

Er is veel kennis in het bedrijfsleven en de installatiebranche over het ontsluiten van duurzame energie. Hierdoor zien we dat soms al hele woonwijken en bedrijventerreinen zijn voorzien van groene stroom. Er is echt al veel mogelijk en samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven kan heel verrassende oplossingen bieden.”

Versnellen transitie

Een pragmatische aanpak is waar alle tafelgasten de voorkeur aan geven. De vraag luidt vervolgens wat er concreet moet gebeuren om de transitie te versnellen. Hegger neemt meteen het woord ‘wetgeving’ in de mond. Als belangrijkste actiepunt ziet hij de afschaffing van de aansluitplicht -ook voor bestaande bouw- in de gaswet.

Een verhoging van de energiebelasting maakt dat mensen andere keuzes rechtvaardigen.

“Verder is het van belang dat de overheid zo veel mogelijk ontzorgt in de warmtetransitie. Dat betekent bijvoorbeeld dat er compensatiefondsen worden gerealiseerd. Je moet mensen tegemoetkomen als je van ze vraagt om over te gaan op elektrisch terwijl ze net een nieuwe ketel en keuken hebben.”

Economische prikkels kunnen eveneens een grote rol spelen. Den Boer stipt de CO2-beprijzing aan die nu al wordt genoemd in het Regeerakkoord. Wat Ambachtsheer betreft is opbouw een optie. “Het gaat erom dat je het simpel houdt. Maak bijvoorbeeld elk jaar de CO2-uitstoot een stukje duurder.

Zorg voor de juiste prikkel, wees creatief in oplossingen en laat je goed adviseren over de diverse mogelijkheden.” Den Boer ziet wat economische prikkels betreft kansen voor de energiebelasting. Een verhoging ervan maakt volgens hem dat mensen andere keuzes dan aardgas beter voor zichzelf kunnen rechtvaardigen.

Het is aan de gemeenten, zegt Stronk ten slotte, om te beslissen welk alternatief voor gas er op wijkniveau wordt toegepast. “De democratie heeft grenzen, en die bevoegdheid is nodig om het transitieproces te versnellen. Ook gemeenten moeten duidelijke kaders stellen zodat iedereen weet wat er kan worden verwacht.”