Evert den Boer
Evert den Boer
Directeur Greenchoice

Is een klimaatneutraal Nederland in 2050 haalbaar? Geen goede vraag, meent Evert den Boer: ‘Zo ver kunnen we niet vooruit kijken. Het is zinloos om te praten over 2040, 2045 of 2050.

De technologie om volledig over te schakelen op duurzame energie is er, daarom moeten we nú actie ondernemen. De kosten dalen in hoog tempo. Het duurt niet lang meer of duurzame energie is goedkoper dan fossiele bronnen, ook zonder subsidie. Deze transitie is niet tegen te houden, maar hooguit te vertragen.’

Om eindeloze discussies een halt toe te roepen, heeft Greenchoice ‘met een knipoog’ de term Aardkloten gelanceerd, een variant op aankloten. Den Boer: ‘Er wordt te veel gepraat en te weinig gedaan.’

Goede voorbeeld

Zijn bedrijf wil het goede voorbeeld geven met concrete acties en investeert daarom in de lokale opwekking van energie. Zo werkt het samen met de Windunie, die energie levert van agrariërs met een eigen windmolen.

Verder investeert het in zonnepanelen op daken van distributiecentra, supermarkten en scholen. ‘Nu al is 85 procent van onze elektriciteit in Nederland opgewekt; in stapjes gaan we naar de honderd procent.

Verder stimuleren we onze klanten zoveel mogelijk om hun eigen energie te produceren. Dat kan bijvoorbeeld door het aanschaffen van zonnepanelen of het participeren in energiecoöperaties. Ik verwacht dat in 2020 veertig procent van onze klanten direct of indirect zijn eigen energie opwekt.’

Den Boer hekelt de internationale handel in certificaten van groene stroom door andere energieleveranciers. ‘Daarmee garandeer je niet dat er meer duurzame energie wordt geproduceerd. Er zitten veel dubbeltellingen tussen.

Zo kun je certificaten kopen voor elektriciteit van een Scandinavische waterkrachtcentrale die er al vijftig jaar is. Dat voegt dus niets toe. Als een klant erom vraagt, verkopen wij nee, ook al is die stroom misschien goedkoper.

Ons motto is “duurzaam dichtbij” en dat weegt zwaarder dan de prijs.’

Rol overheid

Hierbij is de medewerking van de overheid onmisbaar. ‘Lokale energiecoöperaties hebben vooral veel met de lokale overheid te maken, bijvoorbeeld voor de realisatie van zonneparken.

De ene gemeente legt meer beperkingen op dan de andere, dat hangt samen met hun eigen duurzaamheidsagenda. De coöperaties moeten soms een lang traject afleggen om de nodige vergunningen te krijgen, maar er zijn voorbeelden dat het kan.

ZonneWIJde Breda is weliswaar vijf à zes jaar met de gemeente Breda in gesprek geweest over de komst van een zonneweide, maar de gemeente heeft zich altijd proactief opgesteld. Toen ze eruit waren, was het karwei in enkele weken geklaard.’

Den Boer is kritischer over de nationale overheid: ‘Die loopt achter de feiten aan. Ze verwijst steeds naar Europese afspraken, terwijl ze zelf meer kan doen. Zo zou ze meer kunnen sturen via de energiebelasting. Die is nu voor elke energiebron even hoog. Maak die duurder voor aardgas dan voor wind of zon.

Voor duurzame energie is weliswaar subsidie beschikbaar, maar door de kostendaling is die steeds minder nodig. We zijn niet ver van het moment dat duurzame energie zonder financiële overheidssteun kan.’

Denemarken

Nederland kan een voorbeeld nemen aan Denemarken, meent Den Boer. ‘Ik heb er gewoond en gezien dat de overheid daar voorop loopt in het stimuleren van een duurzame energievoorziening.

Een belangrijke reden is dat ze nooit afhankelijk heeft willen zijn van Russisch aardgas. Het vertrouwen van de bevolking in de overheid is bovendien hoog. Zowel de politiek als de samenleving committeren zich aan de klimaatdoelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de hoge BPM van 170 procent op nieuwe auto’s nauwelijks op verzet stuit.’

In Nederland verloopt de energietransitie minder top-down en meer bottom-up. Den Boer beschouwt het als belangrijk onderdeel van zijn missie om lokale initiatieven te ondersteunen, maar hij doet meer.

Greenchoice is met financiële en technologische partners bezig een bedrijf op te richten voor warmte-koudeopslag. ‘We hopen daarmee aardgas overbodig te maken voor twintigduizend huishoudens in 2020, een nieuwe stap op weg naar een klimaatneutrale samenleving.’