Nijpels
Ed Nijpels
Voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord

Als je oppervlakkig de krantenkoppen scant, kan de indruk ontstaan dat we lekker bezig zijn met de verduurzaming van onze energievoorziening. Als voorzitter van de Borgingscommissie Energieakkoord ben ik op veel punten best tevreden over de voortgang.

Dat betekent echter niet dat we bijna klaar zijn. Sterker nog; we staan aan het begin. Het grote werk om echt duurzaam en CO2-neutraal te worden moet nog beginnen.

Even terug in de tijd. In 2013 sloten 47 partijen het Energieakkoord. Belangrijke drijfveer was om een consequent en meerjarig energiebeleid te krijgen, dat ontbrak in Nederland. Als gevolg daarvan bungelen wij onderaan op het gebied van duurzame energie.

Alleen Malta en Luxemburg doen het slechter. We waren ‘verwend’ door ons aardgas en vijf kabinetten in tien jaar tijd hielp ook niet voor een goed langlopend energiebeleid. En dat is wel nodig.

Het akkoord heeft een aantal belangrijke doelstellingen:

  • Een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar.
  • 100 petajoule extra besparing in het finale energieverbruik van Nederland per 2020.
  • Een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking (in 2013 4 procent) naar 14 procent in 2020.
  • Een verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023.
  • Ten minste 15.000 voltijdsbanen, voor een belangrijk deel in de eerstkomende jaren te creëren.

Elk jaar controleert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de Nationale Energie Verkenning (NEV) of we op schema liggen om het doel te halen. Het afgelopen jaar bleek voor twee van de vijf doelstellingen dat er extra maatregelen nodig waren.

Met de industrie, installateurs, brancheverenigingen en overheid zijn toen extra afspraken gemaakt. Binnenkort komt het PBL weer met een nieuw rapport. Dan zien we of we op schema liggen of dat we weer een tandje moeten bijzetten.

Iedereen moet meedoen

Maar nu naar de toekomst. Het Energieakkoord heeft als doel de achterstand in te lopen. Inmiddels heeft Nederland zich verbonden aan de klimaatafspraken van Parijs en dat gaat veel verder. Daar zal iedereen een bijdrage aan moeten leveren. Niemand kan zeggen dat hij ‘even niet meedoet’ of het wat langzamer doet dan de rest.

Neem het doel van 100 procent hernieuwbare energie in 2050. Als alles goed gaat, zitten we in 2023 op 16 procent. Het grote werk moet dus nog beginnen, want we hebben dan nog 84 procent te gaan. Daar krijgt iedereen mee te maken.

Zonnepanelen zijn succes

Daarvoor hebben we alles nodig. Afbouwen van fossiele brandstof, groei van wind op zee, wind op land, zonne-energie, aardwarmte, biomassa, getijdenenergie en CO2 opslag. Maar ook energie besparen, verandering in mobiliteit; noem het maar op, er zijn talloze mogelijkheden.

Dat bewijst het huidige akkoord. Door duidelijk beleid zijn de kosten voor wind op zee geweldig gedaald. Stroom van windmolens op zee gaat hetzelfde kosten of misschien wel minder dan stroom die is opgewekt met fossiele brandstof.

Zonnecellen zijn ook al veel goedkoper geworden, dat is een ander succesverhaal van het Energieakkoord. Er liggen inmiddels op 400.000 huizen zonnepanelen. Dat is veel meer dan we op gerekend hadden.

Hier reageerde de consument veel sneller dan de overheid. De overheid moet er nog over nadenken, terwijl de consument de panelen al op het dak legde. Allemaal successen die helpen om de achterstand in te lopen.

Maar na 2023 moeten we vol door en daar moeten we nu al mee beginnen. Neem de gebouwde omgeving. Huurhuizen, koopwoningen, kantoren, scholen, ziekenhuizen; ze zijn goed voor 40 procent van de CO2-uitstoot.

Energie besparen is van groot belang en is een feest, je verdient het altijd terug. Denk aan dubbel glas, isolatie en warmtepompen, het tempo van besparen moet omhoog. Daar is ook subsidie voor. Ik zeg weleens gekscherend ‘maak Plasterk Platzak’ (Een deel van de subsidie loopt via het ministerie van Binnenlandse Zaken van Plasterk, Red.)

Nieuwe kansen pakken

De opgave die voor ons ligt is groot, heel groot, maar ook een mooie uitdaging. Stilzitten heeft geen zin; de kansen pakken veel meer. De politiek moet met heldere doelstellingen voor de lange termijn komen. De overheid kan dat faciliteren.

Duidelijke doelen voor de lange termijn geven burger en bedrijven de zekerheid voor hun beslissingen om te investeren in besparing en verduurzaming. Dat geeft ook veel kansen voor nieuwe producten en nieuwe markten.

Aan de slag zou ik zeggen, het echte werk gaat beginnen!”