Gemeenten hebben een regierol toebedeeld gekregen voor de warmtetransitie en staan daarmee voor een nieuwe en uitdagende opgave. Want de komende jaren zal duidelijk moeten worden wat nodig is om een aardgasloze samenleving te realiseren. Dat vraagt om nauwe samenwerking met onder andere de netbeheerder, de burger en het bedrijfsleven. Hoe kan dit zo vlot mogelijk verlopen?

Van waterstof tot aard- en restwarmte, er zijn legio alternatieven voor aardgas. Een sluitend systeem, zoals de afgelopen decennia met fossiele bronnen, is er echter nog niet. En dat remt de toepassing van duurzame oplossingen. Dus is de grote vraag hoe we hier sneller naar toe kunnen gaan.

De juiste governance speelt hierbij een belangrijke rol bij, stelt Kees van Daalen, Strategisch adviseur bij Enexis. “De transitie heeft impact op de gehele samenleving. In ieders wijk en woning zullen uiteindelijk veranderingen plaatsvinden. Daarom is het belangrijk dat we samen zorgvuldig vaststellen wat er dient te gebeuren.”

Idealiter is binnen enkele jaren voor elke wijk duidelijk welke oplossingen er mogelijk zijn, waarbij pandeigenaren enige mate van keuzevrijheid hebben, vult Dave de Lang aan, Manager Duurzame gebiedsontwikkeling bij Enpuls, dat onderdeel is van Enexis.

Handelingsperspectief

Er is nauwe samenwerking nodig tussen rijk, provincie en gemeenten. De gemeenten krijgen een regierol op lokaal niveau en bij provincies berust de taak om lokale plannen op regionaal niveau af te stemmen. Als eerste zal hiervoor per gemeente en regio een energie- en omgevingsplan gemaakt moeten worden, waarin doelstellingen naar 2030 worden ingevuld op technisch en organisatorisch vlak.

In ieders wijk en woning zullen uiteindelijk veranderingen plaatsvinden.

“Ook op nationaal niveau zijn maatregelen nodig, bijvoorbeeld op termijn een verbod op nieuwe cv-ketels instellen”, zegt De Lang. “Zodat mensen nu al weten dat ze een andere keuze moeten maken. Met voldoende ruimte om te anticiperen en accepteren.” Onderdeel van het plan kan ook zijn dat technologie die nu beschikbaar is, ook daadwerkelijk ingezet wordt. Zo is er volgens De Lang veel mogelijk met restwarmte, maar wordt daar nog maar zo’n tien procent van gebruikt.

Praktische ervaringen in de markt zijn bovendien belangrijk om tot nieuwe, schaalbare concepten te komen. Zodat slimme combinaties die zichzelf op een bepaalde plek bewijzen, ook elders ingezet kunnen worden. “We weten nog niet wat de technologie van de toekomst wordt. Wel dat er vooral schaalgrootte nodig is voor verder succes”, aldus Van Daalen.

Gedragsverandering

Gaandeweg zal er werk gemaakt moeten worden van het verleiden van burgers en andere stakeholders om de overstap te maken. Hoe dit zo goed mogelijk kan, wordt momenteel onderzocht. De Lang: “Daarom doen wij nu bijvoorbeeld een pilot met Gasunie, om te kijken welk gedrag mensen hebben bij warmtevoorziening. En hoe dat verandert als ze duurzame bronnen gebruiken.” Ook de rol van de markt wordt daarbij meegenomen, bijvoorbeeld of de installatiebranche al ingericht is op de overgang.

Financiële oplossingen

Niet in de laatste plaats zal er ook een plan moeten komen hoe de omslag wordt gefinancierd. De rekening zal niet voor iedereen gelijk zijn. De een moet immers meer doen aan zijn woning om van het aardgas af te stappen dan de ander. Een extra uitdaging daarbij is dat we nu gewend zijn aan een fijnmazig gasnet, met relatief betaalbaar aardgas, waartegen het nu nog lastig concurreren is.

Hoe kan een lokale visie tot een uitvoeringsagenda gemaakt worden?

“Zeker in de eerste jaren is het onrendabel om het nieuwe systeem op te zetten. Dus zal het - net zoals destijds bij het overschakelen van kolen op aardgas - toch met publiek geld ontwikkeld moeten worden. Met het verschil dat burgers nu per huishouden meer zullen moeten investeren.”

Mogelijke oplossingen zijn volgens hem gebouw gebonden financiering, particuliere investeringen financieren vanuit de huidige energierekening (zoals bij nul-op-de-meterwoningen) en een regionaal transitiefonds dat middelen beschikbaar stelt. “Belangrijk is het besef dat je een ingrijpend besluit als afstappen van aardgas niet kan nemen zonder mensen ook passende financiële oplossingen te bieden.”

Flexibiliteit inbouwen

In het nieuwe regeerakkoord staat dat alle Nederlanders recht krijgen op een basis warmtevoorziening. Dit vraagt een ingrijpende hervorming van de huidige tariefsystematiek voor gas, elektriciteit en warmte. “Momenteel wordt vooral gekeken hoe een lokale visie tot een uitvoeringsagenda gemaakt kan worden”, zegt De Lang.

Het lastige daarbij is wel dat nog niet helder is welke warmtevraag resteert na isolerende maatregelen en hoe het warmte-aanbod er precies uit komt te zien, vult Van Daalen aan. Naarmate de tijd vordert, zullen naar verwachting steeds meer woningen van het aardgasnet overstappen naar een warmtenet.  

“Bij het aanleggen van een nieuw warmtenet is sprak van een vollooprisico. Onzeker is hoe snel en hoeveel woningen uiteindelijk worden aangesloten. Terwijl je voor de eerste woning al wel grote investeringen moet doen. Dit vraagt om publieke regie.”

Export

Te midden van alle uitdagingen mag volgens De Lang echter niet vergeten worden, dat er vooral grote kansen liggen. Energiebesparing en verduurzaming van ons energiesysteem levert nieuw werk en nieuwe banen op, die eraan bijdragen dat we onze economie gaande houden. Zeker ook aangezien we onze kennis zullen kunnen exporteren.

“Daar kunnen we alleen succesvol in zijn als we de overgang goed organiseren. Het is zeker geen topdown-model meer, maar een opgave die je samen op je neemt. Waarbij gemeenten vooral vanuit de eindgebruiker moeten blijven redeneren.”