Vandaar dat de Transitiecoalitie, een verbond van inmiddels meer dan 65 Nederlandse topbedrijven, de nieuwe regering oproept om prioriteit te geven aan de versnelling van de energietransitie voor een ‘groene welvaart’.

Nederland klimaatneutraal

Tijdens de klimaatconferentie in Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde opwarming van de aarde ruim onder de twee graden Celsius moet blijven ten opzichte van het pre-industriële tijdperk.

Voor Nederland, een van de bijna tweehonderd ondertekenaars van het akkoord, betekent dit dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80 tot 95 procent moet worden verlaagd. Die doelstelling vergt een radicaal andere manier van denken en doen van overheid, bedrijfsleven en particulieren.

Onze economie moet veranderen. Maar verandering is volgens de Transitiecoalitie geen bedreiging maar veel meer een kans om de economie te verbeteren en te versterken, terwijl tegelijkertijd de Nederlandse maatschappij verduurzaamt totdat in 2050 het einddoel is bereikt: Nederland klimaatneutraal.

Energieakkoord 2.0

In het Energieakkoord zijn tot 2020-2023 afspraken gemaakt over de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland. “En nu is het tijd voor het Energieakkoord 2.0”, stelt Ron Wit, directeur corporate strategy a.i. & public affairs van Eneco.

“De energietransitie vraagt van ons allemaal een forse inspanning en een aanzienlijke investering. Ik ben ervan overtuigd dat ondernemers bereid zijn die inspanning te leveren en die investering te doen.

Maar tegelijkertijd heeft het bedrijfsleven ook zekerheid nodig dat de afspraken die wij met elkaar maken voor langere tijd gelden. Binnen dat Energieakkoord 2.0 kan voor een langere periode, over kabinetten heen, een consistent en geïntegreerd beleid worden gemaakt met betrekking tot klimaat, energie en economie.”

Nynke: “Of je nu gebouwen beheert, behoort tot de zware industrie of als gemeente een verkeersvraagstuk hebt. Er is geen onderdeel van de samenleving dat niet wordt geraakt door de transitie.”

Concrete klimaatdoelen

Dat akkoord vormt vervolgens de basis voor verdere afspraken. “De ambities moeten worden vertaald in concrete klimaatdoelen voor 2050 met tussendoelen in 2030 en 2040”, vertelt Nynke Dalstra, CFO en lid van de raad van bestuur van Royal HaskoningDHV.

“Met individuele projecten gaan we het niet redden. Om de doelen te realiseren, zijn naar onze mening meerjarige, wederkerige programma’s nodig waarbij de overheid randvoorwaarden creëert waarbinnen de ondernemer onderneemt.

Die programma’s kun je vergelijken met de succesvolle ontwikkeling van ‘Wind op Zee’. Zo’n aanpak biedt Nederland de kans koploper te worden op het gebied van verduurzaming.

Natuurlijk vergt het in eerste instantie een enorme investering. Maar op termijn kunnen wij op die manier nieuwe kansen en zelfs nieuwe economieën ontwikkelen. Veel mensen denken dat verduurzaming alleen maar geld kost, maar wij zijn overtuigd dat een beter klimaat en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.”

Wind op Zee

Het programma ‘Wind op Zee’, waarbij overheid en bedrijfsleven nauw samenwerkten, bood bedrijven de mogelijkheid om het concept van een windpark op zee op te schalen en een leercurve te realiseren waardoor een nieuwe krachtige economische sector is ontstaan.

De overheid deed de toezegging om 3.500 Megawatt wind op zee aan te besteden, verzorgde het vergunningstraject, verlaagde een aantal investeringsrisico’s en ontwikkelde een slimme tenderregeling voor subsidies speciaal voor wind-op-zee.

Op haar beurt beloofde de sector om 40 procent kostenreductie te realiseren in de periode 2013 tot 2017. “Deze afspraak was heel effectief”, stelt Wit. “Ieder jaar moest een kostenreductie worden gerealiseerd, anders zou de overheid stoppen met de aanbesteding. Het was een wederkerige prestatieafspraak. Juist die afspraak is een van de succesfactoren geweest.”

Ron: “Als wij in het komende jaar met elkaar die programma’s niet uit de grond stampen, wordt het een redelijk hopeloze zaak om de klimaatdoelen te halen.”

Succesformule

Met de succesformule van ‘Wind op Zee’ als basis, werkt de Energiecoalitie aan de ontwikkeling van programma’s. “Belangrijk is dat die programma’s doelen stellen maar niet voorschrijven hoe die doelen bereikt moeten worden”, legt Dalstra uit.

“Het klimaatvraagstuk is urgent. Wij zijn van mening dat om de Parijse ambities te realiseren alle technieken nodig zijn. Je moet kijken naar out-of-the-box oplossingen. Er kunnen meer mogelijkheden zijn om tot hetzelfde resultaat te komen.

Neem bijvoorbeeld emissieloos rijden. Dat is een van de programma’s waaraan wij werken. Elektrisch rijden is daarbij geen doel op zich. Het is een van de mogelijkheden om het doel, emissieloos rijden, te bereiken.

Binnen dat project werken bedrijven aan het verbeteren van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe technieken. En ook hier is een belangrijke regierol voor de overheid. Zij zou zich bijvoorbeeld kunnen inzetten voor standaardisatie van laadsystemen om emissieloos rijden te faciliteren.”

Programma’s

Andere programma’s zijn, zo vertelt Wit, klimaatneutraal wonen, een klimaatneutrale staalindustrie en een CO2 vrije elektriciteitssector.

“Het gaat, wat ons betreft, steeds om dubbeldoelen. Wij willen niet alleen een klimaatneutrale staalindustrie, maar ook dat de Nederlandse staalindustrie door die innovaties straks kan concurreren met de beste staalbedrijven ter wereld.

Het bedrijfsleven is zeker bereid om te investeren, mits de overheid bereid is om klimaatbeleid en proactief industriebeleid te combineren, zoals ook is gebeurd bij wind op zee.”

Wit benadrukt dat het bereiken van het uiteindelijke doel, Nederland klimaatneutraal in 2050, niet iets is van alleen de coalitie. “De transitiecoalitie is een van de aanjagers, maar dit is van ons allemaal. Om het doel te realiseren zijn de inzet en inbreng nodig van ondernemers, overheid en particulieren.”

De Transitiecoalitie roept de nieuwe regering op prioriteit te geven aan het volgende:

  1. Een klimaatwet die de doelstellingen van Parijs realiseert, inclusief tussendoelen in 2030 en 2040 die hiermee in lijn zijn.
  2. Een Energieakkoord 2.0 met overheid, marktpartijen en maatschappelijke organisaties waarin maatregelen worden afgesproken om de klimaatdoelen te realiseren n de economie te versterken.
  3. Het, binnen het Energieakkoord 2.0, opzetten van tenminste tien programma’s in sectoren waarbij prestatieafspraken op basis van wederkerigheid worden gemaakt. Hierbij dient de aanpak van het bestaande programma ‘Wind op Zee’ als succesvol voorbeeld.