Enorm besparingspotentieel

“Verduurzaming begint met het erkennen van de noodzaak daartoe”, vertelt Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council. “Die basis is inmiddels breed aanwezig. Daarna volgt het inzicht in wat daar allemaal voor nodig is en waar de mogelijkheden liggen. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor bijna veertig procent van de emissies. Daar ligt dus een enorm besparingspotentieel.”

Integrale aanpak én maatwerk

“Er is een gefaseerde transitie nodig om ‘van gas los’ te gaan. Dat kan niet in één keer”, stelt hoofd certificering Martin Mooij. “Om die operatie uit te voeren, is capaciteit nodig. Verder is er behoefte aan een integrale aanpak van gebouwen met besparen en de transitie naar duurzame energie. Dat vereist vanzelfsprekend maatwerk, want iedere sector kent zijn eigen dynamiek.

In feite moet per sector een visie en routes naar ‘Paris Proof’ worden opgesteld. Wat dat betreft is het ontzettend jammer dat er in het Regeerakkoord geen programma is voor de utiliteitsbouw. Dat is echt een blinde vlek.”

Deltaplan

Dutch Green Building Council heeft naar aanleiding van het Klimaatakkoord van Parijs (2015) het initiatief genomen tot het ontwikkelen van het ‘Deltaplan Duurzame Renovatie’. “Dit plan biedt inzicht”, aldus Van Doorn.

“Het benoemt een gedeelde visie en een handelingsperspectief en geeft duidelijke voorbeelden. Verder worden mogelijke belemmeringen en oplossingen voor die belemmeringen vermeld. En ook wordt aandacht besteed aan het belang van communicatie en kennisoverdracht.”

Verbinden

Binnen het plan zijn partijen in de bouwkolom verenigd. “Om het plan te kunnen realiseren, is aansluiting aan en afstemming met de energie- en warmteleveranciers cruciaal. We moeten samen bepalen wat er op gebouw en infrastructureel niveau moet gebeuren”, stelt Van Doorn. “Het Deltaplan wil verbinding leggen tussen de sectoren in de bouw en tussen de bouw- en energiewereld.”

'Paris Proof’

Er zijn binnen het Deltaplan diverse werkgroepen bezig met het ontwikkelen van deelplannen. “Neem bijvoorbeeld de werkgroep kantoren”, verduidelijkt Mooij. “Er is berekend hoeveel energie kantoren in 2050 nog mogen gebruiken als deze behoefte duurzaam ingevuld wordt, met het op dat moment in Nederland te verwachten aandeel in duurzame energie.

Dit komt uit op een energiebehoefte van 50 kWh/m2. Vervolgens moeten maatregelen worden genomen om die lagere behoefte te kunnen realiseren en om die benodigde energie op duurzame wijze op te wekken. En dan kunnen wij als Nederland daadwerkelijk in stappen ‘van gas los gaan’. Dat is wat wij ‘Paris Proof’ noemen.”