Welkom in het tijdperk van transities. We leven in een tijd waarin grote veranderingen op ons afkomen en zelfs al volop aan de gang zijn. Ik noem dat een brede beweging naar meer duurzaamheid. Kijk naar de voorbeelden in de energie- en de mobiliteitssector: steeds vaker gebruiken we zon, wind en water als nieuwe natuurlijke bronnen.

En in onze eigen woonwijk zien we steeds meer geparkeerde auto’s aan de stekker. Of kijk naar initiatieven rond eerlijke kleding, regionaal of lokaal geproduceerd voedsel en vooral ook naar de groeiende behoefte om minder afval te produceren.

Daarbij worden stevige ambities geformuleerd, maar ook concrete stappen gezet. Dit maakt duidelijk dat de wens om naar een circulaire economie te komen, niet langer iets is van ‘praten over’, van vrijblijvende opgaven of van idyllische vergezichten. We willen slagen maken.

De overheid en ondernemend Nederland hebben elkaar gevonden in het rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’; er zijn inmiddels transitieagenda’s op vijf grote thema’s. De Europese Commissie lanceerde de ‘Strategy on Plastics’, feitelijk een opdracht om de wereld echt beter te maken in plaats van wat minder slecht.

Vanuit een groeiende behoefte om maatschappelijk verantwoord te opereren, is die beweging ook binnen het bedrijfsleven gaande. Dat is zichtbaar op diverse gebieden zoals materiaalstromen, maar ook op sociaal gebied.

Tijdens het World Economic Forum, begin dit jaar in Davos, verklaarden elf multinationals dat hun plastic verpakkingen in 2025 volledig recyclebaar zullen zijn. Veel bedrijven zullen hun voorbeeld gaan volgen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is standaard geworden, maar partijen willen verder gaan.

Onvoorwaardelijke keuze

De keuze om verpakkingen te verduurzamen, is soms lastig maar onvoorwaardelijk. Verpakkingen hebben belangrijke functies, zoals het voorkomen van productverliezen, het tegengaan van productverspilling en de zorg voor veilig productgebruik. Tegelijkertijd bestaat 40 procent van ons afval uit verpakkingen.

En onder invloed van toenemende welvaart en een groeiende wereldbevolking stijgt de vraag naar verpakkingen. Hierdoor nemen het grondstofverbruik, de hoeveelheid verpakkingsafval en de bijbehorende milieu-impact toe, ook al is de ecologische voetafdruk van producten in de meeste gevallen veel zwaarder dan die van de bijbehorende verpakking.

Om met minder materiaal vergelijkbare, of zelfs verbeterde eigenschappen te bereiken - zoals een hogere zuurstofbarrière of betere verwerkbaarheid - worden steeds geavanceerdere verpakkingsmaterialen ontwikkeld. Dit zijn vaak complexe materialen, bestaande uit samengestelde materialen of meerlaagse materialen, die positieve eigenschappen van verschillende materialen combineren.

Deze zogenoemde multilayers, denk aan chipszakken of soeppakken, hebben echter als negatief bijeffect dat ze niet of moeilijk zijn te scheiden in mono-materialen. Dit maakt recycling lastig en kostbaar. In veel gevallen is het nog niet mogelijk deze complexe materialen te vervangen door mono-materialen, bijvoorbeeld omdat die nog niet de juiste beschermingseigenschappen hebben, productbederf onvoldoende tegengaan of omdat ze te duur zijn.

Een antwoord op dit dilemma kan alleen worden gevonden in een circulaire economie, waarin we anders omgaan met materiaalstromen, product-verpakkingscombinaties anders ontwikkelen en nieuwe business-modellen creëren. Met duurzaam verpakken valt veel winst te behalen. Het gaat dan niet alleen om minder materiaalgebruik.

Een verpakking wordt ook duurzamer als die bederf van voedsel en verspilling van grondstoffen tegengaat, of zoveel mogelijk uit hernieuwbare of gerecyclede materialen bestaat. Al zitten ook hier grenzen aan. Verpakkingsvrij boodschappen doen klinkt heel duurzaam, maar het vraagt bijzondere inspanningen van consumenten en het kan tot productverliezen leiden.

Perspectieven op duurzaam verpakken

Bij duurzaam verpakken is het de kunst om voor elke product-verpakkingscombinatie de juiste balans te vinden tussen ‘under-packaging’ en ‘over-packaging’. Dat is niet makkelijk; er is geen ‘one size fits all’-oplossing.

Om producenten te ondersteunen, heeft het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken het model ‘Vijf perspectieven op duurzaam verpakken’ ontwikkeld. Hiermee wordt duurzaam verpakken van verschillende kanten belicht: van de strategie van de onderneming tot het aankoop- en weggooigedrag van consumenten, van materiaalgebruik tot en met recycling.

Een verpakking wordt ook duurzamer als die bederf van voedsel en verspilling van grondstoffen tegengaat.

Het KIDV-model biedt handvatten om bedrijfsvoeringprocessen te optimaliseren (minder uitval, minder afval, lager energieverbruik) en zuinig om te gaan met grondstoffen. Ook de keuze voor het gebruik van zoveel mogelijk mono-materialen, omdat die makkelijker zijn te recyclen, maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. 

Goed verpakken is duurzaam verpakken. De verpakkingsketen gaat volop mee in de beweging naar de circulaire economie. In uw eigen supermarkt zijn daar inmiddels al veel voorbeelden van te vinden. Flacons waarin biobased en gerecycled kunststof is toegepast. Een soepzak zonder aluminiumfolie.

Extra geconcentreerde producten zoals wasmiddelen en limonades of doseerverpakkingen om de juiste hoeveelheid van een product te bepalen. Die voorbeelden laten zien dat we meer en verdere stappen kunnen zetten.