Hester Klein Lankhorst
Directeur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV)

Het zijn de woorden van Hester Klein Lankhorst, directeur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV), een kennisinstituut opgericht door partijen die een groot deel van de verpakkingsketen bestrijken. “Sinds 2013 streven we ernaar om met objectieve kennis te zorgen dat de hele keten duurzamer wordt.

Voorheen werd er vaak gestuurd op meningen en onderbuikgevoelens in plaats van objectieve informatie. Met onderzoek proberen we de feiten op tafel te krijgen. Zo weten we dat de milieuwinst dankzij recycling bijna altijd groter is dan de energie die je opwekt als je afval verbrandt.

Naast verlaging van de CO2-uitstoot wil je voor grondstoffen zo min mogelijk afhankelijk zijn van andere landen en zoveel mogelijk in de keten terugbrengen.” Volgens Klein Lankhorst doen we het al goed in Nederland, maar om een grote volgende stap te zetten zijn er volgens haar drie dingen nodig: “verdere ontwikkeling van chemische recycling voor plastics, meer innovatie bij mechanische recycling en kennisdeling vanuit fabrikanten”.

Consument en producent

In de verpakkingsketen wordt de consument volgens Klein Lankhorst steeds bewuster. “Je ziet dat er steeds meer voor duurzame producten wordt gekozen. De verpakking volgt, maar daar zie je dat er ook andere dingen meespelen dan het milieu, zoals irritatie bij het weggooien.

Het is mooi om te zien dat sommige meldingen bij ons Meldpunt Verpakkingen ook echt leiden tot veranderingen in de verpakkingsconcepten die producenten hanteren. Gedreven door de consument zie je dat de producenten het recyclen steeds meer oppikken. Gerecycled papier wordt al lang met succes gebruikt.

Bij plastic gaat dat ondanks de uitdagingen steeds beter. Producenten kijken goed naar hoe producten compacter gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld door minder water te gebruiken, en hoe de verpakking kleiner kan. Daar zit ook nog ruimte.”

Afvalscheiding

Het KIDV vecht tegen fabeltjes als het gaat om afvalscheiding. “Dat het geen zin heeft bijvoorbeeld”, zegt Klein Lankhorst. “Het is onzin dat het allemaal op een grote hoop belandt. Als een gemeente afval inzamelt dan wordt dat ook echt gerecycled en dan helpt dat dus ook echt.” In de afvalfase is Nederland volgens Klein Lankhorst al een voorbeeld. ‘Glas, papier en ook metaal wordt goed gescheiden.

Het is onzin dat het allemaal op een grote hoop belandt.

Veel mensen weten niet dat negentig procent van het metaal in de grijze zak al voor verbranding gescheiden wordt. Pas sinds 2008 wordt er in Nederland kunststof gerecycled en in 2014 zaten we al op vijftig procent. Er zijn gemeenten waar je aan huis een aparte bak hebt voor kunststof, maar er zijn ook gemeenten waar alles later machinaal wordt gescheiden.

De technieken voor machinale scheiding worden steeds beter en het is positief dat veel gemeenten experimenteren met nieuwe technieken. Dat inzamelings- en scheidingsproces is nu nog heel erg duur en vooral de zachte plastics leveren weinig op. In 2015 kostte de kunststofstroom 130 miljoen euro.

In het pakket voor de circulaire economie van de Europese Commissie staat het doel van vijfenvijftig procent recycling van kunststoffen in 2025. Dit betekent dat in heel Europa veel innovatie nodig is, ook om de kwaliteit omhoog te krijgen en de kosten te reduceren.”

Chemische recycling

In de fase van afval naar grondstoffen - de recyclefase - valt nog veel te winnen. Verschillende soorten plastics zijn mechanisch moeilijk te recyclen. Klein Lankhorst: “Met chemische recycling kan dat wel, omdat je het afval tot moleculen terugbrengt en daar weer een product van kan maken.

De investering om dat op grote schaal te doen kost tijd en veel geld, maar grote chemische concerns als BASF of Dow Chemicals hebben de kennis om hierin een slag te maken. Nu wordt er nog teveel gekeken naar wat er binnenkomt en wat daar mee gedaan kan worden. Het zou mooi zijn als verpakkers en afvalbedrijven afstemmen hoe gerecycled afval het beste opnieuw in de keten kan worden teruggebracht.”

Stimulans richting circulaire economie

Eén van de afspraken uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 – 2022 is dat branches verduurzamingsplannen voor verpakkingen opstellen. In deze plannen staat welke maatregelen het bedrijfsleven treft om de zogenoemde productverpakkingscombinaties binnen hun sector te verduurzamen.

Plannen hebben effect op vijfenzeventig procent van het verpakkingsgewicht.

Klein Lankhorst: “De branches, bijvoorbeeld die van wijnhandelaren of cosmeticabedrijven, dragen zelf de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de plannen. De doelen die worden gesteld zijn zeer ambitieus en gericht op meetbare doelstellingen voor 2018 en 2022.

Dit alles dient als een stimulans voor de ontwikkeling van een circulaire economie. Als KIDV hebben we de taak om de doelen te toetsen en vast te stellen. De plannen die nu zijn vastgesteld hebben effect op vijfenzeventig procent van het verpakkingsgewicht dat op de Nederlandse markt wordt gebracht. Deze aanpak is uniek, ook in Europa.”

Voedselveiligheid en verpakking

In Nederland betalen producenten voor het inzamelen van de verpakkingen die ze in omloop brengen. Klein Lankhorst: “Als een producent een verpakking op de markt brengt dan moet er een afdracht gedaan worden aan het Afvalfonds Verpakkingen. Dat noemen we de producentenverantwoordelijkheid.

Vanuit het fonds worden de gemeenten betaald die afval bij burgers komen ophalen. Producenten zijn bewuster bezig met het verminderen van het gebruik en het recyclen van materiaal. Er zit echter wel een grens aan hoeveel gerecycled materiaal je in voedselverpakkingen kunt gebruiken. De invloed van gerecycled materiaal op voedselveiligheid zorgt voor terughoudendheid bij producenten. Als KIDV doen we ook onderzoek om die onzekerheid weg te nemen.

Een ander dilemma vormen de slimme verpakkingen. Zo kan je bijvoorbeeld aan een kleur zien hoe lang de vis nog houdbaar is. Dat zijn mooie toepassingen om voedselverspilling tegen te gaan. De keerzijde is echter dat deze verpakkingen moeilijker te recyclen zijn. Dankzij technologische ontwikkelingen zal dat in de toekomst makkelijker worden.”