Coert Zachariasse

Vooralsnog blijft het bij voorzichtige stapjes. Goed nieuws is er ook: niets staat de bouwwereld in de weg om de omslag te maken. En als dat nu gebeurt, zou duurzaam bouwen weleens een succesvol exportproduct kunnen blijken.

“De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het idee van een circulaire economie in de bouw nog redelijk in de kinderschoenen staat”, aldus Coert Zachariasse, projectontwikkelaar bij Delta Development en bestuurder van Dutch Green Building Council.

“Recycling is nog te vaak downcycling, bouwmethodieken zijn vaak nog gericht op bouwen voor de eeuwigheid.” Toch is hij allerminst pessimistisch.  “Aan het groeiende aantal producten met cradle to cradle-certificering is de toegenomen interesse goed te merken.”

Bovendien: de techniek is hier geen beperkende factor. “De zogenoemde ‘droge verbindingen’ zijn een goed voorbeeld. Stort je een cementdekvloer, dan is dat gebouw daarna niet meer aan te passen op een andere functie of gebruiker. Met staalbouw of mechanische verbindingen van beton of hout kan dat wel.

Niet de innovatie, maar een andere manier van denken maakt het verschil: een paar euro per meter meer investering is niet zoveel als het gebouw dan langer meegaat, lagere exploitatiekosten heeft en flexibeler is.”

Onderscheiden

“De winst zit hem in processen: communicatie, samenwerking, ketenintegratie”, vervolgt hij. “Door niet meteen alle partijen bij het proces te betrekken, is er vaak een flink faalpercentage: dingen passen niet goed op elkaar of zijn niet goed afgestemd. De crisis heeft de bouw geholpen zich dit te realiseren.

De winst zit hem in processen: communicatie, samenwerking, ketenintegratie.

Bouwbedrijven denken steeds vaker: hoe kan ik me onderscheiden? Ze kunnen steeds scherper prijzen, maar houden te weinig over. Het leidt tot (goedkope) kortetermijnoplossingen. Als je een integraal ontwerp maakt, de kosten op de lange termijn berekent en een goede verdeling afspreekt, is iedereen goedkoper uit.”

Adviseurs en projectontwikkelaars hebben hierin een verantwoordelijkheid, vindt Zachariasse. “Ik denk dat er een belangrijke ethische en inhoudelijke slag te maken is. Bedrijven die een kantoor willen laten bouwen, gaan af op projectontwikkelaars. Een snelle deal is makkelijk gemaakt, maar het moet gaan om kwaliteit en waarde in plaats van winstmaximalisatie.

Tegen werkgevers zeg ik: maak het sommetje. Wat kost een werkplek, wat kost een werknemer? Met een hogere productiviteit heb je een investering zo terugverdiend.”

Exportproduct

In internationale context merkt de projectontwikkelaar bovendien dat Nederland een goede reputatie heeft, die kansen biedt. Onze volksaard past goed bij de benodigde stappen, denkt hij. “We zijn goed in overleggen en polderen. Maar we zijn ook avontuurlijk en ondernemend.

Er is voldoende welvaart om ons druk te maken over duurzaamheid. En er is de bittere noodzaak ons met dit soort management onmisbaar te maken, want we hebben geen grondstoffen. Wat Nederland met watermanagement als exportproduct is gelukt, kan ook gebeuren voor onze toegepaste kennis over de circulaire economie.”