Een ambitie in lijn met de snel groeiende vraag naar houtige biomassastromen, stelt Gerrit Jan Koopman, directeur van de VNP. “Integrale benutting van grondstoffen is geen vrijblijvend uitgangspunt, maar een noodzaak en onderdeel van verantwoord ondernemerschap.”

De papierindustrie heeft jarenlange ervaring met sluiting van de kringloop, vertelt Koopman. Het streven binnen de EU is om voor 2020 tachtig procent hergebruik te hebben binnen de papiersector. Nederland zit momenteel al op 89 procent. “Circulair werken zit ons in de genen.”

Koopman ziet extra kansen door samenwerking met andere sectoren. Zo wordt er gewerkt aan vervezeling van tomatenstengels als alternatieve grondstof. “Bij vervanging van reguliere grondstoffen kun je denken aan gras, hennep, mais, bietenpulp maar dit vergt wel aanpassing van het productieproces en andere ketenlogistiek.”

Samenwerking buiten sector

Er wordt ook goed gekeken welke componenten in reststromen in de papierindustrie waarde bieden voor eigen gebruik of toepassing buiten de sector. Corneel Lambregts, secretaris van de VNP, noemt NCC-nanocellulose als voorbeeld. Het zijn nano-materialen die uit houtvezels worden gewonnen maar ook vanuit zijstromen van de papier- en kartonindustrie.

Nanocellulose heeft veel mooie eigenschappen, het kan sterk en lichtgewicht zijn.

“Nanocellulose heeft veel mooie eigenschappen, het kan sterk en lichtgewicht zijn en bijvoorbeeld als schuimen worden toegepast in de automobielindustrie en de bouw. Ook vergroot het de sterkte van papierproducten en kan het als nieuwe biobased coating werken. Bovendien is nanocellulose recyclebaar en biologisch afbreekbaar.”

Koopman: “Het is belangrijk samen te werken met ketenpartijen. Dat is de essentie van onze strategische agenda Creating Sustainale Fibre Solutions, waarin papier- en kartonbedrijven samen op zoek zijn naar innovaties. We profileren ons nadrukkelijk als een hightech, duurzame en overall zichtbare sector.”

Behoefte aan ondersteuning

Hoewel er hard gewerkt wordt aan innovaties, benadrukt Lambregts dat wettelijke kaders soms te weinig ruimte laten voor innovatie. Zo stelt de vigerende milieuvergunning vaak dat er alleen papiervezels gebruikt mogen worden. Voor het inzetten van reststromen als gras is dan geen ruimte.

“Het zou goed zijn om tijdelijke experimenteerruimte in te stellen om proeven een kans te geven.” Koopman wijst ook op de behoefte aan ondersteuning vanuit de wetenschap om niet alleen grote, maar ook kleine batches afval nuttig te kunnen gebruiken. “Het succes staat of valt met de juiste investeringen in wetenschap, proeffabrieken en overige ruimte die bedrijven krijgen om zich te ontwikkelen. Als sector gaan we daar graag samen met de overheid in op.”