In Den Haag is men dagelijks bezig met klimaatadaptatie; ervoor zorgen dat de veranderingen in het klimaat zoals hevige regenval en langere droogte- en hitteperiodes beter opgevangen kunnen worden. Het scala aan aanpassingen is een gecompliceerde opgave, want het moet de stad ook meteen mooier en groener maken.

Marcel Tirion (Dienst Stadsbeheer, Hoofd Riolering, Wegen en Bodem), Arthur Hagen (Dienst Stadsbeheer, Adviseur Water) en Arno Lammers (Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Adviseur Klimaatadaptatie), vertellen enthousiast over de plannen, het verloop en de al behaalde resultaten.

Model 3Di Waterbeheer

“Den Haag – samen met Amsterdam en Rotterdam – maakte als eerste stad gebruik van het model 3Di Waterbeheer voor riolering. De ontwikkeling van deze innovatie is ondersteund vanuit de gemeente. Vroeger wisten we alleen met behulp van modellen waar vanuit de riolering het water op de straat kwam.

Als het heel hard regende, konden we dit dan ook buiten constateren doordat straten onder water liepen. Met 3Di kunnen we veel nauwkeuriger berekenen hoe het water uit de riolering over het maaiveld stroomt en waar en hoeveel overlast er daardoor dreigt bij hevige regen.

In 2015 hebben we als een van de eerste Nederlandse gemeentes een stresstest uitgevoerd; waar zitten de kwetsbare plekken als er twee uur lang 50 mm regen valt. Een dergelijke test levert aandachtspunten op die risico beperkend kunnen werken.

We gaan dan de riolering in samenhang met het oppervlaktewater als één systeem berekenen.

Het 3Di programma wordt steeds verder ontwikkeld en binnenkort starten we vanuit ons samenwerkingsverband Netwerk Afvalwaterketen Delfland samen met waterschap Delfland en een groot aantal gemeentes het project OAS Harnaschpolder.

We gaan dan de riolering in samenhang met het oppervlaktewater als één systeem berekenen. Hiermee kunnen we in beeld brengen waar de kwetsbaarheden van het gehele systeem en breder dan de stadsgrenzen zich bevinden om efficiëntere maatregelen vast te stellen.

We werken met een grote groep mensen om het stap voor stap beter te maken. Er ontstaan samenwerkingsverbanden over de gemeentegrenzen heen. Zo leren we elkaar kennen en kunnen we onze kennis en inzichten bundelen.”

Inzicht in effecten

“We proberen overlast te voorkomen, maar het is een utopie te denken dat er nooit meer overlast zal zijn. Het programma maakt je bewuster van wat er gebeurt in de stad, we gebruiken het ook bij gebiedsprocessen, nieuwbouw en renovatie.

We kunnen nu inzichtelijk maken wat de effecten zullen zijn. Het is steeds een stap verder kijken naar oorzaak en gevolg en daarop anticiperen. Vanzelfsprekend moet de data op orde zijn om goede modellen te kunnen maken.” De juiste data verzamelen die nodig is voor de metingen en modellen, is veel werk. “Maar als dit gebeurt, is verwerkt het systeem die data vervolgens razendsnel.”

Om overlast/schade vast te stellen vraagt dit natuurlijk ook gezond verstand. “We adviseren musea bijvoorbeeld om niet de belangrijkste stukken op de begane grond of in kelders te zetten als er kans op wateroverlast aanwezig is.”

Omdat Den Haag nu beter weet waar de knelpunten liggen, kunnen er passende maatregelen genomen worden. “We zorgen ervoor dat het beheer van de rioleringsbuizen op orde is, waar dit aangepast moet worden en op welke manier om overlast te voorkomen.”

Uitdagende en brede opgave

Watermanagement gaat veel verder dan er alleen voor zorgen dat het rioleringsstelsel op orde is. De stad beweegt en het watermanagement beweegt mee op alle fronten. Door bijvoorbeeld de sponswerking van de bodem en daken te gebruiken om daarmee het riool te ontlasten. Dat betekent zorgen voor meer plekken in de stad waar verharding plaats maakt voor een zachtere ondergrond.

Om te laten zien dat inrichting ook anders kan, bijvoorbeeld nadenken over het gebruik van parkeerplaatsen hebben wij ‘Parkingday’, een dag waarop parkeerplaatsen op een andere manier gebruikt worden.

Er staat dan bijvoorbeeld een terras, een kinderspeeltoestel of er is een expositie. Dit helpt ook bij de bewustwording dat verharding niet altijd nodig is. Of stroken verharding vervangen door een strook bloembollen, de groene trambaan met inderdaad een ondergrond die regenwater opneemt én dan ook nog minder geluid maakt. Maar ook regentonnen in tuinen, groene daken, en bredere diervriendelijke ecologische oevers zoals de oevers aan de Laak.”

“Als gemeente werken we ook aan een waterlabel; een ‘waterafdruk’ van elke woning. Want zestig procent van de bebouwde stad is particulier eigendom.

Watermanagement gaat veel verder dan er alleen voor zorgen dat het rioleringsstelsel op orde is.

Dit waterlabel geeft inzicht in bijvoorbeeld de verharding van de tuin, het afwateren op de riolering en het moet naar meer waterresistentie leiden. Het label is er om onze burgers te betrekken bij het watermanagement. Wat levert het op als iemand het regenwater de tuin in laat lopen in plaats van in de riolering, hoe hoog moet de drempel zijn om water buiten te houden?

Dit soort vragen en antwoorden staan in het waterlabel en in het najaar kan iedereen via internet zijn of haar eigen huis opzoeken en resultaten bekijken. Als je het kunt laten zien, begrijpen mensen het beter.”

Waterberging

Den Haag pakt het watermanagement breed aan. “Het gaat niet alleen over droge voeten, maar ook over waterberging voor de lange, droge periodes. Bredere oevers aan het water, groene daken en de opengemaakte gracht aan de Veenkade werken daar allemaal aan mee.

Veenkade

Ook operatie Steenbreek is een manier om inwoners bewuster te maken. In ruil voor stenen uit hun tuin, krijgen de bewoners planten. Zij blij, wij blij. En bij nieuwbouw stimuleren we klimaatadaptieve maatregelen natuurlijk. Zoals bijvoorbeeld het polderdak op en van het World Trade Centre The Hague waar het waterpeil van een op het dak gelegen regenwatervijver een stuk naar beneden wordt gebracht als er hevige regenval verwacht wordt.

Fijn voor de stad én het gebouw dat daarmee een ‘excellence of use’ label kreeg van BREEAM. Een andere goede ontwikkeling is de Binckhorst dat getransformeerd wordt naar een groen en waterrijk hoogstedelijk woon-werkgebied. Ook een van de grootste groene daken van Nederland op de Sportcampus in het Haagse Zuiderpark is een mooi voorbeeld.

Het maakt Den Haag niet alleen klimaatbestendiger, maar ook mooier.” En ook aardiger, zo blijkt. “Met het vergroenen van schoolpleinen, bleek dat op een schoolplein in de Schilderswijk kinderen minder vechten op een ‘groen’ schoolplein.”

Inwoners stimuleren

Watermanagement heeft ook een ‘zachte’ kant, stellen de heren. “De vergroening vooral leeft heel erg. Mensen voelen zich prettiger bij veel groen en dat helpt om hen meer betrokken te laten zijn. De grootte van een rioolbuis alleen gaat de problemen niet oplossen.

De vergroening als middel tegen teveel water, maakt tegelijk de stad mooier, extreme hitte lager en daardoor is er ook een economische waarde. Een huis in een mooie groene omgeving, levert meer op bij verkoop. Wij geven het goede voorbeeld en hopen dat de bewoners dat overnemen, al moeten we natuurlijk wel voorkomen dat het een rommeltje wordt.

We stimuleren inwoners liever om zelf ook maatregelen te nemen, dan allerlei regeltjes op te leggen. Het is verbazingwekkend hoe creatief mensen daarin worden als ze daar een beetje ruimte voor krijgen. We ondersteunen burgerinitiatieven dan ook zoveel mogelijk.

Als we sociale doelen kunnen koppelen aan de klimaatadaptie geeft dat in alle opzichten een fijner leefklimaat.” Een goed voorbeeld daarvan is de Zeeheldentuin waar bewoners zelf zorgen voor een groene omgeving.” Het is een oase van groen in het hart van het Zeeheldenkwartier.

Zeeheldentuin

Er is ruimte voor kinderen om lekker te spelen, er zijn bankjes voor ouderen, een waterpomp, picknickbanken en een appelboomgaard waar ondernemers workshops kunnen geven. Ecologie speelt hier ook een rol door moestuinen, een kruiden- en vlindertuin, houtwal en overwintermogelijkheden voor insecten en andere dieren. “Een dergelijk project brengt bewoners dichter bij elkaar en heeft dus ook een grote sociale en educatieve waarde.”

Een gebied op de schop

Bij gebiedsveranderingen worden klimaatadaptatie maatregelen zoveel mogelijk meegenomen in het gehele plan. Gaat een gebied ‘op de schop’, dan wordt ook de riolering vervangen en verbeterd. “Natuurlijk wel als dit nodig is, ons riool gaat zo’n 80 tot 100 jaar mee!

En ontwikkelaars komen vaak zelf al met maatregelen om te vergroenen en op die manier overtollig water beter af te voeren en ’s zomers meer water vast te houden.” De heren signaleren dat de groene trend groeiend is. “Het maakt steden minder kwetsbaar voor de veranderende klimaatomstandigheden en het is economisch gunstig om in een mooie stad te wonen. We nemen klimaatadaptatie mee in het beleid.

We willen met al deze maatregelen laten zien dat het in alle opzichten zorgt voor een fijnere leefomgeving waar mensen zich gelukkiger voelen.”