‘Nederland heeft een dijk van een reputatie op watergebied’, zegt wateradviseur Maarten Gischler van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Als ergens ter wereld een overstroming is, zegt men al gauw: let’s call the Dutch.’

Hein Pieper, dijkgraaf van Waterschap Rijn en IJssel en vice-voorzitter van de Unie van Waterschappen, kan daarover meepraten. ‘Wij ontvangen meer dan tweehonderd buitenlandse delegaties per jaar. Die willen vooral weten hoe wij onze watertaken organiseren. Onze waterschappen bestaan al negenhonderd jaar en zijn uniek in de wereld.’

Bijna alle waterschappen zijn internationaal actief, waarvan sommige al langer samenwerken met Buitenlandse Zaken. Het idee voor een Blue Deal ontstond tijdens een gesprek tussen Hein Pieper en toenmalig minister Lilianne Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel.

Kort daarvoor had de regering haar Internationale Waterambitie naar de Tweede Kamer gestuurd. De samenwerking met de waterschappen gebeurde tot dan toe op ad hoc basis. Met de Nederlandse drinkwaterbedrijven heeft de minister vorig jaar een soortgelijke deal gesloten.

Doeners

‘De waterschappen zijn doeners en dat sprak haar aan’, zegt Gischler. ‘De minister kreeg het ene verzoek na het andere, waarbij vraag was naar onze expertise, vult Pieper aan.  Gischler: ‘Zo ontstond het idee meer coherentie in de samenwerking te brengen met een langetermijnperspectief. Afgelopen twee jaar zijn daarover gesprekken gevoerd, waaraan ook de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W) hebben meegedaan.’

I&W levert een substantiële bijdrage aan de samenwerking binnen de Blue Deal en is daarom medeondertekenaar. De rol van EZ beperkt zich vooral tot het stimuleren van de inzet van het Nederlandse bedrijfsleven bij waterbouwkundige projecten.

De partners hebben eerst in kaart gebracht wat ze al doen om de doelen van de Blue Deal dichterbij te brengen. ‘Daarbij gaat het om alle aspecten van waterbeheer, van dijkversterking tot irrigatiesystemen’, zegt Gischler.

Lopende en nieuwe projecten worden in vierjarige programma’s ondergebracht die de ambitie van de Blue Deal dichterbij moeten brengen.
 

Lopende en nieuwe projecten worden in vierjarige programma’s ondergebracht die de ambitie van de Blue Deal dichterbij moeten brengen. Aan de invulling van de programma’s en de selectie van de partners voor de eerste fase wordt nog gewerkt.

‘Daarbij sluiten we kleine blue deals met lokale waterbeheerders in wie we voldoende vertrouwen hebben om voor langere tijd samen te werken. Het streven is dat in tien tot twaalf landen te doen, waar de waterschappen nu ook al actief zijn.’

Als voorbeeld van een geslaagd project noemt Gischler de samenwerking met de Indonesische kustplaats Semarang, die geleidelijk onder zeeniveau raakt. Met Nederlandse hulp hebben het Indonesische ministerie van Publieke Werken en de gemeente Semarang een polder gemaakt met dijken en gemalen, die medio 2018 worden opgeleverd.

Er is een waterschapachtige organisatie gevormd die taken op zich neemt die de gemeente niet kan uitvoeren. Daarvoor vraagt ze financiële bijdragen van burgers. Gischler: ‘Bijna 100.000 mensen hebben straks droge voeten en daarvoor willen ze betalen ook. Van dit soort projecten willen we er meer hebben.’

Governance

Pieper kent meer landen die zich laten inspireren door het Nederlandse voorbeeld van de waterschappen. Zo heeft Argentinië vijftig miljard euro geleend van de Wereldbank voor waterprojecten en de Nederlandse waterschappen om hulp gevraagd bij de governance. ‘

Vaak is het geld geen probleem, maar wel de know how om het goed te besteden. Daarbij moet je altijd een vertaalslag maken naar de lokale context.’

Volgens Pieper kunnen de ministeries en de waterschappen met de lopende projecten al de helft van de ambitie van de Blue Deal realiseren. Door uitbreiding van activiteiten en verhoging van de efficiency is het doel voor 2030 zonder meer haalbaar, verwacht hij.

De waterschappen besteden 0,3 procent van hun totaalbudget van 2,8 miljard euro aan internationale activiteiten. Voor de coördinatie is een programmabureau ondergebracht bij de Unie van Waterschappen onder de naam Dutch Water Authorities. Pieper: ‘Het is geen kerntaak, maar vrijwel alle collega’s dragen graag met financiën en personeel bij aan onze internationale activiteiten.

Pieper kent meer landen die zich laten inspireren door het Nederlandse voorbeeld van de waterschappen.
 

Er zijn zelfs wachtlijsten van medewerkers die zich aanmelden voor een paar weken advieswerk in het buitenland. Hun creativiteit wordt daar uitgedaagd, zodat ze nieuwe kennis opdoen. Daarmee is ons internationale werk ook een prachtig HRM-instrument.’ Gischler beaamt dat: ‘Als je in Bangladesh, Indonesië of Mozambique hebt meegewerkt aan het bestrijden van een overstroming, ben je ook van waarde voor de Nederlandse praktijk.’

Gischler en Pieper wijzen verder op de spin-off voor het Nederlandse bedrijfsleven. ‘Wij leggen de rode loper voor ze uit’, zegt Pieper. Gischler noemt als voorbeeld de medewerking van Nederland aan een nationaal deltaplan in Bangladesh, vergelijkbaar met het Nederlandse Deltaplan na de watersnoodramp van 1953. ‘Dat opent de deuren voor de private sector.’